Hoe houd je een zaal vol studenten bij de les?

Hoe ga je als universitair docent om met ongeïnteresseerde en slecht voorbereide studenten? Sociologe Anne Roeters en historica Laurien Crump moeten dat weten. Ze zijn genomineerd voor de jaarlijkse prijs voor het grootste universitaire docenttalent. DUB legt de genomineerden drie lastige praktijksituaties voor.

Situatie 1: Geen van de studenten heeft zich goed voorbereid voor jouw college. Hoe kom je nu die twee uur door?
Anne RoetersRoeters: “In de sociologie kan het soms lijken of je met logisch redeneren een heel eind komt, en dus niet per se voorbereid hoeft te zijn. Maar juist dan gaat het om kritisch verder kijken en is het cruciaal dat studenten zich voorbereiden en de theorie kennen. Ik wijs studenten op hun eigen verantwoordelijkheid, maar ik leg ook uit waarom de literatuur zo nuttig is. Het is een uitdaging om studenten verder te laten kijken en ze te doen realiseren dat de literatuur nieuwe inzichten geeft. Belangrijk is in elk geval dat je het als docent gewoon benoemt als studenten niet goed voorbereid zijn.”

Laurien CrumpCrump: “Het is misschien een beetje een flauw antwoord, maar bij mij komt het praktisch nooit voor dat ze niet voorbereid zijn. Ik zeg altijd bij het begin van een cursus tegen mijn studenten dat een werkgroep drijft op interactie. Als je niet meedoet haal je er ook niets uit. De afgelopen tien jaar heb ik in het voortgezet onderwijs klassieke talen gegeven en daar heb ik heel goed geleerd hoe je een groep kunt motiveren: middelbare scholieren hebben op vrijdagmiddag echt geen zin in Latijn en Grieks.”

“Maar mocht het een keer voorkomen dat toch niemand zich heeft voorbereid, dan zou ik gewoon verdergaan met het geplande thema van het college. De Koude Oorlog behoort ook gewoon tot de algemene kennis van studenten, dus je kunt toch wel een prikkelende discussie houden. Ik zou zorgen dat die dan van zo’n niveau is, dat studenten zich de volgende keer wel voorbereiden. Het heeft in elk geval geen zin om preken te geven: je kunt beter vrolijk en onverstoorbaar verder gaan.”

Situatie 2: Een student vertoont hinderlijk gedrag tijdens je college: fluistert net iets te hard met andere studenten, gaat uitgebreid met z’n mobieltje zitten spelen of valt gewoon in slaap. Hoe pak je dit aan?
Roeters:“ Als dit tijdens een hoorcollege gebeurt, praat ik in de pauze met die student. Dan leg ik uit dat hij hier niet hoeft te zijn. In een werkcollege komt dit niet vaak voor, maar als het wel gebeurt, probeer ik juist die student extra bij het college te betrekken. Ook hier benoem ik de situatie vaak gewoon. Verder ben ik ook tutor van eerstejaars, dus dat maakt het makkelijker om een student aan te spreken en te vragen of hij wel echt dit vak of deze studie wil doen. Vaak zit er meer achter dan alleen een gebrek aan motivatie.”

Crump: “Ook dit komt bij mij niet in hevige mate voor. Natuurlijk heb ik wel eens een student met een kater die niet zo heel actief meedoet. Ik kies dan voor een positieve benadering: ik stel die student bijvoorbeeld een vraag waarmee ik denk dat hij iets aan de discussie kan bijdragen.”

Crump: “Zo denk ik ook over de aanwezigheid van laptops in de zaal: sommige docenten zijn hier heel negatief over, omdat studenten voor je het weet hun mail gaan zitten bekijken. Ik gebruik het liever op een positieve manier: ik liet hen pas in een minuut het verschil tussen een waterstof- en een atoombom opzoeken. Want dat wist ik zelf ook niet. Ik ga in elk geval geen lange discussie houden over het internetgebruik. Dan worden studenten alleen maar chagrijnig.”

