Reageer
afbeelding van Mariëtte van den Hoven

Stop met het buitensporig aanstellen van studentassistenten

Bij Geesteswetenschappen lopen te veel studentassistenten rond, vindt Mariëtte van den Hoven. Het zijn pseudowerknemers die vaak te grote aanstellingen hebben en bevoegdheden toebedeeld krijgen die wettelijk niet geoorloofd zijn.

Net voor het kerstreces wil ik toch maar even een onderwerp aansnijden dat de gemoederen in ons departement aardig bezighoudt: de student-assistent. In de talloze cv’s die ik als onderwijsdirecteur bij sollicitatieprocedures door mag nemen, zie ik bijna altijd wel een studentassistentschap tijdens de studie opdoemen.

Voor veel studenten een droombaan
Het is wellicht de droombaan van menig student om betaald te worden en met inhoud bezig te zijn in plaats van drankjes te serveren, doosjes te plakken of websites bij te houden. Voor menigeen kan het ook een eerste stap richting academische carrière zijn. Maar niet voor iedereen. En omdat ons departement buitensporig gebruik maakte van studentassistenten, proberen we dat nu toch in te perken.

Laat ik enkele argumenten  die ik in discussies heb gehoord voor of tegen de inzet van student-assistenten voor u op een rij zetten. De eerste diskwalificeren we maar direct; het afschaffen van studentassistenten in het onderwijs is ‘gewoon verkeerd’. Deze emotionele reactie is sympathiek, maar ik kan er niets mee. Of ‘uit cursusevaluaties blijkt toch niet dat studentassistenten het slechter doen’? Ik kan hier niet uit afleiden wat dit over de kwaliteit van de docent noch over die van de student zegt.

Geven studenten beter les dan docenten?
Een enkeling stelt zelfs dat ‘studentassistenten die werkgroepen begeleiden het beter kunnen dan de docent’. Nu breekt mijn klomp: studenten kunnen het zelf wel? Wat men hier waarschijnlijk bedoelt te zeggen is dat een student met de ervaring van college volgen vers in het geheugen weet wat lastig is, en zo kan hij of zij de vertaalslag misschien beter maken naar wat de student wel en niet weet.

Maar kenmerkt het de goede docent niet dat hij/zij start bij de beginsituatie van de student en juist weet hoe stof optimaal overgebracht kan worden? Is de docent met een bulk aan ervaring, die weet waar (denk)fouten gemaakt worden en die een overzicht heeft dat de enkele cursuservaring ver te boven gaat en die bovendien onderzoekservaring meeneemt naar het onderwijs, slechter of minder geschikt dan een student die net een jaar verder is?

Onbevoegd lesgeven niet gewenst
Het onderwijs geven door studentassistenten druist in elk geval in tegen het landelijk beleid dat we gekwalificeerd personeel voor college willen laten staan. In september, u herinnert het zich vast nog, stond nog groots in de kranten dat te veel onbevoegd personeel college geeft. Het systeem van Basiskwalificaties Onderwijs (bko) en Seniorkwalificaties Onderwijs (sko) is juist bedoeld om docenten aan te sporen didactiek serieus te nemen en onderwijs niet te zien als een congrespresentatie, waarbij het geven van de presentatie belangrijker is dan de vraag of je publiek het ook snapt. Sterker nog, een cursus heeft leerdoelen voor het geheel der delen geformuleerd, en het samenspel tussen hoorcolleges en werkgroepen is van groot belang om de inhoud van de stof te laten landen bij de student.

Klassieke visie op onderwijs
‘Werkgroepen zijn juist heel goed door studenten te geven, hoorcolleges door de expert’. Dit model getuigt van een zekere klassieke visie op onderwijs waar inhoudelijke overdracht blijkbaar alleen in de hoorcolleges plaatsvindt, en herkauwd lijkt te worden in de werkgroepen. Het negeert de mogelijkheid dat onderwijs juist het samenspel is tussen beiden. Hoe weet je of de stof gesnapt wordt, hoe weet je of voldoende nuance, diepgang is geboden als je een student met teksten aan de slag laat gaan? Is het alleen de simpele enkele tekst die men moet behandelen? Dan is het inderdaad een veredelde zelfstudie wat in de werkgroepen gebeurt. Een gemiste kans als je het mij vraagt.

Studenten kunnen toch heel prima practica begeleiden? Daar heb je echt geen duurbetaalde kracht voor nodig.' Het type taak maakt inderdaad wel uit. Als er alleen assistentie verleend wordt bij een computerpracticum lijkt dat van heel andere orde dan wanneer het om inhoudelijke besprekingen gaat. Maar zodra didactiek om de hoek komt kijken ('hoe leg ik iets uit'), is de vraag naar de kwalificaties van de student-assistent opnieuw belangrijk. Hoe duur een kracht is, is van ondergeschikte orde. We moeten niet mee willen gaan in de trend waarin we onbevoegde goedkope krachten prefereren boven de bevoegde counterpart. Dat is de omgekeerde wereld, waar we in allerlei sectoren van de samenleving ook fel tegen gekant zijn.

Studentassistent is pseudowerknemer
Tot slot: een student-assistent is uiteindelijk vaak een pseudo-werknemer die geen fatsoenlijk beoordelingsgesprek heeft, vaak te grote aanstellingen heeft waardoor afstuderen uitgesteld wordt en die bevoegdheden toegeschoven krijgt die wettelijk zelfs niet geoorloofd zijn. Terecht dat men op landelijk niveau klaagt, en hoe goed ze het ook doen en hoe zeer ik hun inzet ook waardeer: dat moet een halt toegeroepen worden.