Reageer
afbeelding van Kaj Hendriks

Standje racemodus

Na een zware selectieprocedure weet Triton-roeier Kaj Hendriks nu zeker dat hij in een Olympische boot zit. Hij is er klaar voor. Tondeuse erover en gaan maar.

“Time flies, when having fun.” Nou, ook als je wat minder plezier hebt, kan ik vertellen. De spanning rondom de selectie van de roeiers die in Londen in ‘de vier zonder’ mogen plaatsnemen, was om te snijden. De verschillen tussen de roeiers tijdens het seatracen waren uitermate klein, tienden van seconden. (Voor het concept van seatracen, lees dit Volkskrantartikel red.)

Misschien vond ik dit nog wel spannender dan de halve finale tijdens het WK vorig jaar. Iedere ochtend en iedere middag op scherp staan om te racen, want wellicht ben jij de volgende die geracet zal worden. En verder wachten op de officiële uitslag die gecommuniceerd wordt via een whiteboard.

“Psychologie van de bovenste plank”, want er zijn weinig situaties waarin je teamgenoten zo snel kunnen veranderen in je tegenstanders. En als je denkt even rustig te kunnen slapen tussen de races, lig je wakker door de adrenaline die door je lijf blijft gieren of je schrikt een half uur later bezweet wakker.

De races duurden lang, heel lang, maar toch gaat alles blijkbaar snel in zo’n Olympisch jaar. Die hele selectieprocedure ligt namelijk alweer twee weken geleden achter me. Onze rustperiode werd door de coaches slim verpakt in het weekje wachten op de uitslag, zodat iedereen vanaf dag één na de volledige bekendmaking scherp en weer fit zou zijn. Scherp en fit om het volgende trainingskamp – waarvandaan ik dit heb geschreven - succesvol te volbrengen.

Het gebruik van de tondeuse voor vertrek naar een trainingskamp is min of meer een gewoonte geworden, zeker vanaf het voorjaar als het wedstrijdseizoen begint. Het apparaat gaat dan steevast in standje racemodus. Los van het feit dat je je warmte beter kwijt kunt en je nooit voor de spiegel hoeft te staan, voelt het goed om als een soort militair ten strijde te kunnen trekken en je training of race fel en agressief in te vliegen. Het mooiste zou zijn als het ook nog een beetje angstaanjagend was voor de tegenstander, maar aangezien mijn vriendin mijn geschoren hoofd meestal wel leuk vindt, twijfel ik daaraan.

Maar goed, over vijf weken gaat de tondeuse er weer overheen, want dan moet er echt gepresteerd worden. Tegen die tijd bevinden we ons in Belgrado om tijdens de eerste wereldbekerwedstrijd daar aan de vormbehoudseis van het NOC*NSF te voldoen. Eindigen we daar in de top tien, dan zijn we zeker van een ticket naar Londen. Lukt dat niet, maar daar gaan we niet vanuit natuurlijk, dan is er op de tweede wereldbekerwedstrijd in Luzern nog een tweede kans om een vormbehoud te tonen.

Ondertussen kijken we ook al verder, want vijftien weken (tot aan de start van de Olympische Spelen) is eigenlijk ook heel kort. Ons rest nu nog die eindsprint na een periode van een aantal jaren keihard trainen en laat sprinten nou net ons ding zijn, dus ik kan niet wachten …

© 2014