Reageer

Nederland goed in Duitse ranking

De Nederlandse universiteiten doen het redelijk in het ververste deel van de Duitse CHE-ranking. Ze zijn allemaal wel ergens goed in, hoewel er vaak informatie ontbreekt.

De ranking van het Duitse onderzoeksbureau CHE verschijnt ieder jaar in weekblad Die Zeit. De makers willen geen enkele universiteit officieel tot winnaar uitroepen. Ze rangschikken namelijk geen universiteiten, maar vakgebieden. En zelfs daarbinnen verklaren ze niemand tot winnaar: universiteiten kunnen hooguit op bepaalde criteria bij de topgroep behoren.

Ieder jaar verversen de makers een derde van de data, terwijl de rest hetzelfde blijft als in eerdere jaren. De Nederlandse universiteiten kunnen niet aan alle criteria meedoen. Zo blijft de ‘reputatie onder hoogleraren’ buiten beschouwing. “We vragen hoogleraren welke universiteiten zij hoog aanslaan als het om hun eigen vakgebied gaat”, zegt Sonja Berghoff van de CHE. “Daar blijken ze toch vooral universiteiten uit eigen land te noemen. We hebben gekeken of we daarvoor konden corrigeren, maar dat lukte niet. Ook Oostenrijkse universiteiten hebben hier last van.”

Verder namen Nederlandse studenten niet altijd de moeite om de vragenlijst van de CHE in te vullen. “Ze vonden hem te lang”, legt Berghoff uit. “Daardoor was de respons niet overal hoog genoeg.”

Dus ontbreekt soms enige informatie. Neem sociologie aan de Vrije Universiteit: die staat wel in de lijst, maar op geen enkele van zes voorgeselecteerde criteria kan de CHE informatie bieden.

Zulke lacunes maken onderlinge vergelijkingen lastig. Bij de opleiding industrieel ontwerpen krijgt de TU Delft twee groene bolletjes: voor het totaaloordeel over de opleiding en voor de studie-organisatie. Daarin behoort de universiteit dus tot de kopgroep. De opleiding krijgt echter ook twee oranje bolletjes: voor de laboratoria en de internationalisering, die kennelijk middelmatig zijn.

Dezelfde opleiding van de TU Eindhoven krijgt eveneens een groen bolletje voor het totaaloordeel, maar er is geen informatie over de mening van studenten over de organisatie. Voor de ‘internationale oriëntatie’ krijgt de opleiding zelfs een blauw bolletje, wat betekent dat zij zich op dit punt in de achterhoede bevindt. Bij de Universiteit Twente staat alleen een oranje stipje voor de internationalisering en verder zijn de bolletjes leeg. Aan welke TU iemand het best industrieel ontwerpen kan studeren, blijft dus onduidelijk.

Op de website van Die Zeit kunnen studiekiezers ook hun eigen ranglijst samenstellen, waarbij ze allerlei criteria kunnen selecteren: van kamerhuur tot laboratoriumfaciliteiten. Ze krijgen dan een soort schietschijf met universiteitsnamen: hoe dichter bij het middelpunt, hoe meer de universiteit bij hen past.

Overigens cirkelt de Universiteit Maastricht vaak rond dat middelpunt. “Als een universiteit op alle criteria goed scoort, dan mag je misschien wel zeggen dat die bij de beste behoort”, overweegt Berghoff.

Volgende maand zal de Europese vereniging van universiteiten EUA een analyse presenteren van internationale ranglijsten, waaronder die van de CHE. Het blijft lastig om internationaal te ranken, erkent Berghoff. “De oordelen van Duitse, Oostenrijkse en Nederlandse studenten zijn wel vergelijkbaar, maar het is nog niet zeker of pakweg Spaanse en Portugese studenten soortgelijke antwoorden zouden geven. Nog moeilijker wordt het als je een wereldwijd systeem wilt maken.”

© 2014