Reageer
afbeelding van Mariëtte van den Hoven

Onbevoegde docenten zijn een structureel probleem

De belofte van de universiteiten dat alle docenten binnen drie jaar een basiskwalificatie onderwijs (bko) zullen hebben is onhaalbaar. Er zijn daarvoor volgens Mariëtte van den Hoven, onderwijsdirecteur bij Geesteswetenschappen, te veel structurele problemen.

"Goed lesgeven is een vak. …. Wie les moet geven op een universiteit kan dit vaak doen zonder daar iets voor te leren” (Metro 5 september 2016). Uit een onderzoek van het Interstedelijk studentenoverleg (ISO) blijkt dat drie op de tien docenten niet gekwalificeerd is.

Aan sommige universiteiten is een basiskwalificatie onderwijs (nog) niet verplicht, waardoor soms minder dan de helft een kwalificatie heeft. De VSNU belooft dat binnen drie jaar docenten wel een kwalificatie zullen hebben, hoewel ze een landelijke ‘eenheidsworst-norm’ niet zien zitten.

Ik was verbaasd over deze belofte: is dit probleem echt weg over drie jaar? Ik geef u drie voorbeelden vanuit de praktijk.

Voorbeeld 1 – Plotseling meer studenten dan verwacht
Ter oriëntatie op een cursus in blok 3 kijkt een docent vast eens in december hoeveel inschrijvingen er zijn. Zijn cursus heeft gemiddeld 60 studenten, dus twee werkgroepen. Alles is voorbereid. Nu blijkt tot zijn schrik dat er ineens 105 studenten zijn ingeschreven, dit betekent twee werkgroepen extra. Alle collega’s zijn bezet, dus besluit men studentinzet of aio’s te gebruiken om het werkgroepprobleem op te lossen. De colleges moeten immers doorgang vinden.

Voorbeeld 2 – Elke twee jaar weer nieuwe docenten
Wie studentinzet geen goede oplossing vindt (en daar valt heel wat voor te zeggen als we het over gekwalificeerd personeel hebben), kampt met een ander probleem: vaste banen worden niet snel gegeven voor de docenttekorten waar opleidingen mee kampen. Het gaat vaak om tijdelijke banen van maximaal twee jaar.

Het zijn veelal net gepromoveerde academici die ook tijdens hun aio-traject weinig kans op een bko hebben gehad. Wie start heeft dus waarschijnlijk nog geen bko, maar gaat deze kwalificatie juist behalen in de twee jaar die voor haar liggen. Echter, twee jaar later start de cyclus opnieuw en komt de volgende lichting docenten.

Voorbeeld 3:  Meer docenten uit het buitenland
Mijn derde voorbeeld: mobiliteit van wetenschappers wordt sterk gestimuleerd; het is een internationale markt waarbij collega’s uit Nederland vertrekken en nieuwe collega’s uit het buitenland onze universiteit komen versterken. Van bko’s hebben zij vaak nog nooit van gehoord, hun onderwijskwaliteiten zijn vaak al wel bewezen in cursusevaluaties. Als een universitair docent, universitair hoofddocent of hoogleraar wordt aangetrokken is de kans groot dat deze als ‘ongekwalificeerd’ te boek komt te staan, maar dat zegt niet per se iets over hun kwaliteiten.

In deze voorbeelden zijn de docenten allen ongekwalificeerd en gaat het om structureel voorkomende problemen. De vergelijking met een kleuterjuf is vaak onterecht, omdat het aan inhoudelijke vakkennis vaak niet ontbreekt. Het zijn eerder de didactische skills en de organisatorische vaardigheden waar het aan ontbreekt, of een visie op universitair onderwijs en de eigen rol daarin.

Het is onzin te denken dat het over drie jaar wel onder controle is. Je trekt niet zomaar een blik docenten open als het over een specialistisch onderwerp gaat. Wat het artikel op scherp zet, is de discussie dat onderwijskwaliteit belangrijk is, en niet alleen stoelt op de kennis van een docent.

Een docent kan heel vakbekwaam zijn in een (gast)college en imponeren met zijn kennis, maar hij moet ook leren om studenten zelf aan het werk te zetten en hen actief laten bijdragen aan werkgroepen, voorbereid en wel. Hij zal ook moeten leren hoe je academische vaardigheden kunt aanleren, en discussies kunnen leiden. “Lesgeven is niet een emmer leeggieten, maar een vuurtje opstoken” vertrouwde een oudere deeltijdstudent (en docent) mij recent toe. Dat  kun je leren; het is een kwestie van didactiek.

Als we niet allemaal in drie jaar een bko kunnen en zullen hebben, wat is dan wel realistisch? Ik denk dat de belofte moet zijn dat we docentprofessionalisering meer serieus gaan nemen en dat je vanaf de eerste prille stappen in het onderwijs tot en met je pensioen uitgedaagd wordt ook daarin steeds stappen te zetten en dat daar ook carrière in gemaakt kan worden.

Of we dat de komende drie jaar gaan redden? Ik hoop het.