Reageer

Studenten schrijven geschiedenis

Voor één keer werd het tijdschrift Oud Utrecht gevuld met artikelen van én over Utrechtse studenten. De negen artikelen gaan allemaal over de naoorlogse geschiedenis van het Utrechtse studentenleven en de jeugdcultuur. “Hoe word je IBB’er?”

 

In het café van het Universiteitsmuseum presenteerden docent Maurice van Lieshout en de UU-studenten die het vak Journalistiek Schrijven volgden afgelopen vrijdag hun werk. De onderwerpen variëren  van de alternatieve en niet meer bestaande studentenvereniging Prometheus, het IBB-complex en Theater de Kikker tot een geschiedenis van de Woolloomooloo en van Coffeeshop Sarasani.

Docent en eindredacteur Maurice van Lieshout legt uit hoe het project tot stand kwam: “Het zijn eigenlijk twee initiatieven die bij elkaar gekomen zijn. Ik werd benaderd als docent voor een vak Journalistiek Schrijven bij de studie Nederlands en ik werd door het bestuur van Oud Utrecht gevraagd een nummer met een jongerenredactie te maken. Eén en één werd twee.” Dat het idee goed aansloeg blijkt wel uit het aantal aanmeldingen: van de vijftig studenten van de studies Nederlands en Geschiedenis die interesse toonden, moest de helft teleurgesteld worden.

Op de presentatie is duidelijk te zien wat de achterliggende gedachte achter de jongerenredactie was: op de aanwezige studenten na is het publiek van Oud Utrecht sterk vergrijsd. Bij een aanblik op zoveel jeugdigheid wordt dan ook enthousiast vastgesteld dat ‘de jaren zestig herleven’. Die herleving hoeft niet van korte duur te zijn, Van Lieshout zou het namelijk niet verbazen als enkele studenten vaker mee zullen werken aan nummers van Oud Utrecht: “Ze hebben talent, we gaan het contact zeker vasthouden.”

Bij het onderzoek dat de studenten voor hun artikelen uitvoerden, kwamen de studenten verschillende obstakels tegen. Zo moesten Alyssa Brinkhof en haar medeauteurs bij hun geschiedenis van studievereniging Prometheus 4,5 meter archief uitkammen en bleken de direct betrokkenen het allemaal ook niet meer precies te weten: “De vrouwen van de oprichters wisten nota bene niet eens meer dat hun eigen mannen Prometheus hadden opgericht”, zegt Alyssa.

De obstakels werden overwonnen, en de geschiedenis van Prometheus werd geschreven. Een geschiedenis die overigens niet al te veel successen kent: “Prometheus was anders. Het wilde de kloof tussen studenten en arbeiders dichten door middel van het houden van zomerkampen. Dat is niet echt gelukt, de arbeiders hadden minder zin in die kampen dan de studenten.” De arbeiders kwamen nooit opdagen. In 1970 eindigt het verhaal voor de alternatieve studentenvereniging, en gaan ze op in cultureel jongerencentrum Kreatum.

Niet elke groep studenten had het geluk over zoveel materiaal te beschikken als Alyssa. Theater de Kikker spande de kroon: Wendy de Wild en Eveline Keg zochten naar materiaal dat er niet was, en moesten het bij hun stuk uiteindelijk doen met één schoenendoos aan archiefstukken. Ze waren zo vooral afhankelijk van oral history, interviews met betrokkenen uit het verleden van het theater. Docent Van Lieshout is niet mild in zijn oordeel over de mensen van De Kikker: “Ze hebben geen enkel historisch besef.”

Dat de kloof tussen jong en oud toch niet helemaal gedicht is, bleek wel uit de vragen die de studenten van de oude garde op zich afgevuurd kregen. Zo bleef een oudere dame na de presentatie van Bas van den Boogaart over de geschiedenis van het IBB-complex toch nog met een prangende vraag zitten: “Hoe wordt je IBB’er?”

Het nummer van Oud Utrecht is voor vijf euro verkrijgbaar bij onder meer boekhandel Broese op de Stadhuisbrug.

 

Thijs Kuipers

© 2014