Reageer

De Zijlstra-factor in Utrecht

Het kabinet grijpt fors in om een ambitieuzer studieklimaat te forceren. Er komen harde eisen wat betreft kleinschaliger onderwijs en het aantal contacturen. Wat staat de UU te wachten?

De onderwijsagenda voor de komende jaren is bekend. Studenten moeten meer worden uitgedaagd en sneller afstuderen. Universiteiten en hogescholen moeten daar van Den Haag voor gaan zorgen. De ministerraad ging afgelopen vrijdag akkoord met het pakket van maatregelen dat staatsecretaris Zijlstra neemt.

Om meer studiesucces af te dwingen, krijgen instellingen ruim baan. Zo mag er in sommige gevallen selectie aan de poort plaatsvinden, en mag er een bindend studieadvies voor laterejaars ingevoerd worden.

Het kabinet spreekt van een “forse koerswijziging” die nodig is in het hoger onderwijs. In de strategische agenda wordt geschetst wat universiteiten allemaal moeten doen om een ambitieuzer studieklimaat te creëren. We hebben bij een aantal passages gekeken wat er bij de UU moet gebeuren om dit te bereiken.

Meer contacturen
Het kabinet wil intensiever onderwijs dat meer vraagt van studenten. Opleidingen met minder dan tien contacturen per week “gaan tot het verleden behoren”.

Het kabinet geeft daarnaast aan dat er meer kleinschalig onderwijs moet komen. Zijlstra gaat afspraken maken over de student-stafratio. De landelijke verhouding tussen staf en studenten is bij universiteiten en hogescholen nu gemiddeld 1 staat op 20. Die moet beter van het kabinet, omdat kleinschaligheid het studierendement zou verhogen.

Ook bij studenten en docenten van de UU staan kleinschaligheid en intensief onderwijs hoog in het vaandel. Toch zal een minimum aantal contacturen voor opleidingen met veel studenten een harde dobber worden. De universitaire commissie bachelor-master concludeerde al in 2006 dat een minimaal aantal contacturen, zoals afgesproken bij de invoering van de bama, niet haalbaar is voor studentrijke opleidingen in de alfa- en gammahoek.

Vraag is ook hoe contacturen door het kabinet gedefinieerd worden. Tellen practica of bibliotheekopdrachten mee? Bovendien is het de vraag of docenten wel voldoende tijd hebben om meer college te geven, en of een minimum aan contacturen niet haaks staat op de wens om meer kleinschalig onderwijs te hebben.

Kleinschaligheid
Uit rapportages van de laatste jaren blijkt dat kleinschaligheid - wederom bij studentrijke opleidingen – niet overal aan de UU haalbaar is. Werkgroepen zijn vaak te groot zeggen studenten. 

Een taskforce waar onder meer de decanen van de faculteiten Geowetenschappen, Rebo en Bèta in zitten, heeft onlangs geadviseerd dat het onderwijs in de bachelor kleinschalig en activerend moet blijven en dat de uitgangspunten van het Utrechtse onderwijsmodel overeind gehouden moeten worden. Blijven de studentaantallen hoog en is er geen geld voor extra docenten, dan moet worden geschrapt in het cursusaanbod van de opleidingen, aldus de taskforce. “Er zijn nu 45 bacheloropleidingen maar er is een vakaanbod voor pakweg 100.”

Afgelopen week hebben onderwijsdirecteuren, vice-decanen en beleidsmedewerkers diverse van de adviezen van de taskforce tijdens een heidag verkend. Volgens Leon van de Zande, directeur Onderwijs & Onderzoek, is er onder meer gekeken op welke manier het advies van de taskforce kan worden uitgevoerd in concrete projecten, waaronder de aanpassing van het jaarrooster, dat in Utrecht wel erg lang wordt gevonden. “We willen de koppositie die we in Nederland hebben op het gebied van studiesucces bewaren, daar was de conferentie mede voor bedoeld”, aldus Van de Zande.

Geesteswetenschappen is sinds dit studiejaar onder de noemer ‘study/teaching load’ (pdf) opnieuw begonnen met een minimum aantal contacturen per week. Eerstejaars krijgen 12 uur per week college (verspreid over twee cursussen) en zitten in werkcolleges die niet groter zijn dan 25 man.

De meeste faculteiten experimenteren met een dergelijk model, vertelt Van de Zande. Wel merkt hij aan dat de onderwijslast voor elke faculteit anders ligt, omdat er bijvoorbeeld bij bèta-opleidingen veel practica zijn.

Selectie aan de poort
Om een hoger onderwijsniveau te realiseren vergroot het kabinet de mogelijkheden hebben om het maximale van studenten te vragen. Zo zet het kabinet de deur open voor selectie aan de poort. Opleidingen waar de capaciteit onder druk staat mogen kwalitatief gaan selecteren. Alleen maar zesjes op je VWO-rapport kan aankomende studenten dus duur komen te staan.

Collegevoorzitter Yvonne van Rooy pleitte een jaar terug ook voor meer selectie aan de poort. Dat moet er voor zorgen dat de instroom wordt beperkt en dat de studenten die binnenkomen meer gemotiveerd zijn. Dit komt vervolgens het studierendement weer ten goede.

Maar, zo zei rector Bert van der Zwaan dit voorjaar, voorlopig is er geen sprake van “keiharde selectie aan de poort” op basis van examencijfers. De UU experimenteert wel volop met matchinggesprekken waarin getoetst wordt of een aankomende student geschikt is voor de studie die hij of zij wil gaan volgen.

Het kabinet ziet ook veel in betere matching. Er komt meer voorlichting op de website Studiekeuze123.nl te staan, studiekeuzegesprekken worden breed ingevoerd en de aanmelddatum voor eerstejaars wordt vervroegd.

Bindend studieadvies
Een andere maatregel is de verruiming van de mogelijkheid een bindend studieadvies (BSA) te hanteren. Diverse faculteiten starten aankomend jaar met een verhoogd minimum aan punten (van 37,5 naar 45 ects) dat eerstejaars moeten halen om door te gaan naar het tweede jaar. Vanaf september 2012 gaat het UU-breed gelden.

Het kabinet maakt het nu ook mogelijk om een bindend studieadvies in te voeren in latere jaren. Diverse decanen achten het BSA ook wenselijk voor bachelorstudenten in latere jaren. Het is afwachten hoe snel dit in Utrecht wordt ingevoerd.

Een punt waarop de UU al in de pas loopt met Den Haag is de mogelijkheid tot herkansen. Zijlstra wil herkansingen voor tentamens beperken om “uitstelgedrag” tegen te gaan. Diverse opleidingen kennen dit jaar een regelingen waarbij een studenten alleen bij een vier of vijf of hoger een tentamen mag herkansen. 

© 2014