‘Breng wetenschap al vroeg in de klas’

De universiteit moet jonge kinderen al helpen om de wereld te onderzoeken. Daardoor krijg je betere studenten en meer begrip in de maatschappij wat wetenschap is. Aardwetenschapper Maarten Kleinhans  is een van de sprekers op het lustrumcongres ´Zaaien voor de wetenschappers van straks´ op 9 juni dat past bij het motto Kennis voor de toekomst. 


Waarom is dit een belangrijk thema? 
Kinderen op de basisschool hebben maar weinig idee wat een wetenschapper is. Steevast wordt die getekend als oude grijze man met een witte stofjas die een ontploffing veroorzaakt. En die kinderen zijn niet de enigen. Er is weinig idee wat onderzoekers op een universiteit doen. Bovendien is het zo dat kleuters eigenlijk heel goed kunnen experimenteren. Ze doen proefjes, staan open voor ontdekkingen en zijn in staat controle-experimenten te verzinnen. Ze kunnen zelfs de empirische cyclus volgen. Maar als die kinderen later op de universiteit komen, lijken ze dat helemaal kwijt te zijn. We moeten dus de jeugd van jongs af aan laten zien wat wetenschappers doen en stimuleren hun onderzoekende houding te behouden.  

In hoeverre heeft u zelf met dit thema te maken in de dagelijkse praktijk? 
Ik ga regelmatig naar basisscholen om kinderen of leerkrachten deze onderzoekshouding bij te brengen. Bijvoorbeeld met kinderen gaan we naar de zandbak en kijken hoe je een meanderende of vlechtende rivier kunt krijgen of hoe een delta ontstaat. Of met leerkrachten heb ik pannenkoeken gebakken en gekeken wat het effect van elk ingrediënt is. Wat gebeurt er als je pannenboeken bakt zonder eieren, of zonder melk. Je kunt de uitkomst dan gebruiken om te voorspellen hoe het werkt in andere producten, zoals een cake, en dat ook experimenteel testen. Ik ben actief bij hetwetenschapsknooppunt , dat samen met het Freudenthal instituut heel nadrukkelijk de uitwisseling met scholen wil stimuleren en ook vanuit De Jonge Akademie, bij de KNAW, zijn we daar mee bezig.

Wat moet er veranderen in het hoger onderwijs? 
In de wet op hoger onderwijs staat dat de verworven kennis en inzicht van waarde moeten worden gemaakt voor de maatschappij, dat heet valorisatie. En die valorisatie gaat verder dan een interview over een maatschappelijk relevant onderwerp of een uitvinding die meteen geld oplevert. Het is voor universiteit van belang dat dit thema meer aandacht en belangstelling krijgt. Nu zijn het enkele mensen die hier belangstelling voor hebben. Maar dat moet veel structureler. Wetenschappers die dit doen, moeten er niet voor gestraft worden met meer werkdruk en er moet ook meer didactisch onderzoek gedaan worden welke methode op de scholen het beste werkt. Alle vormen van onderwijs leveren jonge mensen af die in de maatschappij de hoofdrol spelen als het gaat om innovatie. En door al vroeg te beginnen met het zaaien van een onderzoekende houding, heeft de maatschappij daar baat bij en verbetert de kwaliteit van het hoger onderwijs. Bovendien zal een realistisch beeld van wetenschap en haar rol in de maatschappij hopelijk voorkomen dat er onherstelbare schade wordt aangericht met bezuinigingen.

In hoeverre kan het symposium daar toe bijdragen? 
Tijdens dit symposium brengen we mensen uit het basisonderwijs en de wetenschap bij elkaar. Ze kunnen ideeen uitwisselen en samenwerking ontwikkelen. Bovendien maken we duidelijk hoe belangrijk dit thema is. Wat we willen is dat basisscholen de onderzoekende houding inbedden in het onderwijs, en dat die scholen op hun beurt weer andere scholen daarover informeren. Op die manier kan deze onderzoekende houding invloed winnen in het hele onderwijs en zich als olievlek verspreiden.

Advertentie