Reageer
afbeelding van Anne Sophie Oosterlee

Studentenprotesten anno 2012

Protesteren is voor hippies, dacht Anne Sophie Oosterlee aanvankelijk. Maar na een fietstocht naar Den Haag denkt ze daar anders over. Een persoonlijk verslag.

Als er op televisie beelden werden uitgezonden over actievoerende studenten uit de jaren ’60 en ’70 keek ik daar gewoonlijk met argusogen naar. Je zag ze loom uitgestrekt op en rondom het monument op de Dam liggen, rokend (op z’n minst), drinkend en elkaars haren vlechtend. Actie tegen kernenergie, vrouwenrechten of gewoon tegen de samenleving als geheel.

Voor mij is dit ‘hippiestigma’ altijd een beetje blijven hangen rondom het fenomeen ‘actievoerende studenten’. Hop met z’n allen met een tent een plein bezetten en vooral heel hard schreeuwen. Dit verklaart wellicht dat ik in eerste instantie niet stond te popelen om deel te nemen aan de reeks acties die vorige week georganiseerd werden door het ISO en de LSVb.

Totdat ik een mailtje in mijn inbox aantrof dat mij deed besluiten mijn twijfels overboord te zetten en aan mijn ‘plicht’ als student gehoor te geven. Iets dermate actiefs als een fietstocht van Amsterdam naar Den Haag sprak me toch wel aan. Achteraf bleek het de uitgelezen kans om het nuttige met het aangename te combineren.

Vandaar dat ik mij woensdagochtend met een groepje Utrechtse studenten in een van de treinen die Amsterdam-Zuid binnenrolde bevond. Op het campusplein stond al een groepje medeactievoerders te wachten. Geen hond die laveloos haren vlechtend op een bankje hing met een gitaar op schoot. Men stond er fris en fruitig bij, bekertje koffie in de ene hand, fiets in de andere, uitkijkend naar bekenden, actief PR-beleid uitvoerend, links en rechts mensen groetend.

In twee keurige pelotons werd de tocht aanvaard. De dag kenmerkte zich door een stralend weer, nul lekke banden, zestig afgelegde kilometers en de (voor mij) bizarre ervaring om het Plein in Den Haag op te fietsen onder politiebegeleiding. Ter plekke zijn de door VIDIUS ingezamelde getekende briefkaarten aangeboden aan Tweede Kamerleden en spraken enkele studenten hun zorgen uit over de veranderingen in het hoger onderwijs en specifiek het inkorten van het OV-reisrecht.

Na zonovergoten dag die we met z’n allen beleefd hadden, de vele mensen die aan het eind van de dag enthousiast afnamen met groeten als ‘ik zie je vrijdag, op de Dam! Je bent er bij toch?’ en het vernieuwde besef dat het toch echt heel belangrijk is om een signaal af te geven naar de politiek, niet alleen voor onszelf maar ook voor onze jongere broertjes en zusjes stond het met grote letters in mijn agenda gekerfd: vrijdag Amsterdam, de Dam.

Enthousiast werd ik bij aankomst door bekenden op de schouders geslagen en men informeerde onmiddellijk of ik ook spierpijn had van het fietsen en of ik net als zij voor de grap kussentjes om op te zitten had uitgedeeld aan mijn vrienden. Ineens overal om me heen bekende gezichten.

“Stop het bezuinigingsfetisjisme van de overheid!” riep iemand. Mensen stonden met spandoeken, volgeverfd met leuzen die wellicht iets genuanceerder geformuleerd hadden kunnen worden. Hier en daar hingen mensen rond met biertjes, rokend. Het kon me niet meer deren. Inmiddels had ik het wel begrepen: actievoeren combineert het nuttige met het aangename. Het zorgt voor een gevoel van saamhorigheid en verbroedering. Ineens besefte ik dat ik niet meer met argusogen naar die archiefbeelden kijken kan.

© 2014