Reageer

'Je moet studenten af en toe pijn doen'

Studenten die alleen maar naar college komen om te horen wat ze voor het tentamen moeten kennen, zijn bij Ruud Abma aan het verkeerde adres. “Worstel maar eens met die stof.” Deel één van een serie over de genomineerden voor de Docentenprijs 2011-2012 waarvan de winnaar op 8 maart tijdens de Onderwijsparade bekend wordt gemaakt.

“De sociale wetenschappen zijn geen échte wetenschappen, althans niet volgens Thomas Kuhn,” zegt Ruud Abma (1951) met enige ironie over zijn eigen vakgebied. Hij vertelt het aan een groep masterstudenten wetenschapsgeschiedenis in de moderne lokalen op de begane grond van het Buys Ballot Laboratorium, waar hij werkcollege geeft voor het vak Science and the dilemma’s of modernity. Er wordt actief gediscussieerd. De wetenschapsfilosoof Kuhn stelde dat een wetenschapsdiscipline zich onderscheidt doordat de beoefenaars zich binnen hetzelfde paradigma bevinden, wat grofweg wil zeggen dat ze het eens zijn over een onderzoeksagenda en over de te volgen methodiek. Wat betekent dat voor de sociale wetenschappen? “Daarbinnen  zijn de beoefenaars het nooit eens geworden, dus zijn ze hun vakgebied maar ‘poly-paradigmatisch’ gaan noemen.”

Moeilijke materie, maar het is Ruud Abma ten voeten uit. Dit soort bespiegelingen over wetenschap bewaart hij namelijk niet voor studenten in de laatste fase van hun studie. Juist ook eerstejaars moet je er mee confronteren, vindt hij: “Als je aan je studie begint heb je nog het idee dat er ergens onomstotelijke kennis ligt opgeslagen. Als iets door de wetenschap is bewezen, dan is het een feit, en anders is het een mening. Maar wetenschappers geven beargumenteerde, empirisch onderbouwde visies op een probleem. Voor eerstejaars is dat ingewikkeld, maar na een jaar of twee wil ik wel dat ze dat doorkrijgen.”

Presentaties

“Ja hé, ik betaal voor dit onderwijs, ga me gewoon vertellen hoe de vork in de steel zit,” herinnert Jos Hummelen (23, ASW) zich nog hoe hij reageerde op het eerste college dat hij van Ruud Abma kreeg. “We moesten presentaties geven. Je luistert dan uit respect wat naar elkaar, maar de informatieve waarde is vaak laag. Zoiets flapte ik er ook uit tegen hem in het college.”

Nu is Hummelen samen met Lisa Ebbers (21) en Catharina Brandsma (21), zijn medestudenten bij Algemene Sociale Wetenschappen (ASW), de drijvende kracht achter de nominatie van Abma voor de titel ‘docent van het jaar’. Hummelen: “Achteraf bezien had ik toen in dat eerste jaar een foute houding. We hadden wel een consensus bereikt: hij zou mij blijven prikkelen en ik zou proberen goed mee te denken. Dat is eigenlijk wat hij altijd doet. Hij zegt niet ‘ga lekker zitten, ik ga je alles vertellen’, maar: ‘jij gaat aan de slag, je moet zelf het werk doen’. Dat dat een goede manier van leren is, besef je gaandeweg. Nu ben ik Abma-fan!”

Tegenstrijdig

Abma beaamt het verhaal van Jos: “Studenten stellen soms hele tegenstrijdige eisen aan het onderwijs. Aan de ene kant moet het schools zijn: je krijgt als student een opdracht en die voer je uit. En aan het einde doe je tentamen. Maar aan de andere kant willen ze dat het uitdagend is. Dus zeg ik: worstel daarom maar eens met die stof.”

Uit een recent rapport blijkt dat studenten het liefst passief luisteren naar hun docent. Toch is Abma’s aanpak juist de reden dat studenten hem op handen dragen, en vinden ze het helemaal niet erg om uit hun comfort zone gehaald te worden.

