Reageer

Nederlands of Engels op de werkvloer? That's the question

In hoeverre redden buitenlandse docenten aan de UU het met Engels? Of moeten ze toch ook de Nederlandse taal beheersen om volledig mee te draaien? Drie collega’s die de grens zijn overgestoken over de rol van het Nederlands in hun werk.

De Onderwijsparade van vandaag staat in het teken van de internationalisering van de Universiteit Utrecht. Eén van de doelen van het internationaliseringsbeleid is om meer medewerkers uit het buitenland naar Utrecht te lokken. In 2020 moet het aantal collega’s van over de grens met 30 procent zijn gestegen.

Dat heeft nogal wat gevolgen voor het taalbeleid aan de UU. Een vraag waarover de universiteit zich buigt, is hoeveel onderwijs in het Engels gegeven moet worden en in hoeverre Engels ook de voertaal moet worden op de werkvloer. Docent-onderzoekers van de UU Saskia Arndt, Andrei Petoukhov en Damián Zaitch over de rol van het Nederlands in het onderwijs en onderzoek, bij vergaderingen en de koffieautomaat.

Bioloog Saskia Arndt van Diergeneeskunde verruilde Duitsland voor Nederland:
'Ik vind het belangrijk om de taal te spreken van het land waar je woont'

Docent-onderzoeker Saskia Arndt verliet in 2005 Duitsland “vanwege de mooie baan die ik kreeg aangeboden in Utrecht”. Bij haar sollicitatiegesprek werd gevraagd of ze bereid was de Nederlandse taal te leren - een vereiste was het echter niet.

Toch besloot ze direct om het Nederlands onder de knie te krijgen. “Ik vind het leuk een vreemde taal te leren. Persoonlijk vind ik het ook belangrijk dat je de taal kent van het land waar je woont. Niet alleen voor een goede onderwijsparticipatie, maar ook om bijvoorbeeld grapjes van collega’s te begrijpen. Daarnaast vind ik het belangrijk te weten wat er in de maatschappij en op de universiteit gebeurt.”

Dat alle werkoverleggen altijd in het Nederlands zijn, heeft de bioloog nooit een probleem gevonden. “Dat was voor mij juist een stimulans om de taal snel te leren. Als ik iets niet snapte, vroeg ik om uitleg.”

Arndt zit al een aantal jaren in de faculteitsraad van Diergeneeskunde en is nu voorzitter van de personeelsgeleding. Met haar collega’s van andere faculteitsraden overlegt ze of medezeggenschappers in het Engels moet vergaderen. “Het Engels is voor de meeste mensen niet de moedertaal dus ik denk dat we goed moeten nadenken voordat we discussies over belangrijke onderwerpen in een andere taal gaan voeren. Zelf denk ik dat we daar praktisch mee moeten omgaan.”

Een min of meer logisch gevolg van de wens van de universiteit om internationaler te worden, is dat de Engelse taal een meer prominente rol krijgt. Arndt vindt dat een goede zaak zolang duidelijk is waarom.

Bij Diergeneeskunde is het onderwijs nu nog voornamelijk in het Nederlands. Op zich niet vreemd als je bedenkt dat de meeste studenten als dierenarts gaan werken in Nederland. "Daarvoor moeten ze goed kunnen communiceren in het Nederlands."

De faculteit wil onderzoek en onderwijs meer integreren. "Omdat de onderzoekstaal Engels is, zullen studenten vaker met deze taal te maken krijgen. Meer Engelstalig onderwijs kan er voor zorgen dat meer buitenlandse studenten naar Utrecht komen en dat kan de wereld van de Nederlandse studenten weer vergroten. De Nederlandse studenten zouden dan misschien ook vaker een carrière in het buitenland overwegen.”

Arndt vindt het belangijk om als wetenschapper het contact met de maatschappij te houden. “Ik vind het mijn maatschappelijke taak om aan iedereen uit te kunnen leggen wat mijn onderzoek - dat onder meer met belastinggeld is betaald -  inhoudt. Om dat goed te kunnen doen, moet ik de Nederlandse taal beheersen.”

Schei- en natuurkundige Andrei Petoukhov komt vanachter het IJzeren Gordijn:
'Ik heb het Nederlands van Philip Freriks geleerd'

Nee, een cursus Nederlands heeft hij nooit gedaan. Daar had en heeft Andrei Petoukhov van het Debye Instituut voor Nanotechnologie geen tijd voor. “Ik heb ook geen talenknobbel”, zegt de man die geboren en getogen is in de Sovjet Unie. “We kregen Duits en Engels omdat we de taal van onze grootste vijanden moesten leren. Dat was niet echt een stimulans voor mij”, lacht hij.

