Reageer
afbeelding van Marian  Joëls

Nipped in the bud

Voor wie een carrière in de wetenschap ambieert, is het zinvol na zijn promotie een tijdje naar het buitenland te gaan. Helaas zijn er tal van drempels die het steeds moeilijker maken dit te realiseren, zo constateert columniste Marian Joëls.

 Wat doe je als je jong en veelbelovend bent en verder wilt in de wetenschap? Dat is een vraag waar veel onderzoekers zo’n jaar voor hun promotie mee worstelen. De default mode was altijd om dan een tijdje naar een goed instituut in het buitenland te gaan en met een paar toppublicaties weer terug te keren naar het vaderland. In de jaren zeventig van de vorige eeuw wachtte dan een goede baan op je, maar al in de tachtiger jaren werd het een stuk lastiger en zat men thuis niet op je te wachten. Gooi een steen in een vijver en het zal eerst wat rimpelingen in het water veroorzaken waarna het wateroppervlak tot rust komt en niet te zien is dat er ooit een steen is geweest. Zo gaat het ook met diegenen die Nederland verlaten: als je de contacten niet onderhoudt, sluit het wateroppervlakte zich weer keurig boven je hoofd en zijn er anderen die meer in de spoltlights komen. Gelukkig bestaat tegenwoordig de Veni-subsidie die je in de wacht kunt proberen te slepen; daarmee kan bij terugkomst  je wetenschappelijke bestaan in ieder geval drie jaar verlengd worden.

Even nadenken dus of het echt verstandig is weg te gaan, maar nog steeds is het aan te raden een tijdje naar het buitenland te trekken na je promotie. Tenminste, als je een loopbaan in de wetenschap nastreeft. Een verblijf in de USA is dan zeker een echte aanrader. Waar Europeanen altijd eerst de fout in je plannen proberen op te sporen en gematigd negatief zijn, zullen je Amerikaanse collega’s meteen enthousiast zijn en je het idee geven dat jij de wereld gaat veranderen. Het is echt een verademing en een ervaring die ik iedereen kan aanraden. Als je maar enigszins de kans hebt dit te doen: grijp die kans. Het wordt steeds lastiger om weg te gaan, want straks heb je een baan met verplichtingen, een huis dat verhuurd moet worden als je een tijdje wegbent, een partner met werk in Nederland, kinderen op school enzovoorts.

De meeste promovendi willen dit heus wel. Als ze het goed aanpakken, denken ze eerst na door welk onderwerp ze het meest gegrepen worden, wat in dat onderwerp de beste onderzoeksgroepen ter wereld zijn en hoe ze daar contact mee kunnen leggen. Ook is het altijd aan te bevelen even langs te gaan en de sfeer binnen de beoogde groep op te snuiven. Is dit zo’n groep waar drie postdocs op hetzelfde onderwerp gezet worden en alleen de eerste die het oplost op de publicatie komt? Misschien kun je inderdaad maar zo snel mogelijk wennen aan deze ‘the winner takes it all’ mentaliteit, maar leuk is anders. In ieder geval is het goed om van te voren na te denken of je in zo’n groep wilt werken waar je collega’s je concurrenten zijn en resultaten pas gedeeld worden als ze gepubliceerd zijn.

Uiteindelijk is de keus gemaakt: de jonge onderzoeker weet waar hij of zij heen wil en de groepsleider laat weten dat je welkom bent, mits je je eigen financiering meebrengt. En daar begint de race om het geld: Rubicon, HFSP, Fullbright, Stensen stichting voor de katholieken onder ons, andere privé fondsen; iedere kans wordt aangegrepen. Ik was vorige week in Zwitserland en hoorde tot mijn genoegen dat als je daar je promotietraject redelijk hebt afgerond en naar een goed lab in de USA wilt gaan, de honoreringskansen ruim boven de 50 procent liggen.  Zo niet in Nederland. De NWO Rubicon subsidie stond op de nominatie om afgeschaft te worden maar is voor de poorten van de hel teruggesleept. Het honoreringspercentage is echter rond de 15 procent. Als daarmee alle geschikte kandidaten geld zouden krijgen, zou u mij niet horen klagen, maar de werkelijkheid is anders. Echt goede en hoog gemotiveerde kandidaten zijn allerminst verzekerd van geld. Nipped in the bud. NWO doet haar best maar is vooral bezig om het verlies te minimaliseren in plaats van de winst te maximaliseren. Want waar kun je je geld beter in beleggen dan in het wetenschappelijk vermogen van de toekomst?

© 2014