Paul van Soest, Max Patelski en Frank Steenkamp tijdens het Uithofdebat
 
Reageer

Hoe kan ik zo goedkoop mogelijk studeren?

Studeren is investeren, zegt het kabinet in het wetsvoorstel dat maandag in de Tweede Kamer besproken wordt. Maar je moet investeren in iets waarvan je niet weet wat de kwaliteit is en welke toekomst je hebt. Zo reageerden woensdag de deelnemers aan het Uithofdebat van Studium Generale.

“Ik krijg deze tijden vaak de vraag voorgelegd: ‘wat kan ik studeren?’ en ‘wat is de goedkoopste manier om te studeren?’ Dit zijn voor mij als studieadviseur nieuwe vragen”, aldus Marlies Strieder, studentendecaan van de Hogeschool Utrecht. Strieder is een van de sprekers tijdens het Uithofdebatover 'Hoger onderwijs voor weinig' op woensdag 18 april.

Het debat ging vooral over het wetsvoorstel dat Halbe Zijlstra maandag bespreekt met de onderwijscommissie van de Tweede Kamer. Geen basisbeurs meer voor de master, minder recht op OV, geen regeling meer voor weigerachtige ouders en een aflossingstijd van 20 jaar. Dat zijn de belangrijkste punten uit het wetsvoorstel. Bovendien geldt voor deze wet geen cohortgarantie meer, dat wil zeggen dat de studenten er direct mee te maken en de maatregelen niet pas ingaan bij aankomst van een nieuwe lichting. “Opvallend is dat hbo-studenten voor vier jaar een basisbeurs krijgen en studenten uit het wetenschappelijk onderwijs nog maar voor drie jaar”, aldus Strieder.

Studeren wordt elk jaar duurder. In een sheet laat Strieder zien dat studenten in januari 2004 gemiddeld voor 7.929 euro leenden en  ze 45 euro per maand moesten terugbetalen. In 2011 was dat al 14.657 euro met een terugbetaling van 91 euro per maand. Dat bedrag zal de komende jaren met de invoering van de langstudeerboete en het verdwijnen van de basisbeurs in de master nog meer stijgen. Een panel kreeg tijdens het debat de vraag voorgelegd in hoeverre dat terecht is. Of komt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in het geding?

“Je kunt wel zeggen dat studenten meer kunnen bijdragen omdat ze later veel gaan verdienen, maar de arbeidsmarkt is problematisch”, vindt Frank Steenkamp, hoofdredacteur van de Keuzegids Hoger Onderwijs. “Ik denk dat studenten die een slechte opleiding hebben gehad of een opleiding waarmee ze niets kunnen aanvangen op de arbeidsmarkt in de toekomst hun instelling aansprakelijk zullen stellen. Waarom zijn er zoveel journalistenopleidingen, terwijl er nauwelijks werk is voor deze groep?”

“Probleem is dat studenten een keuze moeten maken voor een duurdere master, zonder dat ze weten wat ze daarvoor krijgen. De kwaliteit is niet transparant”, zegt Steenkamp. Hij constateert dat opleidingen de kwaliteit niet kunnen garanderen. En als je kijkt naar de kosten, is dat evenmin duidelijk gedefinieerd. De prijs van de studie is niet in elke fase even hoog en soms leveren studenten waardevolle bijdragen aan het onderzoek. Dat zou dan volgens hem ook meegewogen moeten worden.

“Studenten kunnen zich niet meer permitteren vertraging op te lopen. Dat legt een zware last bij scholieren die moeilijk al direct na de middelbare school de juiste keuze kunnen maken. Ik zie dat ze vaak eerst een jaar wat anders willen gaan doen voor ze gaan studeren”, zegt Paul van Soest. Hij is student aan de lerarenopleiding van de Hogeschool Utrecht, maar geeft tegelijkertijd al les op een lyceum.

“De toegankelijkheid komt in het geding”, meent Max Patelski, UU-student en bestuurder van studentenorganisatie ISO. “In dit systeem worden bepaalde studenten buitengesloten.” Als voorbeeld wordt de groep deeltijders genoemd die naast hun werk een studie willen volgen. Dat kan straks bijna niet meer.

In het debat staan vooral de centjes centraal. Kunnen alleen de rijken nog een master betalen? Wie moet opdraaien voor de kosten? Zijn er niet teveel masters? “Het gaat om mensen. Geef die de kans om zelf een keuze voor de studie te maken en biedt hen de gelegenheid zich te ontwikkelen, bijvoorbeeld door een bestuursjaar,” meent Tjolina Proost, voorzitter van studentenunie Vidius. “Ik mis de vraag: ‘wat willen we met het hoger onderwijs?’”, stelt ISO-voorzitter Sebastiaan Hameleers die in de zaal zit.

Op de vraag wat er moet veranderen in het nieuwe wetsvoorstel, is het panel duidelijk. “Het beste is dat het kabinet valt voordat deze wet wordt ingevoerd.”

© 2014