'Honoursstudenten zijn gemotiveerder, creatiever en pro-actiever'
 
Reageer

Cursus voor docenten om onderwijs honoursstudenten te verbeteren

College geven aan een groep hypergemotiveerde en slimme studenten. Je kunt een universitair docent geen groter plezier doen, zou je zeggen. Maar ambitieuze honoursstudenten vragen ook iets extra’s dat niet alle docenten zomaar in huis hebben. Dit jaar organiseerde de Universiteit Utrecht voor het eerst een cursus honours teaching.

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Dat is de houding die campuscolumniste en honoursstudente Dieudonnée van de Willige net iets te vaak ontwaart als docenten worden geconfronteerd met studenten ‘die meer willen’. Volgens Van de Willige is een cultuuromslag nodig voordat tien procent van de Utrechtse studenten honoursonderwijs zal volgen, want dat is het universitaire streven.

Een opvallende constatering, zeker ook gezien het standpunt van het universiteitsbestuur dat studenten voor honoursprogramma’s straks best wat extra’s mogen betalen, zoals nu al gebeurt bij de Young Leaders League. Bovendien stelt het zelfde college van bestuur in het kader van het vernieuwde onderwijsmodel 3.0 voor dat alle faculteiten honourscolleges gaan opzetten om geselecteerde studenten binnen het normale curriculum extra uitdaging te bieden.

Rob van der VaartInvesteren
Maar aandacht voor de manier waarop docenten omgaan met honoursstudenten is er wel degelijk. In de ‘Sirius’-aanvragen voor pilots met honoursprogramma’s kondigde de UU al aan docenten op dit vlak te willen ‘professionaliseren’. Dit najaar namen UCU-dean Rob van der Vaart en het programmabestuur van het Center of Excellence in University Teaching (CEUT) het initiatief voor een cursus voor docenten van honoursprogramma’s.

Ook Van der Vaart weet dat lang niet iedereen binnen de UU warm loopt voor honoursonderwijs. “Docenten zitten krap in hun tijd en opleidingen krap in hun middelen. Bovendien zit het ook niet zo in onze cultuur: het stimuleren van iemand die ergens goed in is. Als je als universiteit verkondigt dat je grote ambities hebt met je honoursonderwijs, dan moet je dus ook investeren in mensen die weten waar het precies om gaat”, zegt de decaan. “Dat docenten die kennis hebben, ligt niet voor de hand.”

Inmiddels is de eerste cursus van drie bijeenkomsten achter de rug; elf deelnemers namen deel. Van der Vaart: “Naast kennisopbouw is netwerkvorming van groot belang. Mensen kunnen veel van elkaar leren.”

Bernadette van de RijtGeen eenrichtingsverkeer
De bevindingen van deelnemers zijn uitermate positief. “Het is prettig om de tijd en de ruimte te nemen om eens goed na te denken over het onderwijs dat je geeft”, zegt Bernadette van de Rijt, sinds 2009 projectleider van het Humboldt-programma voor honoursstudenten van Sociale Wetenschappen en tevens betrokken bij het honoursonderwijs van Pedagogische Wetenschappen.

Bioloog Fred Wiegant, die ook veel doceert aan het UCU, zegt. “Je ziet dat mensen uit verschillende hoeken van de universiteit tegen gelijksoortige problemen aanlopen en allemaal eigen oplossingen hebben bedacht.”

De twee docenten benadrukken de mooie kanten van het honoursonderwijs. Van de Rijt: “Het universitaire onderwijs is maar al te vaak eenrichtingsverkeer. Je zit dan in een keurslijf van literatuur lezen en bespreken. Honoursstudenten zijn gemotiveerder, creatiever en pro-actiever. Omdat je ook nog eens veel langer dan één cursusperiode de tijd hebt en ze zelf niet moeilijk doen over een paar extra uren, kun je echt tot grote hoogten stijgen. Neem alleen het congres over de angst voor terreur dat onze studenten laatst georganiseerd hebben.”

Wiegant: “In het normale onderwijs zijn er altijd wel een paar studenten die er eigenlijk niet zo veel zin in hebben. Je moet dan echt je best doen om die er bij te betrekken. Bij honoursstudenten ontstaat sneller een gemeenschap van gelijkgestemden. Dat maakt het werken met zo’n groep veel leuker en gemakkelijker.”

Spannend
De vraag dringt zich al snel op wat je als docent in die bijna perfecte situatie nog fout kunt doen? Volgens cursusleider Van der Vaart is dat toch nog een heleboel. Allereerst mag je je cursus niet te gemakkelijk maken. “Extreem moeilijk is demotiverend, maar de stof moet net iets moeilijker zijn dan ze aankunnen. Dat leidt even tot frustratie, maar dat is juist goed.”

