Rector verwelkomt Chinese bursalen in Aula van Academiegebouw
 
Reageer

‘Help Chinese beurspromovendi aan betaalbare huisvesting’

Chinese PhD’s zijn in Utrecht een fors deel van hun bescheiden beurs kwijt aan een kamer of appartement. Hoogleraren celbiologie vindt die situatie onhoudbaar. Ook medezeggenschappers maken zich zorgen over de Chinese gasten. Maar het universiteitsbestuur zegt niet veel te kunnen doen.

Een Chinese promovendus celbiologie kwam vorig jaar op harde wijze in aanraking met de uitwassen van de Utrechtse huizenmarkt. Samen met zijn partner woonde hij in een pand waarin ook een horecagelegenheid was gevestigd. De malafide eigenaar liet het stel opdraaien voor de energierekening. Rechtszaken en bedreigingen waren het gevolg toen de promovendus weigerde te betalen.

“Het was een verschrikkelijk pijnlijke situatie”, herinnert hoogleraar Anna Akhmanova zich. “Je wilt natuurlijk niet dat een van jouw promovendi met dit soort zaken te maken krijgt.”

Volgens Akhmanova is het voor haar Chinese PhD’s bijna ondoenlijk in Utrecht goede en betaalbare huisvesting te vinden. “Ze proberen eerst vanuit China een kamer te regelen, maar dat lukt natuurlijk niet. En bij de SSH zijn de mogelijkheden beperkt, zeker als je met zijn tweeën komt. Heel vaak zijn ze aangewezen op de dure particuliere markt. En als je dan geen netwerk in Nederland hebt en de taal niet spreekt …”

De bedreiging van haar promovendus was voor Akhmanova eind vorig jaar de aanleiding om samen met enkele collega’s binnen de celbiologiegroep decaan Bètawetenschappen Gerrit van Meer te benaderen. Kon hij zich niet sterk maken voor betere huisvesting voor promovendi die vanuit China overkomen om in vier jaar tijd te promoveren. “Het gaat om een heel specifieke groep hardwerkende mensen die bovendien niet veel eisen stellen. Zou je daar op universitair niveau niets voor kunnen doen?”

‘En als je dan geen netwerk in Nederland hebt en de taal niet spreekt …’

Akhmanova was in december niet de enige die zich bij bètadecaan Van Meer meldde met vragen over het welbevinden van de Chinese promovendi. Faculteitsraadsleden merkten dat veel medewerkers met een UU-dienstverband het niet eerlijk vinden dat buitenlandse collega’s op de werkvloer minder te besteden hebben.

De meeste Utrechtse promovendi hebben een aanstelling bij de universiteit. Zij worden betaald door ofwel de universiteit zelf of via een onderzoeksfinancier, bijvoorbeeld NWO. Maar er zijn ook promovendi die met een beurs uit het buitenland naar Utrecht komen, bijvoorbeeld die uit China.

De afgelopen jaren kwamen er ongeveer 35 promovendi per jaar vanuit China naar Utrecht. In totaal werken op dit moment zo’n 140 Chinese PhD’s aan de universiteit. De Chinese promovendi maken gebruik van een uitwisselingsprogramma van de Chinese Scholarship Council en krijgen maximaal vier jaar lang een beurs van 1200 euro netto per maand.

Ter vergelijking: een promovendus in dienst van de UU ziet zijn salaris in vier jaar stijgen van 2174 euro bruto naar 2779 euro. Maar aan de andere kant: het bedrag ligt iets boven het minimale norminkomen van de IND voor een buitenlandse onderzoeker. Dat is 1086 euro bruto zonder vakantiegeld, 70 procent van het wettelijk minimumloon.

In Groningen ontvangen de CSC-promovendi sinds afgelopen september allen 500 euro netto extra bovenop hun Chinese beurs van 1200 euro. De RUG kan dit doen omdat de universiteit deelneemt aan een pilot met beurspromovendi waarvoor afspraken zijn gemaakt met de belastingdienst. Binnen het experiment krijgen in Groningen alle nieuwe promovendi, Nederlandse en buitenlands, een beurs van in totaal 1700 euro. De Utrechtse universiteit besloot vorig jaar, net als verreweg de meeste andere universiteiten, niet mee te doen met de pilot.

‘Of er kunnen alleen Chinese promovendi met rijke ouders naar Utrecht komen’

Uit een rapport dat de China-Utrecht Scholar Association (CUSA) vorig jaar opstelde, bleek dat bijna alle bursalen meer dan een derde van hun toelage kwijt zijn aan hun huisvesting in Utrecht. Bijna 40 procent betaalt zelfs meer dan 500 euro per maand.

In een gesprek met DUB zeggen vier vertegenwoordigers van CUSA niet te verwachten dat de UU hen onmiddellijk kan compenseren, maar tegelijkertijd wijzen zij erop dat collega-promovendi in andere Nederlandse steden of in andere Europese landen honderden euro’s minder kwijt zijn maar in betere kamers wonen. Utrecht verkeert volgens hun in een bijzondere positie.

Voormalig voorzitter Haoran Yang, promovendus bij Geowetenschappen: “Als de UU talentvolle Chinese promovendi wil blijven aantrekken, moet ze zich wel bewust zijn van die verschillen. Of de universiteit moet accepteren dat er alleen Chinese promovendi met rijke ouders naar Utrecht kunnen komen.”

‘Het gaat om studenten die hier een opleiding komen volgen’

Volgens bètadecaan Van Meer moet de problematiek worden aangekaart bij het universiteitsbestuur, zo zei hij in een raadsvergadering. Het college van bestuur is verantwoordelijk voor de afspraken met beursverstrekkers en voor de afspraken met huisvesters.

Maar Van Meer liet ook doorschemeren niet gelukkig te zijn met de huidige situatie. De decaan zei zelf ervaringen in het buitenland te hebben waarbij promovendi moesten aantonen een bepaald minimum bedrag tot hun beschikking te hebben. Dat werd vervolgens bij een ieder opgehoogd tot een vastgesteld standaardbedrag. De bètadecaan beseft echter dat dat in Nederland nu niet mogelijk is.

In de Universiteitsraad kreeg rector Van der Zwaan daarna de vraag voorgelegd of de universiteit niet een morele verantwoordelijkheid heeft om iets te doen voor armlastige buitenlandse gasten. Volgens Van der Zwaan was daar geen sprake van; er kunnen financiële problemen zijn, maar dit is een zaak tussen de bursaal en de beursverstrekker waar de UU geen invloed op heeft.

“In feite is onze relatie met deze promovendi niet anders dan met masterstudenten”, zei Van der Zwaan. “Het gaat om studenten die hier een opleiding komen volgen. Wij zorgen er alleen voor dat er een promotie komt. Let wel: het gaat hier ook niet om een eenzijdige deal. Promotieplaatsen vormen een oplopende verliespost voor universiteiten. Ze kosten ons veel, terwijl de promotiebonus afneemt.”

De rector erkende dat de huisvestingssituatie in Utrecht problemen oplevert voor de buitenlandse promovendi. “Maar ook daar zijn we echt afhankelijk van anderen en is onze invloed betrekkelijk gering.”

'UU is geen huisvester' 

Navraag bij de universitaire Bestuursdienst leert dat de UU gezien de grote druk op de Utrechtse woningmarkt en de groeiende vraag naar woonruimte voor buitenlandse studenten, promovendi en onderzoekers geen huisvestingsgaranties wil afgeven. Niet aan CSC-promovendi, maar ook niet aan andere groepen. In de voorlichting aan Chinezen die naar Utrecht willen komen om te promoveren wordt sinds vorig jaar uitgebreider aandacht besteed aan de moeilijke huisvestingssituatie en de hoge huren.

