Studentenhuis als sociaal vangnet voor 'probleemhuisgenoot'

Body: 

Een huis- of studiegenoot met rare nukken, daar kan bijna iedereen wel over meepraten. Maar wat doe je als je een huis- of verenigingsgenoot echt ziet afglijden? Eén die depressief is, psychotisch lijkt, of in korte tijd extreem afvalt? Deskundigen geven advies.

Kort geleden stonden de Utrechtse kranten er vol van en ook DUB meldde het nieuws dat een bewoner van studentencomplex Casa Confetti het bezoek van een van zijn huisgenoten had neergestoken. De politie pakte hem op en hij zit nu nog steeds vast op verdenking van poging tot doodslag. Op 15 november komt de zaak voor de drie rechters tijdens een pro forma zitting van de meervoudige kamer waar zware en ingewikkelde zaken worden behandeld.

De bewoner van Casa Confetti leek geen reden te hebben om het bezoek van zijn ganggenoot kwaad te doen, maar volgens huisgenoten leek de jongen al jaren psychotisch: hij was achterdochtig en angstig, hij had het over mensen die hem zouden achtervolgen, en hij was bij tijd en wijlen agressief en gewelddadig. Meerdere malen hebben zij hun zorgen geuit bij hun huisbaas Stichting Studentenhuisvesting. Maar de jongen weigerde hulp en ontkende zelf dat hij ziek was. Wat doe je dan?

Extreem gedrag
Jeanette van Rees is studentenpsycholoog bij de Universiteit Utrecht en krijgt af en toe studenten aan haar bureau die door hun huisgenoten, of hun verenigingsleden zijn meegenomen. Maken huisgenoten zich veel zorgen over extreem gedrag, dan komen ze soms ook eerst zelf langs voor advies. Van Rees geeft deze vrienden, huisgenoten of verenigingsleden dan tips, bijvoorbeeld hoe ze kunnen proberen om tot de persoon in kwestie door te dringen.

“Ik benadruk altijd om open te zijn tegen iemand met problemen. Merk op dat je bepaald gedrag ziet, vraag of dat klopt, en vraag of je iets voor hem of haar kunt doen. Dit kunnen kleine dingen zijn, bijvoorbeeld meegaan naar de huisarts, of iemand anders inschakelen. Het is belangrijk dat iemand zich gezien voelt. Het is prima dat huisgenoten hun zorgen onderling uiten, maar zorg ervoor dat er niet te veel achter iemands rug wordt gespeculeerd.”

Zelfmoord
So far so good: een huisgenoot kun je helpen door te praten, of door concrete steun te bieden. Maar wat doe je nu als een situatie echt uit de hand dreigt te lopen? Van Rees is er duidelijk over: “Als iemand op het randje van bijvoorbeeld zelfmoord zit, dan kun je als huisgenoot of vriend(in) niet anders dan bijvoorbeeld de ouders of een deskundige waarschuwen. Die verantwoordelijkheid kun je als huisgenoot niet dragen.”

Een logische stap zou ook een bezoek aan het buurtteam kunnen zijn. Een buurtteam is een laagdrempelig instituut waar professionele hulpverleners die samenwerken met bijvoorbeeld de gemeente, politie en zorginstellingen. In Utrecht zijn 18 buurtteams, die werken vanuit een eigen locatie in de buurt en voor iedereen die hulp zoekt, toegankelijk is.

Heike Jongsma werkt bij het buurtteam locatie Noordoost aan de Samuel van Houtenstraat en helpt mensen met allerlei soorten problemen. “Jong en oud komt hier, en we bieden veelzijdige, en bovendien gratis hulp.” Jongsma kijkt eerst of het Buurtteam zelf wat kan betekenene voor de betrokkene en kan wanneer dat nodig is, doorverwijzen naar specialistische zorg. Er is wel een voorwaarde aan de hup die het team kan bieden: "Iemand moet altijd zelf betrokken zijn, we ondernemen nooit actie zonder iemands toestemming. Wel kan iedereen die zich zorgen maakt, bij ons langskomen."

Wijkagent
In het geval van Casa Confetti, waarbij een huisgenoot agressief gedrag vertoont, kan ook een gang naar de wijkagent een verstandige zet zijn. Hier kunnen studenten een melding doen en hun zorgen uiten over de situatie. De wijkagent heeft ook contacten met hulpverlening en de gemeente, en hij kan er ook voor zorgen dat de zaak onder de aandacht komt van bijvoorbeeld een verhuurder.  Volgens een woordvoerder van de politie kan de wijkagent ook een onderzoek starten, en kan hij bijvoorbeeld nagaan of een persoon bekend is bij hulpverleners.

Gedwongen opname
Wat er vervolgens gebeurt, is per situatie verschillend. Van Rees: “Er is altijd sprake van omgang met volwassen mensen. Je kunt wel vinden dat je huisgenoot gevaarlijk veel blowt, maar als hij dit zelf niet vindt, dan heb je het nakijken. Het betekent ook dat iemand altijd zelf moet meewerken met bijvoorbeeld een opname. In Nederland is een gedwongen opname echt een allerlaatste, en bovendien juridische stap. Iemand moet dan een gevaar zijn voor zichzelf of voor zijn omgeving.”

Bij een dusdanig bedreigende situatie zoals in Casa Confetti is het zaak om aangifte te doen, aldus een woordvoerder van de politie. Een rechter kan dan besluiten om iemand gedwongen op te nemen. “Bij problemen zoals een psychose moet de familie toestemming geven, of de officier van justitie.” Volgens de politie is er voor de verdachte van Casa Confetti niet eerder aangifte gedaan van gewelddadig gedrag. “Dit maakt het moeilijk om dwangmiddelen te gebruiken.”

De SSH krijgt naar eigen zeggen sporadisch te maken met dergelijk extreme meldingen als in Casa Confetti. “Op het moment dat bewoners bij ons aankloppen, omdat zij vermoeden dat een huisgenoot psychische problemen heeft, gaan wij in eerste instantie met de bewoners in gesprek. Afhankelijk van de situatie kunnen we daarna professionele hulp inschakelen voor de persoon in kwestie.”

Anorexia
Anorexia, psychoses, suïcidale gedachten; bij studentenpsycholoog Jeanette van Hees komt “van alles” voorbij. Waar kun je nu extra alert op zijn als huis-, verenigingsgenoot, vriend of vriendin? Van Hees: “Het meest voorkomend is toch wel extreem gedrag met betrekking tot eten en drinken, bijvoorbeeld een eetstoornis als anorexia, of excessief alcohol- en drugsgebruik. Ook een signaal dat er iets goed mis is, is verwardheid, of totaal geen besef meer hebben van de realiteit.”

Heike Jongsma van het wijkteam voegt toe: “Bij jongeren en bij studenten lijken er de laatste jaren meer problemen te spelen die te maken hebben met stress, en met druk die ze voelen vanuit de maatschappij om te presteren. Jongeren met een burn-out zijn geen uitzondering meer, dat heeft zeker onze aandacht.”

Van Rees heeft nog wel een mooie opsteker voor studenten: “Ik vind het mooi om te zien dat een studentenhuis of een studentenvereniging kan werken als een sociaal vangnet, waarin mensen alert zijn op elkaars welzijn. Ook al denk je dat je niet kunt helpen, vaak zijn kleine gebaren al heel waardevol, bijvoorbeeld wanneer je vraagt wat je voor iemand kunt doen. Dat kan ervoor zorgen dat een persoon zich uiteindelijk toch openstelt voor hulp.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail