Spannend college over de geestelijke gezondheid van jonge criminelen

Body: 

Wat bezielt jongeren die een moord begaan? Masterstudenten bij het college Forensische psychopathologie bij kinderen en jeugdigen leren van docent Elly van Laarhoven koorddansen: als forensisch psycholoog balanceer je tussen tegenstrijdige belangen.

Naam collegeForensische psychopathologie bij kinderen en jeugdigen
NiveauMaster
DocentElly van Laarhoven
Datum & Duur24 november, 9.00 - 10.45 uur
WaarMarinus Ruppertgebouw 0.42
Aantal ingeschreven studenten92
Aantal aanwezige studenten85

“Waarom wil je een dader helpen? Neem je het niet mee naar huis? Pas je wel goed op jezelf?” Het zijn de standaardvragen die op verjaardagsfeestjes worden gesteld als studenten vertellen dat ze zich wil verdiepen in de forensische psychopathologie. Als forensisch psycholoog zullen ze zich onder meer moeten verdiepen in de geestesgesteldheid van een crimineel. Zij kunnen een psychische stoornis vaststellen wat kan worden opgevoerd als verzachtende omstandigheid tijdens een rechtszaak. Ook kunnen ze een bijdrage leveren aan de re-integratie van een verdachte in de maatschappij. Een vraag die hierbij opdoemt is of zo’n verdachte jou niet dusdanig kan manipuleren waardoor gevaarlijke mensen vrij kunnen rondlopen?

Geestelijke gezondheid van jonge daders
Het is een vraag die niet alleen aan studenten forensische psychopathologie wordt gesteld, maar de laatste tijd ook in de media niet onbesproken blijft. Zo werd na de aanhouding van Michael P. voor de moord op Anne Faber veelvuldig gevraagd hoe het kon dat P. bij een eerdere veroordeling geen TBS had gekregen. En hoe was het mogelijk dat hij blijkbaar genoeg vrijheid had gekregen in het laatste jaar van zijn straf om deze daad te plegen? Wie is daar verantwoordelijk voor? En waar was dat besluit op gebaseerd?  “Lastig uit te leggen”, beaamde strafrechtdeskundige Theo de Roos tegenover RTL Nieuws. “Maar as je iemand na een celstraf zomaar de straat opgooit, wordt die een wandelde tijdbom.”

Niet alleen straffen, maar ook behandelen dus. Een “genuanceerde maar onpopulaire boodschap” noemt docent Elly van Laarhoven het tijdens het college Forensische psychopathologie bij kinderen en jeugdigen. Tijdens dit college gaat ze in op de vraag hoe de geestelijke gezondheidszorg opereert binnen het rechtssysteem voor verdachten die een jaar of tien jonger zijn dan Michael P. Zoals bijvoorbeeld de 16-jarige Bosschenaar die verdacht wordt van de moord op Savannah uit Bunschoten of de 14-jarige jongen uit Lunteren die is veroordeeld voor de moord op klasgenoot Romy uit Hoevelaken.

De koorddanser
Het idee van een deskundige die uitspraak doet over de geestelijke gezondheid van een verdachte, komt voort uit het idee dat het straffen van mensen die 'abnormaal' zijn niet goed voelt, zegt Van Laarhoven. Tegelijkertijd voelt het ook niet passend om iemand níet te straffen simpelweg omdat hij geestelijk niet in orde is. Hoewel bij alle partijen de vraag ‘wat is eerlijk?’ het uitgangspunt is, is het antwoord voor elke partij anders. Terwijl Van Laarhoven dit zegt, ontstaat in mijn hoofd het beeld van de forensisch psycholoog als koorddanser.

Dat beeld wordt versterkt, als ze toevoegt dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat detentie voor jongeren "het slechtste is wat je kunt doen". Maar verdachten lopen ook niet altijd warm voor het behandelplan van de forensisch psycholoog. Hoe overtuig je een verdachte dat jouw advies voor een PIJ-maatregel (ook wel bekend als jeugd-TBS) echt in zijn belang is? Dit roept de vraag op bij een student aan wiens kant je eigenlijk staat. Ben je er wel echt voor de verdachte? Of schaart de verdachte jou bij de vijanden en ziet hij jou niet als vertrouwenspersoon? “Jij bent er voor die verdachte”, antwoordt Van Laarhoven. “Dus je zegt: ‘Als jij zo’n maatregel krijgt, dan is dat omdat ik het goed wil doen voor jou. Deze behandeling gaat jou helpen’.”

Maar ook de maatschappij heeft baat bij een psychologische behandeling, zegt Van Laarhoven. Het doel is om recidive terug te dringen. Daarbij zijn de oorzaken die ten grondslag liggen aan een vergrijp heel belangrijk. Die zijn in vier domeinen te onderscheiden: het historische domein, de dynamische domeinen van sociale en individuele risicofactoren en het domein van de protectieve factoren. “Als een kind mishandeld is in het verleden, dan is er erg veel stuk. Dan is de kans op geweld groot in de toekomst. Maar het historische domein blijkt veel minder voorspellend, dan de andere dynamische domeinen zoals de (sociale) context. Protectieve factoren (eigenschappen in de persoon zelf en de omgeving die beschermend zijn, bijvoorbeeld tegen stress, red.) zijn het belangrijkste voor het terugdringen van recidive. Als je een behandeling daar op inzet, dan kom je een heel eind.”

Op het puntje van mijn stoel
De ruim tachtig studenten in de collegezaal schrijven driftig mee. Het getik op laptops vormt een bijna constant achtergrondgeluid. Mijn buurvrouw in de collegzaal Sanne schrijft alleen “Wij zitten vast” op. De naam van de televisieserie van Sophie Hilbrand die een half jaar te gast was in de justitiële jeugdinrichting waar Van Laarhoven werkte. De student Orthopedagogiek legt uit dat haar aantekeningen niet "representatief" zijn omdat ze tijdens haar bachelor al een vergelijkbaar vak heeft gevolgd. Het zegt niets over de mate waarin ze het college interessant vindt, benadrukt ze. Sterker nog, haar eerste indruk van het vak en de docent is goed. Maar echt uitgesproken kan ze daar niet over zijn of voorbeelden van geven, omdat dit pas het eerste college van de reeks is.

Maar dit eerste college van Forensische psychopathologie bij kinderen en jeugdigen stelt ook mij niet teleur. De verwevenheid met de actualiteit, zorgt dat de ramptoerist in mij op het puntje van haar stoel zit. Zo pen ik driftig mee als Van Laarhoven vertelt dat het jongetje dat de Schiedammerparkmoord overleefde niet alleen gezien werd als slachtoffer, maar ook als getuige en zelfs even als eventuele dader. En net zoals Sanne schrijf ik de naam van de serie van Sophie Hillbrand op met het voornemen meer te kijken dan het lekkermakertje in college. En ik ben meteen geboeid als Van Laarhoven vertelt dat verdachten die weigeren mee te werken aan een TBS-onderzoek in het Pieter Baan Centrum op een speciale afdeling geplaatst worden. Niet eentje met een hard klimaat, maar juist zacht. In de hoop dat mensen dan wel willen praten.

De forensisch psycholoog blijft in mijn gedachten koorddansen. Iemand aan de praat krijgen met het oog op gerechtigheid en genezing tegelijk klinkt niet als een makkelijke opgave. Maar Sanne die stage loopt bij een niet-forensische instelling waar wel jongeren rondlopen met vergelijkbare problematiek, geeft aan waarom ze dat toch wil proberen: “Ik wil echt wat betekenen voor jongeren die nergens anders heen kunnen”.

Facebook Twitter Whatsapp Mail