De UU zegt geen huisvester te kunnen en te willen zijn, maar dat betekent niet dat de UU niets probeert te doen aan de huisvestingssituatie voor de Chinese promovendi. De nieuwe International Service Desk meldt de huisvesting van nieuwe Chinese PhD’s nauwlettend in de gaten te houden. De meesten schrijven zich in bij de SSH Utrecht, maar velen zoeken ook op andere manieren.  Dit collegejaar vonden veertien Chinese promovendi voor een jaar onderdak in een shortstay-ruimte van de SSH, de overigen wisten uiteindelijk op een andere wijze huisvesting te bemachtigen.

Verder heeft de UU de totale reservering van woonruimte voor buitenlandse gasten bij de SSH gemaximaliseerd. Op dit moment gaat het om zo’n 700 kamers, studio’s en appartementen die op jaarbasis aan zo’n 1100 verschillende buitenlandse gasten worden verhuurd. Vanwege de trend dat steeds meer beurspromovendi met een partner naar Nederland komen zijn het afgelopen jaar bovendien tien extra 2-persoonsstudio’s ingericht. 

‘Hulp bij de huisvesting is de meest reële mogelijkheid om Chinese promovendi te helpen’

Na de stellingname en uitleg van Van der Zwaan lijken medezeggenschappers enigszins in hun maag te zitten met de kwestie. De situatie is immers ook zo dat de Chinese promovendi blij zijn met de kans die hij krijgt om in Utrecht onderzoek te doen, de hoogleraar is blij met een goed presterende PhD en de faculteit en de universiteit zijn blij met de internationaliseringsslag die zij kunnen maken.

De nieuwe promovendipartij UPP, die zich heeft gemeld voor de aankomende verkiezingen, laat weten de belangen van de Chinese bursalen in de gaten te zullen houden. De partij is blij met het recente universitaire besluit om ook buitenlandse beurspromovendi stemrecht te geven en invloed uit te laten oefenen bij de samenstelling van de Universiteitsraad.

Ook Anna Akhmanova heeft geen behoefte aan een discussie over bijvoorbeeld extra financiering voor haar buitenlandse beurspromovendi. “Dat geld moet dan op de een of andere manier toch door onszelf betaald worden. Dan blokkeer je het CSC-programma, want dat geld hebben we niet. Het zou ook zonde zijn, want het gaat om enorm gemotiveerde mensen die ons onderzoek werkelijk verrijken.”

Hoewel Akhmanova oog heeft voor de moeilijke positie van de UU op de Utrechtse kamermarkt, is volgens haar het aanbieden van goedkope huisvesting de meest reële bijdrage die de universiteit kan leveren aan het welzijn van de Chinese promovendi. Dat masterstudenten misschien maar één of twee jaar in Utrecht blijven en promovendi veel langer, maakt volgens haar ook verschil. “We kunnen onmogelijk trots zijn op de manier waarop het nu gaat. Natuurlijk, uiteindelijk vindt elke Chinese promovendus wel een plek om te wonen in Utrecht. Maar wat is dan ons internationale beleid?”

'Misschien zijn we dus toch medewerkers?'

De Chinese promovendi zelf denken overigens - behalve met betere en goedkopere huisvestingsmogelijkheden - vooral geholpen te zijn met uitsluitsel over hun precieze status in Utrecht. Hun gaststatus leidt tot onzekerheid over hun rechten en plichten, schreven ze vorig jaar al in hun CUSA-rapport. Het ene moment worden ze als student beschouwd, het andere als werknemer, met alle negatieve gevolgen van dien.

Haoran Yang: “Onze promotie-eisen zijn dezelfde als die van medewerkers in loondienst. Misschien zijn we dus toch ook medewerkers. Maar dan moet er bijvoorbeeld ook duidelijkheid komen over onze werkuren en vakanties. Als we inderdaad student zijn zoals de rector nu zegt dan hoort daar naar ons idee ook een uitgebreid onderwijsprogramma bij dat we nu niet hebben. Prima, in de VS zit een PhD vaak zo in elkaar. Maar ik weet niet of alle CSC-studenten het nog interessant zouden vinden om als student naar Utrecht te komen: ze hebben al een masteropleiding achter de rug.”