Reageer
afbeelding van Schreef

Puur een kwestie van uitwerking

De zonovergoten keuken van het Instituut voor Raeto-Romaanse Talen en Culturen. Terwijl juffrouw Annie ingespannen nadenkt over de naam van een lange stoet hoogleraren in malle jurken (zeven letters), praten Jansen en Meeldraad aan de keukentafel op gedempte toon over het visiedocument voor hun instituut. Dan komt professor Van Dam de keuken binnen.

“Hé professor, al weer terug uit Den Haag? En, heeft u lekker actie gevoerd?”

“Sorry Jansen, hoogleraren voeren niet ‘lekker actie’. Ik heb in de residentie samen met de confrères op kalme en waardige wijze blijk gegeven van mijn ongenoegen met de visie op het hoger onderwijs, of liever gezegd met het volledig ontbreken daarvan, van de heer Halbe Zijlstra.”

“Ja ja, zoiets bedoelde ik ook. En, was de heer Zijlstra onder de indruk?”

“Dat hoop ik wel. Al was het maar vanwege het feit dat ik mijn broze constitutie heb blootgesteld aan de ontberingen van een lange autobusreis.”

“Ach kom, professor, met zijn allen in de bus, dat is toch juist gezellig? Hebben jullie onderweg nog gezongen?”

“Hoogleraren zingen niet, Jansen, en al helemaal niet in de bus. En nu wil ik er geen woord meer over horen, noch over autobussen noch over de vermaledijde heer Zijlstra. Vertel me liever wat Meeldraad en jij in je schild voeren.”

“O, niets bijzonders. We zitten de instituutsraad van vanmiddag voor te bereiden. Ik waarschuw u maar vast: zoals het er nu ligt, kunnen we vrees ik niet met uw visiedocument instemmen.”

“En toen? Je kijkt me aan alsof je verwacht dat ik daar behoorlijk van schrik.”

“Eh, tja, eh, we dachten dat u dat misschien niet zo leuk zou vinden.”

“Ach Jansen, zoals je weet ben ik een democraat in hart en nieren, dus als de instituutsraad niet wil instemmen, dan moet ze dat vooral niet doen. Mijn zegen heb je, zolang ik maar door kan gaan met de uitvoering van de plannen uit het document. En dat kan, want helaas voor jullie heb je op dit stuk geen instemmingsrecht.”

“Hè??? Geen instemmingsrecht??? Hoezo dat?”

“Heel simpel. Ik heb het door de juristen van het college van bestuur laten uitzoeken en mijn visiedocument is volgens hen gewoon een uitwerking van ons Strategisch Plan. Ik weet niet of je je het nog kunt herinneren, maar daar hebben jullie indertijd enthousiast ja tegen gezegd. Dus in feite heb je toen ook ingestemd met mijn magistrale visie op de toekomst van dit instituut.”

“Maar professor, dat is toch nonsens? In uw visiedocument staat dat de afdeling alpiene hoefdieren inclusief de uiterst succesvolle bachelor wordt opgeheven. Dat heb ik in het Strategisch Plan nergens teruggevonden.”

“Precies Jansen. Daarom is het volgens de juristen ook uitwerking. Je weet toch dat het Plan vijf hoofdlijnen telt, waarvan de eerste ‘kiezen voor excellentie in onderzoek’ is?”

“Eh, ja.”

“Nou, waar denk je aan bij excellent onderzoek? Juist, aan mijn onderzoek naar de letter Z in de minnezangen van Rudigeriuz natuurlijk. En aangezien we van het college van bestuur moeten focusseren, is er dus spijtig genoeg geen plaats meer voor al het andere, ook zeer waardevolle, onderzoek binnen dit instituut. Je ziet, het opheffen van alpiene hoefdieren is gewoon een nadere uitwerking van wat al in het Plan staat. Herinner je je trouwens de derde hoofdlijn ‘fungeren als springplank voor talent’ nog?”

“Ja, maar wat heeft dat met het opheffen van alpiene hoefdieren te maken?”

“Kom Jansen, gebruik je fantasie, wil je. Nu zit je als talentvol onderzoeker nog in dit instituut, en straks, poef, ben je weg. Puur uitwerking van het begrip springplank, als je het mij vraagt.”

“Ja, hoort u eens, professor, op zo’n manier kun je alles wat je in zo’n visiedocument zet, wel uitwerking van een hoofdlijn noemen.”

“Goh Jansen, dat is een opmerking die een verrassend grote kennis van het juridisch domein verraadt. Exact wat de juristen van het college van bestuur vorige week tegen mij zeiden.”

© 2014