Tijdens de verhuizing van Sterrenkunde zat een masterstudent nog een tentamen te maken
 
Reageer

Na 370 jaar afscheid van Sterrenkunde (2)

Vandaag neemt De Utrechtse Sterrenkunde na precies 370 jaar afscheid. Volgens Christoph Keller zal het vertrek de universiteit weinig geld opleveren. De master verdwijnt definitief na het afstuderen van de huidige studenten. Bacheloronderwijs blijft, maar kan volgens emeritus hoogleraar Henny Lamers zonder onderzoek niet van goede kwaliteit zijn. Dit is deel 2 over het vertrek van Sterrenkunde. Gisteren publiceerden we deel 1 met een terugblik.

The International Review Board was very impressed with the clear vision of the Utrecht University administration regarding (the future of) the astrophysics group. Aldus het lovende oordeel over het Utrechtse college van bestuur, zoals de visitatiecommissie van het Nederlands sterrenkundig onderzoek dat eind 2010 aan het papier toevertrouwde. Nog geen half jaar later stemde datzelfde college in met het besluit van het nieuw aangetreden faculteitsbestuur om Sterrenkunde in Utrecht op te heffen.

Christoph Keller, de laatste directeur van het Sterrenkundig Instituut, kan nog steeds geen enkel begrip opbrengen voor het besluit, dat voor hem en zijn collega’s volledig onverwacht kwam. Aan de kwaliteit van het Utrechtse onderzoek en onderwijs kan het niet liggen, denkt hij, iets wat trouwens door het bestuur van de Bètafaculteit wordt beaamd, maar wat dan wel de reden is? Hij heeft geen idee.

Met de rug tegen de muur
Gerrit van MeerDesgevraagd legt decaan Gerrit van Meer van Bètawetenschappen uit dat zijn faculteit begin vorig jaar met de rug tegen de muur stond. “Wij moesten 100 fte bezuinigen en dus onderzoeksgroepen opheffen maar welke? We konden naar mijn mening alleen een verantwoorde keuze maken als we eerst een helder profiel voor de faculteit zouden ontwikkelen. We hebben na lang wikken en wegen gekozen voor drie zwaartepunten (Science for Sustainability, Molecular Life Sciences en Foundations of Natural Sciences) met als gevolg dat gebieden zoals Sterrenkunde, die aan de rand van dat profiel zaten, het slachtoffer zijn geworden.

"Ik geef toe dat de beslissing wat wel en niet tot de kern van dit profiel hoort tot op zekere hoogte arbitrair is. Sterrenkunde maakt net zo goed deel uit van Foundations of Natural Sciences als Wiskunde en Theoretische Fysica. Maar Wiskunde kun je als taal van de wetenschap in een bètafaculteit niet missen en Theoretische Fysica is meer verknoopt met andere delen van de fysica. Die twee disciplines vonden we belangrijker voor ons profiel dan Sterrenkunde.

Flink investeren
“Bovendien hebben we in ieder specifiek geval ook goed gekeken naar speciale omstandigheden. Ik denk dat Christoph Keller en ik daarover van mening verschillen, maar naar mijn mening konden we Sterrenkunde in samenwerking met de Stichting Ruimteonderzoek Nederland (SRON) alleen op internationaal topniveau voortzetten als we er flink in zouden investeren. En dat geld is er niet. De sterrenkundigen zeiden: dat is niet nodig, maar dat was niet mijn oordeel.”

Keller is het op dit laatste punt inderdaad niet met Van Meer eens. Sterker nog, hij vermoedt dat het opheffen van Sterrenkunde de faculteit niet zal helpen het financiële gat te dichten. “Wij hadden aanzienlijk meer dan vijftig procent externe financiering en ook onze promovendi leverden de faculteit behoorlijk wat geld op. Dat extra geld valt nu allemaal weg. De faculteit moet bezuinigen, maar ik durf er wat om te verwedden dat over twee jaar zal blijken dat de UU aan ons vertrek geen stuiver heeft overgehouden.”