Na twintig jaar in dit land spreekt Petoukhov een aardig woordje Nederlands al heeft zijn tong nog wel enige moeite met lastige lettercombinaties. “Ik heb de taal vooral van Philip Freriks geleerd door het achtuurjournaal te kijken. Zo’n tien jaar geleden vroeg ik mijn collega’s en studenten om nog uitsluitend Nederlands met mij te praten. Dat was voor hen soms best lastig, want zodra ze horen dat je uit het buitenland komt, schakelen ze over op het Engels. Die taal gaat ze ook gemakkelijk af."

Hoewel hij merkt dat collega’s en studenten het geen enkel probleem vinden om Engels te praten, vindt hij het belangrijk om de Nederlandse taal te spreken. “Door in het Nederlands te praten voel je je meer betrokken bij elkaars leven. Je voelt je persoonlijk ook meer verbonden met de cultuur van het land, want taal maakt daar onderdeel vanuit.”

In het onderwijs rukt het Engels op. Dat vindt Petoukhov ook wel logisch omdat Engels de taal van de exacte wetenschappen is. “Alleen in het eerste jaar zijn veel vakken nog in het Nederlands, maar hoe verder je in je studie komt, hoe vaker je les krijgt in het Engels. Ik laat mijn studenten vaak kiezen in welke taal ze hoorcollege willen krijgen als er geen buitenlanders in de zaal zitten. Maar tijdens werkcolleges spreek ik Nederlands, dan voel ik me dichter bij de studenten staan.”

Voor zijn onderwijs en onderzoek heeft Petoukhov, die tussen 2009 en 2014 directeur van het Debye Instituut was, de Nederlandse taal niet echt nodig. Maar als het gaat om beleidsstukken van de UU of de medezeggenschap dan is het toch wel handig dat hij de taal spreekt. “Er komen steeds meer collega’s vanuit het buitenland en meestal wordt er in twee talen gecommuniceerd, maar soms wordt het Engels nog weleens vergeten op dit niveau. Dat is voor de buitenlandse collega’s niet fijn.”

Criminoloog Damián Zaitch stak de Atlantische Oceaan over
'Als je geen Nederlands spreekt, kun je niet meebeslissen'

“Als je geen Nederlands spreekt, ben je een outsider tijdens bestuurlijke overleggen”, zegt Damián Zaitch die zijn roots in Argentinië heeft liggen. Of het nu gaat om de medezeggenschap, de sectievergadering, of andere facultaire- of departementale politieke overleggen: als je de Nederlandse taal niet machtig bent, kun je nergens over meebeslissen.”

De criminoloog bij Rechtsgeleerdheid vreest dat goede collega’s uit het buitenland weer snel zullen vertrekken als ze niet op bestuurlijk niveau kunnen meepraten. “Daarom zou er op meer fronten en niveau’s overleg in het Engels moeten zijn.”

Volgens Zaitch zou het ook niet zo’n probleem moeten zijn om het Engels de meer gangbare taal te maken binnen de faculteit. Voor het onderzoek vindt hij het belangrijk dat op wetenschappelijk gebied veel meer met het buitenland moeten worden samengewerkt. “Nederland heeft maar een klein wetenschappelijk leven, dus als je als wetenschapper ambities hebt, moet je ook naar het buitenland kijken. Dan moet je ook meer buitenlandse collega’s aantrekken en dus meer Engels op de faculteit spreken.”

Het departement in de binnenstad is misschien niet representatief voor de hele universiteit, zegt Zaitch. “Er werken hier voornamelijk Nederlanders. In de jaren 90 promoveerde ik bij sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Daar werkte een hele internationale groep onderzoekers en werd er eigenlijk altijd Engels gesproken. Ik ben nu coördinator van een Engelstalige master. We hebben afgesproken dat Engels de voertaal is. Maar als een Nederlandse docent na een college een gesprek heeft met Nederlandse studenten, dan gaat dat toch vaak in het Nederlands. Ik kan me wel voorstellen dat ze het raar vinden om dan Engels te praten.”

Zaitch woont inmiddels zo’n 25 jaar in Nederland. “Ik ben ook niet een onderzoeker die uit het buitenland is gehaald ofzo. Ik heb mijn master in Barcelona gedaan en die universiteit maakte onderdeel uit van een netwerk waarin de Erasmus Universiteit zat. In Nederland zag ik toen goede kansen om te promoveren.

“Via de UvA en weer het Erasmus, ben ik zo’n zeven jaar geleden naar Utrecht gekomen. Ik ben in Nederland gebleven, omdat ik de sfeer op de universiteiten aardig vind. Mensen zijn minder competitief dan in het buitenland en aardiger tegen elkaar. Het is een prettig land om te wonen. Ik ben dan ook een migrant.”