Situatie 3: Studenten mopperen dat het tentamen te moeilijk was. Jij bent het hier niet mee eens: wie goed had gestudeerd, kon makkelijk een voldoende halen. Hoe ga je hiermee om?
Roeters: “Dit jaar heb ik voor het eerst twee cursussen gecoördineerd. Er kwamen niet direct klachten over de tentamens, maar wel opmerkingen dat de cijfers tegenvielen en dat opdrachten te moeilijk waren. Je moet dan toch bij je punt blijven: als je van tevoren goed nadenkt over de opdrachten en tentamens die je geeft, kun je ook goed aan studenten uitleggen waarom ze dit moeten weten. Je moet de eisen in het eerste jaar hoog leggen en laten zien dat je er niet komt met twaalf uur studeren per vak. Maar uiteindelijk willen studenten zelf ook dat er echt eisen aan hen worden gesteld.”

Crump: “Dat is een situatie die je moet zien te voorkomen. Van tevoren laat ik studenten heel goed weten hoe het tentamen eruit ziet en wat voor een soort vragen ze kunnen verwachten. Een week voor het tentamen laat ik ze vaak in groepjes van vier een eigen tentamen ontwerpen. Dat bespreken we dan. Zo leven studenten zich in in de docent: wat zou hij eigenlijk willen weten?”

Crump: “Ik hoor vaak dat mijn tentamens pittig zijn, maar wel representatief. Ik stel namelijk nooit alleen reproductievragen over een klein stukje tekst, waarbij je meteen een laag cijfer haalt als je dat ene stukje tekst niet zo goed gelezen hebt. Als studenten na een tentamen ontevreden zijn, mogen ze altijd langskomen om het werk in te zien en te bespreken. Als ze het wensen, kijk ik het zelfs opnieuw na. Maar wel op één voorwaarde: het nieuwe cijfer telt, ook als dat cijfer lager is - en die kans is groot, omdat ik meer tijd heb om na te kijken.”

 

Waarom Anne Roeters en Laurien Crump goede docentes zijn

Anne Roeters werd afgelopen jaar al verkozen tot ‘Docent van het Jaar’ bij de opleiding Sociologie. Het is dus niet vreemd dat ze voorgedragen is voor de jaarlijkse prijs voor het grootste universitaire docenttalent. “Annes naam komt altijd naar voren als we over goede docenten praten,” vertelt Sabine van Sleeuwen van studievereniging Usocia.

Ook bij UHSK, de studievereniging die Laurien voordroeg, was het niet moeilijk een genomineerde te kiezen. Franka Schaap van USHK: “Laurien is onwijs enthousiast, zowel voor haar vak als voor het lesgeven. Ze doet daarnaast onderzoek voor haar PhD-thesis, maar dat betrekt ze heel goed in haar onderwijs.”

Daarnaast wordt het gewaardeerd dat Laurien haar studenten bepaald niet onderschat. “Haar vakgebied is de Koude Oorlog en ze laat ook eerstejaars vaak primaire bronnen uit die tijd lezen. Het motiveert studenten heel erg om echt bronnen uit het verleden te lezen en niet iets wat alleen over die tijd geschreven is.”

Ook Roeters wordt geprezen om haar enthousiasme en betrokkenheid bij studenten. Tycho Wassenaar van Usocia: “Ze moet voor onderzoek vaak op reis. Als het nodig is, kunnen studenten haar zelfs in Japan via Skype bereiken. Anne heeft een speciale band met studenten en helpt ze om meer uit zichzelf te halen. Ze verwacht van haar studenten dan wel dat die zich extra inzetten.”

De genomineerden zelf voelen zich allebei zeer vereerd door de nominatie. Roeters: “Ik vind het echt een supergrote eer. Het is sowieso heel leuk dat er een docentprijs bestaat, echt een waardering voor het onderwijs. Ik vind het ’t mooiste dat studenten zelf het initiatief moesten nemen. Ze moesten heel veel papieren invullen; ik voel me er bijna schuldig over.” Crump ziet de nominatie ook als een blijk van erkenning. “Een enorme eer. En hartstikke leuk dat wat ik dacht dat goed was voor de studenten, ook op waarde wordt geschat.”

 

Docenten die niet langer dan vijf jaar doceren aan de universiteit kunnen in aanmerking komen voor de prijs voor Jong Docenttalent. Tijdens de Onderwijsparade op 8 maart wordt bekendgemaakt wie Docenttalent van 2011-2012 wordt en wie de Docentprijs voor beste senior-docent in de wacht sleept.

Advertentie