Schnabel: onderwijs verdringt onderzoek in sociale wetenschappen

Body: 

Er zouden minder studenten moeten worden toegelaten tot sociaal-wetenschappelijke opleidingen, vindt een commissie onder leiding van voormalig SCP-directeur en Utrechts universiteitshoogleraar Paul Schnabel.

Elk jaar beginnen bijna vijftigduizend studenten aan opleidingen als psychologie, sociologie, politicologie of antropologie. Ruim tien jaar geleden waren dat er nog geen veertigduizend. Tegelijkertijd is er per student minder geld beschikbaar.

Er zouden minder studenten moeten worden toegelaten tot sociaal-wetenschappelijke opleidingen, vindt een commissie onder leiding van voormalig SCP-directeur en Utrechts universiteitshoogleraar Paul Schnabel.

Elk jaar beginnen bijna vijftigduizend studenten aan opleidingen als psychologie, sociologie, politicologie of antropologie. Ruim tien jaar geleden waren dat er nog geen veertigduizend. Tegelijkertijd is er per student minder geld beschikbaar.

Het is de Commissie Sectorplan Sociale Wetenschappen (CSSW) een doorn in het oog. Zij wil dat er minder studenten worden toegelaten, terwijl de financiering even hoog blijft. Dat is volgens de commissieleden nodig “om de balans tussen onderwijs- en onderzoeksfinanciering te herstellen”.

Globaal krijgen universiteiten net iets meer geld voor hun onderzoek dan voor hun onderwijs, maar niet in de geesteswetenschappen: daar zou zeventig of zelfs tachtig procent naar het onderwijs gaan.

De commissie haalt daarom een oud idee van stal: maak de financiering van universiteiten minder afhankelijk van aantallen studenten. Het geld zou vooral bij de ‘missie’ van universiteiten moeten passen.

Dan komt er ook ruimte om de masteropleidingen te verbeteren. De commissie CSSW pleit voor een tweejarige master, waarin studenten meer onderzoekservaring opdoen. Die moet studenten opleiden voor “onderzoeks- en beleidsgeoriënteerde posities buiten de universiteit”. Promoveren is niet de bedoeling: wie dat wil, kan beter een researchmaster volgen.

Het rapport breekt bovendien een lans voor langere (en selectieve) masters in de klinische psychologie, al was het maar omdat de eenjarige Nederlandse masters in het buitenland te weinig aanzien genieten. De masters zouden moeten voorbereiden op postdoctorale opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog.

Naast Paul Schnabel (universiteitshoogleraar in Utrecht en voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau) zitten in de commissie sociaal psycholoog Bert Klandermans (oud-decaan van de faculteit sociale wetenschappen aan de Vrije Universiteit) en klinisch psycholoog Philip Spinhoven (oud-decaan faculteit sociale wetenschappen aan de Universiteit Leiden).

Facebook Twitter Whatsapp Mail