Verhalen met bachelor- en masterstudenten over hun scriptie. Hoe gingen ze te werk en wat gebeurt er met hun onderzoek?

 
Reageer

Populair Zuid-Afrikaans kinderboek weerspiegelt apartheidsideologie

Het is een raar kinderboekje. En naar nu blijkt racistisch. In haar bachelorthesis keerde Riva Godfried (23) het boekje Die Krismiskinders uit 1926 binnenstebuiten. Ze stelt vast dat de vreemde gebeurtenissen in het verhaal de vernietiging van de blanke beschaving voorstellen. De met een 9 beoordeelde scriptie bracht Riva naar Zuid-Afrika, waar ze een half jaar verbleef voor vervolgonderzoek.

Een blank en ongewild kinderloos stel in Zuid-Afrika krijgt van de kerstman drie zeer getalenteerde kinderen. Op een onfortuinlijk moment stelen Boesmans de kinderen. De barbaren stoppen ze in een grot, alwaar de koning van de duisternis van hun talenten wil genieten. De kinderen weigeren te voldoen aan de wens van de koning. Als straf moeten ze voor altijd in de grot blijven.

Die Krismiskinders van C.J. Langenhoven lijkt een ouderwets kinderverhaal, maar Riva Godfried stelde zichzelf de volgende vragen: wat gebeurt hier nu eigenlijk? En waarom? Wat betekent dit verhaal? Aan de hand van die vragen is Riva Godfried voor haar bachelorthesis (pdf) voor Taal en Cultuurstudies het boek minutieus gaan herlezen. Dat deed ze volgens het principe van close reading: een vorm van literaire kritiek die zich uitsluitend baseert op wat er staat geschreven. Ze ontdekte dat dit kinderboek veel vertelde over de koloniale verhoudingen van die tijd en in dit geval over racisme in het bijzonder. Dat maakte haar thesis bijzonder: kinderboeken worden doorgaans over het hoofd gezien als het gaat om literatuuronderzoek naar racisme. Daarbij hield Riva er een onderzoeksstage van een half jaar in Zuid-Afrika aan over én krijgt ze wellicht een wetenschappelijke publicatie samen met een Zuid-Afrikaanse onderzoekster.

Je hebt zelf een Israëlische achtergrond, hoe kwam je erbij om een Zuid-Afrikaans kinderboek onder de loep te nemen?
“Ik heb een aantal vakken gevolgd bij postkoloniale studies en raakte geïntrigeerd door het koloniale verleden van Nederland. In een Israëlische crèche waar ik vrijwilligerswerk deed, las ik aan Noord-Afrikaanse vluchtelingenkindjes een Duitstalige versie van het boek Tien kleine negertjes voor. Dit is hartstikke racistisch, dacht ik toen bij mezelf. Zo kwam ik op het onderwerp racisme in kinderboeken. Mijn begeleidster, met wie het erg goed klikte, weet veel van Zuid-Afrika en heeft daar ook familie wonen. Het bleek dat ze een geschikt kinderboek had klaarliggen, dat ze heel toevallig een keer met kerst cadeau had gekregen.
“Het boekje neemt een redelijk prominente plaats in de Zuid-Afrikaanse jeugdliteratuur in. Je kunt het voor de vorige generatie Zuid-Afrikaners vergelijken met wat de Kameleon-serie voor Nederland was.”

Je concludeert dat het verhaal racistisch is?
“Je moet het schetsen tegen de achtergrond. Het is ‘boerenliteratuur’ en dat was toen het overheersende genre. Die Krismiskinders is voor het eerst uitgegeven in 1926, ten tijde van het Britse regime. In 1913 werd er een wet aangenomen die het de oorspronkelijke bewoners nagenoeg onmogelijk maakte om land te bezitten. Daardoor waren ze gedoemd om rond te zwerven en jagers en verzamelaars te worden. Blanken creëerden daar een ‘witheidsmythe’ omheen: wij, geciviliseerden, kunnen worden aangevallen door de rondtrekkende en aanvallende massa van rauwe, primitieve inboorlingen waardoor onze beschaving in gevaar komt.
“Nadat ik het boek nog eens nauwgezet gelezen had en een intertekstuele vergelijking had gemaakt met Waiting for the barbarians van J.M. Coetzee, concludeerde ik dat de uiterst getalenteerde kinderen de perfecte en geciviliseerde westerse beschaving representeren. De Boesmans nemen die in Die Krismiskinders weg. De kinderen – en dus eigenlijk de beschaving – blijven daarna achter in de grot. De lezer blijft achter met een sinister gevoel waar een waarschuwende les vanuit gaat: stop de barbaren bijtijds."

Waarom de intertekstualiteit onderzoeken tussen een kinderboek uit 1926 en een voor volwassenen geschreven roman van de winnaar van een Nobelprijs voor literatuur Coetzee uit 1980?
“Het doel was om de twee boeken te vergelijken; de wisselwerking te onderzoeken. Er zijn opmerkelijke overeenkomsten tussen de twee boeken. In Waiting for the barbarians wacht een dorp op inheemse barbaren. Daarmee vertoont het thematisch een opvallende gelijkenis, hoewel de barbaren bij Coetzee uiteindelijk níet komen.
“Coetzee is de ideale auteur voor een intertekstueel onderzoek, omdat hij een wetenschappelijke bite aan zijn romans geeft. Hij legt echt de structuur van een heersende ideologie in de maatschappij bloot. Ook bij Coetzee zie je het idee dat met de barbareneen stuk van de geciviliseerdheid verdwijnt. De racistische apartheidsideologie die Coetzee uiteenzet, komt dus in hoge mate overeen met die in kinderliteratuur.”

Wat heeft het eigenlijk voor zin om zo’n oud boekje te onderzoeken op racisme?
“In Zuid-Afrika is men nog steeds heel erg bezig met het verwerken van het apartheidsverleden. Zo worden bijvoorbeeld koloniale straatnamen vervangen door meer pan-Afrikaanse namen. Maar je moet je eigen historie ook begrijpen, niet alleen deleten. Wat ik heb gedaan bij dit boekje, zou je ook op grote schaal bij andere boeken kunnen doen. Op deze manier krijg je meer begrip van de geschiedenis van een land en dat helpt bij het verwerkingsproces.”

In Zuid-Afrika heb je vervolgonderzoek naar dit onderwerp gedaan?
“Voor de bachelor Taal en Cultuurstudies moet je zelf je stage regelen. Ik richtte al mijn pijlen op Zuid-Afrika. Na bergen verzonden mails kwam ik in contact met een onderzoekster van de NWU University die direct enthousiast was. Zij was erg geïnteresseerd in Nederlandse kinderliteratuur en dus hebben we een vergelijkend onderzoek gedaan tussen drie Nederlandse en drie Zuid-Afrikaanse boeken. Onze conclusie is dat de nieuwe Zuid-Afrikaanse kinderliteratuur vaak de multiculturele moraal promoot, maar dat er soms nog een uitglijder wordt gemaakt. Bijvoorbeeld in het boekje Die Muisboot is de aap Koko de bediende. Hij moet worden gezien als een zwarte en zo wordt de lage sociale functie van zwarten bestendigd. Er is geen garantie dat het wetenschappelijke artikel dat ik met de hoogleraar heb geschreven, wordt gepubliceerd, maar er is nog wel kans op. Ik hoop het van harte. In het half jaar dat ik er was, heb ik ook nog een aantal vakken gevolgd. Zoals Afrikaanse taal, poëzie en drama. Dit heeft me erg geholpen bij de theoretische context van het onderzoek.

Wat doe je nu?
“Momenteel doe ik de researchmaster Comparitive Literary Studies aan de UU. Misschien ga ik ooit wel de onderzoekskant uit. Drie jaar op kantoor alleen maar in de boeken zitten om te kunnen promoveren, is misschien wel té. Liever doe ik ter plaatse onderzoek naar volksverhalen of andere Afrikaanse kinderboeken. Ik houd ervan om me met mensen bezig te houden. Het zijn allemaal nog wilde plannen. Volgend jaar eerst nog een keer stage lopen en dan zie ik wel verder.”

Merkte je in Zuid-Afrika nog wat van het apartheidsverleden?
“Ja; in alle facetten van de maatschappij. Vooral in de dorpen. Zoals in Potchefstroom, waar ik studeerde en woonde. Blanken en zwarten gaan naar andere cafés, ze doen andere studies, beoefenen andere sporten – zwarten voetballen; blanken rugbyen – en de armoede ligt bijna alleen maar bij de zwarten.”

Heb je jezelf toch wel vermaakt in Zuid-Afrika?
“Het was natuurlijk geweldig. Ik had een heel gezellig huis op de Potchefstroomcampus; elke vrijdag barbecueden we met alle huisgenoten in de tuin. In de weekenden maakte ik vaak tripjes. Het land is prachtig en ongerept. Naaldbossen, regenwouden, roodgele droge vlaktes, grasvelden, rotsgebergtes – en dat allemaal binnen een paar uur rijden. Zuid-Afrikaners hebben een heel open cultuur waarin gastvrijheid belangrijk is.
“Daar staat tegenover dat sociale groepen nog vrij strak zijn geordend naar huidskleur. De eerste maand dacht ik dat er nauwelijks zwarte studenten waren, tot ik doorhad dat ze naar compleet andere plekken gingen. Aangezien het vaak leek alsof blanken en zwarten zich in een andere cultuur bevonden, kostte het soms wel meer moeite om contact te maken voorbij de ‘kleurbarrière’.”

© 2014