Reageer
afbeelding van Yanick van  Altena

Studiesucces is integratieprobleem

Hoe kun je als student vanaf dag één hoge cijfers halen? Studentassessor Yanick van Altena denkt dat een goede introductie in de universitaire wereld goed zou kunnen helpen.

Nee, dit wordt geen column over het hypothetische studentenmeldpunt van de PVV. (Ook al brengt de zoekterm ‘studentenmeldpunt’ beangstigend veel zoekresultaten naar boven op Google!) Het onderwerp vandaag is: hoe krijg je als student de hoogste cijfers vanaf dag één, zonder daar al te veel moeite voor te hoeven doen? Een eeuwig probleem!

Begin dit jaar kreeg ik dat probleem op mijn bureau gelegd. Als studentassessor van de faculteit Geesteswetenschappen vertegenwoordig ik ongeveer 6000 studenten van de faculteit (een kwart van de Universiteit Utrecht). Het is best bijzonder, want ik mag alles horen en over alles adviseren. Zelfs sterk vertrouwelijke stukken. Het is ongelofelijk hoeveel waarde de universiteit hecht aan de mening van studenten.

Maar terug naar de vraag. Hoe kan je dan vanaf dag één tienen halen? Het antwoord dat ik steeds krijg van docenten – maar ook van studenten - is: “Dat leer je allemaal gaandeweg wel.” En dat is denk ik het probleem. Want je krijgt dan zéker een mager zesje, omdat je er pas in blok 2 achter komt wat die ene docent bedoelt met ‘de literatuur moet terugkomen in je essay’ en geen voorbeeld geeft. Of dat ‘aanbevolen literatuur’ in feite betekent dat je wel degelijk alles gelezen moet hebben. In ieder geval kun je in blok 2 wel op tijd naar bed, omdat dat je niet meer voor het slapen gaan hoeft te googlen waar die afkorting voor je lokaal voor staat zodat je het gebouw kan vinden. (Eigenlijk is dat ook niet waar, als derdejaars doe ik dit nog regelmatig want er verandert veel.)

Op de middelbare school heb je dat niet. Daar zit je zo’n 20 tot 30 uur per week met klasgenoten in de klas. Daar ken je elke docent en is de drempel laag om wat te vragen. Op de universiteit heb je  minimaal 12 uur contact. En meestal wisselen de mensen (die je nog moet leren kennen). Dus vanaf de eerste dag sta je er helemaal alleen voor! Je bent niet meer in je oude woonplaats. Je hebt enorm geluk als je ouders ook hebben gestudeerd, ook al was het aan een andere universiteit. Samenvattend: je voelt je niet meer ‘thuis’ als je naar de universiteit gaat.

Ik denk dat je als student een gids nodig hebt. Een oudere student die je gewoon whatsappen mag als je geen idee hebt waar je lokaal is. Of die je thuis kan laten voelen in Utrecht, door je te vertellen waar je toch echt eens een broodje moet halen omdat ze daar simpelweg goddelijk smaken. Want een groot deel van ‘studeren’ is wennen aan een nieuwe stad, nieuwe accenten en volwassen worden. Oftewel: een onbekende cultuur waar je in moet integreren. En ook al kom je zelf uit Utrecht, iemand zal je moeten helpen met je integratie in de universiteit. Stel je eens voor wat dat zou doen met je motivatie.

Het leuke aan mijn baantje is dat ze ook luisteren. Laatst kreeg ik te horen dat ze na mijn advies bezig zijn gegaan met een pilot ‘studentmentoren’ en misschien gaat het ooit naar alle opleidingen hier. Bij sommige opleidingen bestaat het al (met succes), maar een hele faculteit? Vingers gekruisd! Toevallig is de pilot bij mijn eigen opleiding, dus ik heb mij gelijk aangemeld. Blok 3 is nu afgelopen. Ik ga mijn eerstejaars vanavond vragen wanneer we samen gaan eten. Ze voelen zich hier al helemaal thuis! Zou dit het antwoord zijn op de vraag?

© 2014