Niet populair

Met hoge kwaliteitseisen kan Abma het zijn eerstejaars in de cursus Over de grenzen van disciplines aardig lastig maken. “Je hoort mensen daarover klagen”, zegt Lisa Ebbers, “sommige studenten halen het eerste jaar niet vanwege het paper dat je dan moet schrijven.” Abma beseft het: “De helft zakt. Daar wordt je niet populair mee, maar je moet de groep af en toe pijn doen.”

Dat hij als veeleisend docent toch genomineerd is voor de Docentenprijs, kwam voor hem daarom als een verrassing. “Ik moest erg wennen aan het idee van die nominatie, dat kostte een paar weken. Het geeft aan dat studenten het toch op prijs stellen wat ik doe.”

Individuen

Wat ongetwijfeld bijdraagt aan zijn succes, is dat Abma meer doet dan hoge eisen stellen. Als je actief bent tijdens de discussies in de werkgroepen, dan complimenteert hij je daar achteraf mee, weet Jos Hummelen: “Dan geeft hij je een schouderklopje en zegt hij: goed gewerkt vandaag. Dan is hij heel persoonlijk.”

Dat vinden ook de masterstudenten in het werkcollege. “Hij heeft niet gelijk zijn antwoord klaar, maar luistert echt naar wat je zegt,” geeft een van de studenten aan. Een tweede zegt: “Hij schept een vertrouwensband, en geeft zo iedereen de ruimte om mee te doen.”

Voor die vertrouwensband neemt Abma de tijd, hij luncht uitgebreid met ze aan de lange tafels van de kantine in het Minnaertgebouw. “Uiteindelijk zijn alle studenten individuen,” zegt hij, “en zo moet je ze ook behandelen. Op die manier kun je ook de dynamiek in de groep bevorderen. Daar ben ik in de loop van de tijd steeds meer aandacht aan gaan besteden.”

Aanstekelijk

Minstens zo belangrijk is Abma’s aanstekelijke enthousiasme. Daarvan werd hij zich pas goed bewust toen zijn colleges enkele jaren geleden voor het eerst op video werden opgenomen.

“Natuurlijk wist ik dat wel van mezelf, dat ik enthousiast kan zijn. Maar op die opnames zag ik ook dat ik snel praatte, heel associatief was en snel bewoog. Het is wel confronterend om jezelf zo terug te zien. Maar ik realiseerde me ook dat ik juist dat moest inzetten als middel om de groep mee te krijgen. Dik het maar aan, als dat je sterke punt is.”

Redding

Als student vond Abma niet onmiddellijk zijn draai binnen de psychologie. Dat hij op aanraden van een medestudent bij de afstudeerrichting cultuurpsychologie belandde noemt hij achteraf ‘zijn redding’. Abma: “De echte lol van het studeren ben ik pas in gaan zien in de studentenbeweging. In studiegroepen lazen we dingen die niet in het standaardpakket zaten en zo kwamen we tot nieuwe inzichten. Nu wordt het leuk, dacht ik.”

Maar docent worden, dat was nooit de bedoeling: “Ik ging psychologie studeren omdat ik geen taal wilde doen. Dan zou ik leraar worden, en dat waren mijn vader en mijn grootvader ook al. Dat wilde ik niet. Maar het heeft niet geholpen: ik sta nu al mijn hele werkzame leven voor de klas en ben nog steeds een talenmens!”

CV – Ruud Abma

1951 Geboren in Gorssel

1969 Studie psychologie in Nijmegen

1986 Onderzoeksaanstelling Universiteit Utrecht

1990 Promotie op het proefschrift Jeugd en tegencultuur

1990 Universitair docent Algemene Sociale Wetenschappen

2011 Publicatie van het boek Over de grenzen van disciplines, plaatsbepaling van de sociale wetenschappen

 

© 2014