Een weddenschap gaat Van Meer niet aan, maar zegt hij, “dat het opheffen van Sterrenkunde ons geen geld zal opleveren, bestrijd ik. Elke groep aan de universiteit kost geld, al was het maar door de vaste voet waarop ze volgens het verdeelmodel recht hebben en door de ruimte die ze gebruiken. Dat geld besparen we sowieso. Er zijn meer groepen bij mij gekomen met de opmerking: ‘wat ben je dom bezig want wij zijn de grootverdieners van de universiteit’, maar daar ben ik het nooit mee eens geweest. Natuurlijk kost het vertrek van een groep in het begin extra geld vanwege de noodzakelijke afvloeiingsregelingen, maar op termijn levert het eigenlijk altijd een besparing op.”

Een gevoelige slag
Een belangrijke nadelige consequentie van het opheffingsbesluit is volgens Keller dat ook de Stichting Ruimteonderzoek Nederland (SRON) hoogst waarschijnlijk op termijn uit Utrecht vertrekt. “Gevolg is niet alleen dat er zo’n 200 high-tech banen voor de Utrechtse regio verloren gaan, het vertrek van SRON is ook nadelig voor de klimaatonderzoekers van de UU die voor hun satellietobservaties van het aardoppervlak nauw met de specialisten van SRON samenwerken. En klimaatonderzoek is toch een Utrechts zwaartepunt? Nee, uit alles blijkt dat het opheffen van Sterrenkunde een ad-hoc beslissing is geweest.”

Ook voor het onderwijs in de natuurkunde zal het vertrek van sterrenkunde een gevoelige slag betekenen, aldus Keller. “Veel studenten kiezen voor de studie natuur- en sterrenkunde vanuit een fascinatie voor sterrenkunde. Later gaan ze vaak een andere kant op, maar zonder sterrenkunde zouden ze nooit zijn gekomen. Zullen die studenten straks ook nog voor Utrecht kiezen? Ik betwijfel het.”

Kosmologie
Ook op deze beide punten betoont Van Meer zich een optimist. “De samenwerking met SRON op het gebied van het klimaatonderzoek wordt gewoon voortgezet. Die is onafhankelijk van de locatie van SRON. En wat het onderwijs betreft, wij houden het bacheloronderwijs in de sterrenkunde overeind, dus ik zie niet in waarom studenten natuur- en sterrenkunde straks niet meer voor Utrecht zouden kiezen.

“Het klopt dat er nu buiten SRON geen onderzoek meer is, maar voor de bachelorfase is dat naar mijn mening ook niet strikt nodig. We hebben met SRON afgesproken dat zij docenten leveren, terwijl een vak als kosmologie, dat momenteel ook binnen de natuurkunde een groeiend onderzoeksgebied is, heel goed mede door theoretisch fysici kan worden gegeven. Ik ben er van overtuigd dat wij in de bachelorfase een volwaardig onderwijsaanbod in de Sterrenkunde kunnen blijven verzorgen en ik ben dan ook niet bang voor een teruglopend aantal studenten.”

Veredeld middelbare school onderwijs
Henny LamersEmeritus-hoogleraar Henny Lamers gelooft daar niets van. “Een bacheloropleiding sterrenkunde zonder onderzoek? Dat kan helemaal niet. Dat wordt veredeld middelbare school onderwijs. En trouwens, het faculteitsbestuur gaat er wel heel gemakkelijk vanuit dat er docenten Sterrenkunde van elders kunnen worden ingehuurd, maar ik betwijfel of dat gaat lukken. Docenten van theoretische fysica? Hoe kun je goed onderwijs in een vak geven als je dat vak niet zelf beoefent? Ik ben daar zeer pessimistisch over. De Utrechtse opleiding werd algemeen gezien als de beste sterrenkunde opleiding in Nederland. Dat is met deze beslissing in één klap voorbij.”

 

Op donderdag 5 april zullen in het Academiegebouw enkele publiekslezingen zijn van onder meer Ed van den Heuvel en Kees de Jager. Aanvang is 19.30. Bovendien zal het portret van Minnaert officieel aan de universiteiten worden teruggegeven. Op 6 april is er op Sonnenborgh een speciale kijkavond. Aanvang 19.30. Toegang 5 euro.

© 2014