Ook moet je honoursstudenten zeker niet al te veel voorkauwen, weet de UCU-dean. “Ze willen aan de slag met hun eigen ideeën en plannen. Een docent moet hen daarom veel vertrouwen en vrijheid geven. En vooral vragen stellen in plaats van oplossingen aandragen.”

Fred WiegantFred Wiegant: “Bij honoursonderwijs sta je als docent veel meer aan de zijlijn. Biologiestudenten in het honourstraject schrijven bijvoorbeeld zelf een boek. Daarbij moeten ze alles van a tot z doen. Een thema kiezen, de experts zoeken, hoofdstukken schrijven, elkaar feedback geven, illustraties maken, een tijdspad bewaken, een symposium organiseren. Dat is heel spannend en uitdagend.”

Van de Rijt: “Het gaat er om authentieke werkvormen te vinden. Studenten moeten het gevoel hebben dat iets uit henzelf komt.”

Vooral de aanpak binnen een UCU-cursus over celbiologie heeft indruk gemaakt op Van der Vaart. Studenten stellen daar zelf een voorstel voor een NWO-aanvraag op. Dat wordt vervolgens door werkelijke deskundigen wordt beoordeeld. Vaak ontbreekt het de studenten bij aanvang nog aan de basale kennis over methodologie en over het onderwerp zelf. “Maar uiteindelijk is die aanvraag soms zo goed dat die daadwerkelijk geaccepteerd had kunnen worden.”

Drafts
Een aspect van het honoursonderwijs waar veel docenten aan moeten wennen is het grote beslag dat studenten op hen leggen. Van der Vaart: “Dit soort studenten heeft veel meer vragen en een grote behoefte aan continue feedback. Dat kost tijd: een student komt drie keer met een draft van een paper om je mening daarover te vragen. Daar moet je mee om kunnen gaan: studenten aanhoren en faciliteren, maar soms ook afremmen.”

Bernadette van de Rijt merkt bovendien dat honoursstudenten vaker dan reguliere studenten met vragen komen over de eigen ontwikkeling: persoonlijk en studiegerelateerd. “Deze studenten zijn enorm actief binnen en buiten de studie en moeten daarom ook veel keuzes maken. Welk bijbaantje neem ik? Wat betekent het volgen van een bepaalde cursus voor mij? Wat biedt het honourstraject mij? Daar willen ze graag over reflecteren.”

Van de Rijt heeft daarom het initiatief genomen om studenten van een honourscursus van Pedagogische Wetenschappen samen te laten praten over de afwegingen die ze moeten maken. “Een goed voorbeeld is misschien het kiezen van een onderwerp voor de honoursbachelorthesis. Er blijkt vaak een soort blokkade te zijn op het moment dat er veel keuzevrijheid is. Tijdens een georganiseerde brainstorm ontstaan dan vaak interessante plannen.”

Doorsijpelen
Van der Vaart gaat op korte termijn met nog een groep honoursdocenten de driedaagse training doorlopen. De vraag is of de cursus gezien alle andere universitaire prioriteiten en de beperkte middelen op de langere termijn gecontinueerd kan worden. De cursusleider hoopt het: “Als het honoursonderwijs echt tot in alle opleidingen moet doordringen, dan heb je naar mijn mening minstens 60 tot 70 docenten nodig die er feeling mee hebben en hun enthousiasme en inzicht willen overdragen aan andere docenten.”

Bovendien zouden de ervaringen in het honoursonderwijs de kwaliteit van het gehele universitaire onderwijs ten goede kunnen komen. Van de Rijt en Wiegant zien al dat ervaringen doorsijpelen.

Van de Rijt: “Elk jaar maakt een deel van onze honoursstudenten een digitaal wetenschappelijk tijdschrift. Dit jaar heeft een aantal reguliere studenten van de faculteit Sociale Wetenschappen een zelfde aanpak gevolgd. Zij schreven hun bachelorthesis om tot een artikel voor zo’n tijdschrift.”

Wiegant: “In het honoursprogramma gaan we werken met portfolio’s’. Daarin moeten studenten laten zien dat ze reflecteren op de dingen die ze doen. Ooit was het de bedoeling dat alle Utrechtse studenten dat zouden doen. Binnen de bètafaculteit staat dat op een laag pitje, maar tijdens zo’n honoursprogramma is er ruimte om daarmee te experimenteren. In die zin is het honoursprogramma ook een proeftuin voor nieuwe onderwijskundige ontwikkelingen.”

Rob van der Vaart denkt dat de honoursprogramma kunnen bijdragen aan een – in zijn ogen noodzakelijk - mentaliteitsverandering binnen het reguliere onderwijs. “Als docenten merken hoe ver je kunt komen met studenten en hoe leuk het is om het beste uit iedereen te halen, dan gaat dat grote invloed hebben op het massa-onderwijs. Die verandering is naar mening ook erg gewenst, gezien alle politieke en economische tendensen. De gemakzuchtcultuur is echt voorbij.”

© 2014