Reageer

Rechten gaat keuzes maken

In het departement Rechtsgeleerdheid zijn keuzes in onderwijs en onderzoek onafwendbaar. Een commissie van zwaargewichten zal het bestuur van het departement nog voor de zomer adviseren welke gebieden in de toekomst nog wel en welke niet meer voor nieuwe investeringen in aanmerking komen.

Aanleiding voor het instellen van de commissie is de vrees dat de in het regeerakkoord aangekondigde bezuinigingen op hoger onderwijs de huidige saneringsoperatie van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie (Rebo) in de wielen zal gaan rijden. Afgelopen najaar sloot de faculteit een convenant met het college van bestuur, waarin een bezuiniging van negen miljoen euro in de periode tot 2015 werd afgesproken. Mocht al in 2011 blijken dat dat doel niet haalbaar is, dan dreigt een reorganisatie van Rechten, werd toen afgesproken.

In de vergadering van de faculteitsraad deelde Rebo-directeur Eline den Boer dinsdag 18 januari mee dat de sanering weliswaar volgens plan verloopt en dat er uit financieel oogpunt dan ook geen reden is om nu in te grijpen. Maar om voorbereid te zijn op wat er de komende tijd mogelijk nog aan financiële problemen op de faculteit af kan komen, heeft het bestuur desondanks besloten om voorbereidingen te treffen voor een “kwaliteitsslag ten aanzien van keuzes in onderwijs en onderzoek”, zoals decaan Henk Kummeling het uitdrukte.

Voor dat doel had het faculteitsbestuur aanvankelijk haar hoop gevestigd op een commissie die onder leiding van emeritus-hoogleraar Koers de kwaliteit van het juridische onderzoek in kaart heeft gebracht. Die commissie was echter zo te spreken over wat zij rond het Janskerkhof aantrof dat alle groepen binnen Rechten van haar een 4 of hoger kregen (bij een maximum van 5). Een commissie met daarin onder meer de hoogleraren Franken, Giesen en De Cock Buning krijgt nu de taak om op die hoogvlakte de toppen en dalen in kaart te brengen.

Met de nu aangekondigde operatie loopt Rechten vooruit op een universiteitsbreed project om meer focus in onderwijs en onderzoek aan te brengen. Ook landelijk wordt die discussie op dit moment gevoerd, zei Kummeling met een blik richting de aanwezige economen. “Ten aanzien van economie klinken bijvoorbeeld regelmatig geluiden over een mogelijke taakverdeling en concentratie.

“Daarbij kijkt men in den lande uiteraard ook naar Utrecht als jongste loot aan de stam van economische opleidingen. Het is daarom uiterst belangrijk voor onze economen om een duidelijke keuze te maken voor het specifiek Utrechtse profiel van economie gekoppeld aan inhoudelijke vakgebieden. We moeten hier vooral geen Tilburgje of Rotterdammetje willen gaan spelen.” 

EH

© 2014