Reageer
afbeelding van Dieudonnée van de Willige

Progressie

Dieudonnée van de Willige is de eerste campuscolumnist van de Universiteit Utrecht. Haar winnende column speelt zich af in het kleinste kamertje van een studentenhuis.

Het studentenwezen is als een slepende ziekte. Sommige symptomen zijn onvermijdelijk, andere zijn – hoewel gerelateerd – slechts weggelegd voor een selecte groep (on)gelukkigen. Studieontwijkend gedrag valt in de eerste categorie, de studie laten liggen voor een actief verenigingsleven in de laatste. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en het studentenleven openbaart zich op de meest onverwachte momenten. Zoals elke ziekte kent ook het studentenwezen vele stadia, al was mijn ziektebeeld tot nu toe weinig progressief.

Het is dinsdagochtend, rond 04.30, als ik in pyjama op de wc zit en mijn twee huisgenoten hoor thuiskomen. Huisgenoot A. is lid van Veritas en huisgenoot B. van Unitas, maar beiden zijn betrokken bij de introductietijd van hun vereniging. Nu ze tweedejaars zijn, is het hun moment om te schitteren: eindelijk mentor van een groepje nieuwelingen. Over de introductie wordt niet gesproken, maar op onchristelijke tijdstippen als deze winnen enthousiasme en de nodige glazen wijn het van mores. Een uitgelezen kans op een kijkje in de keuken voor een buitenstaander als ik? Eerlijk gezegd was ik liever weer in bed gekropen, maar nu zit ik als bevroren op de koude wc-bril.

Huisgenoot A. begint haar verhaal en vertelt over de biersancties die ze heeft ingesteld. B. luistert, maar weet al snel de aandacht naar zich toe te trekken. Ondertussen heerst er lichte paniek op het toilet. Zouden ze gezien hebben dat ik hier zit? Een klein rood streepje op de deur pal naast hen verraadt mijn aanwezigheid en bekrachtigt daarmee hun onreglementaire uitwijdingen. Huisgenoot A. en B. overbieden elkaar met steeds heftigere verhalen, ik verroer me niet.

Inmiddels zit ik al zo lang verborgen achter die deur dat ik moeilijk nu pas tevoorschijn kan komen. Met het schaamrood op mijn kaken wacht ik af. Wanneer zouden ze naar bed gaan? Drie kwartier zit ik daar, doodstil en met ingehouden adem. De volgende ochtend rust het juk van de studentenverenigingen op mijn schouders: ik deel hun geheimen en, helaas voor mijn onderzoek, ook hun slaapgebrek. Ik vrees dat een stukje van mij nu bij de Sociëteiten hoort…

Welk stadium dat is? Ontkenning, vermoed ik.

© 2014