De informatiemarkt van de Bachelorvoorlichtingsdag 2016, fotograaf Jos Kuklewski
 
Reageer
afbeelding van Mariëtte van den Hoven

Authentiek inspireren werkt beter dan voorlichten

Op zaterdag 4 maart staan de deuren van de UU weer wagenwijd open voor studiekiezers. Onderwijsdirecteur Mariëtte van den Hoven vraagt zich af of tijdens deze voorlichtingsdagen wel de juiste informatie op de jongeren wordt overgebracht.

Wie kinderen in het middelbaar onderwijs heeft, weet dat er op een zeker moment de lichte dwang vanuit school komt om je te gaan oriënteren op een vervolgstudie. Je moet en mag gaan kijken bij opleidingen op voorlichtingsdagen, meelopen en uiteindelijk als je denkt te weten wat je wilt gaan doen, een matching aanvragen bij een opleiding.

Voor wie al jaren in die wetenschap werkzaam is en erg enthousiast is voor haar vak, lijkt het een peulenschil om dat enthousiasme over te dragen. Toch blijkt in de praktijk dat veel collega’s het lastig vinden om de juiste toon, de juiste voorbereidingen en de juiste mensen te vinden om een goed verhaal te vertellen en studenten naar de opleiding te trekken.

Voor sommige opleidingen doet dat er wellicht ook niet toe; ze komen toch wel rechten, geneeskunde of psychologie studeren en wellicht speelt reisafstand tot de universiteit vaak een belangrijker rol dan de kleur van de opleiding. Maar voor kleine opleidingen wiens bestaansrecht afhankelijk is van het werven van studenten, worden docenten indringend deze vragen gesteld. Hoe trek je immers studenten naar de opleiding?

Sommige docenten zijn natuurtalenten: ze gaan staan, weten met welke vragen hun publiek in de zaal zit en hebben de vaart er redelijk in. Iedereen verlaat aan het eind van de voorlichting met een voldaan gevoel de zaal. Anderen zijn net iets te laat bij de zaal, morrelen net iets te lang aan de techniek of hebben een PowerPoint presentatie waar je ‘u’ tegen zegt, maar waarbij menigeen uiteindelijk toch gapend wegloopt.

Docenten zin geen voorlichters
Voorlichten is een vak! Dat weten we al een tijdje, maar toch ligt het vaak op het bordje van de docenten; zij moeten aanwezig zijn, informatie geven en aankomende studenten enthousiasme overbrengen voor hun vak. Dat voorlichten gaat met ups en downs. Want een websitetekst is geen wetenschappelijk artikel en voorlichten is iets anders dan een congrespresentatie of college. Bovendien ben je mede afhankelijk van de beschikbaarheid van collega’s en studenten en is er niet altijd een goede chemie tussen het team en de aanwezigen.

Het grootste probleem is vaak dat je zelf geen idee hebt wat aankomende studenten het meest aanspreekt in je opleiding: het is niet de hoogleraar met de mooie grants die studenten aantrekt, maar soms eerder het feit dat je een kleine opleiding bent en dus veel persoonlijke aandacht krijgt als student. Of dat je heel maatschappelijk gericht bent, of juist heel erg breed en nog veel keuzen voor carrièreperspectieven openlaat. Voor de één is een baanperspectief belangrijk, waar de ander puur vanuit belangstelling gaat studeren.

Het zijn soms dingen die je zelf helemaal niet kunt bedenken, of dingen waar je zelf geen invloed op hebt. Als er een spannende tv-serie komt over forensisch onderzoek zal geheid de belangstelling voor die opleiding groeien. Of als in de krant staat dat er een groot tekort dreigt aan bepaalde beroepsbeoefenaars en die baan bovendien goed betaalt, zal dit ook een aanzuigende werking hebben.

Hoe weet je als docent de studenten op de juiste manier aan te spreken zonder dat je veel van deze voorkennis hebt? Sterker nog, communicatieadviseurs overstelpen hen vaak met allerlei informatie over wat er (ook) nog gezegd dient te worden en maar al te vaak moet na afloop van een voorlichting geconcludeerd worden dat het toch iets beter kan de volgende keer.

Docenten zijn wel geïnspireerd
Ik vond het dan ook heel verhelderend om tijdens een presentatie van een adviesorganisatie te horen dat een keuzeproces van aankomende studenten (kiezers) begint bij het inspireren en niet het informeren. De ellenlange slides met voorlichting over het programma in de bachelor of master doen er dus eigenlijk niet zo erg toe.

Inspirerend vertellen over de passie van je vak, waarom dit vak het leukste is dat je ooit had kunnen kiezen. En waarom je het naar je zin hebt bij de afdeling waar je werkt, en de colleges boeiend zijn, zowel voor docent als student. Dat verhaal kunnen veel docenten misschien wel vertellen, want het blijft dicht bij henzelf. Laten we het authentiek inspireren noemen. Voorlichting als inspiratiebron. Het voorkomt een eindeloze zoektocht en het op tenen lopen tijdens voorlichtingsdagen, want elke docent kan inspirerend werken op zijn of haar eigen manier.

Als dit werkt, halen we wellicht de angel uit voorlichting en moeten we alleen maar hopen dat studenten niet alleen pragmatisch kiezen voor baankansen, maar durven kiezen voor wat hen zelf inspireert en boeit. We’ll keep our fingers crossed bij de komende bachelorvoorlichting in maart!