Bsa in latere jaren leidt tot drop-outs

Rector Van der Zwaan zei laatst geen voorstander te zijn, toch rept het College van Bestuur in notities over de mogelijkheid van een bindend studieadvies voor tweede- en derdejaars studenten. De studentgeleding van de Bètaraad is mordicus tegen.

Het studierendement moet omhoog. Dat vinden de regering en de onderwijsinstellingen. Daarom is de langstudeerboete ingevoerd en heeft de UU het bindend studieadvies (bsa) voor eerstejaars studenten verhoogd naar 45 ECTS. Echter, het College van Bestuur wil nog verder gaan.

In de nota UR 11.070 ‘Maatregelen verbeteren studiesucces’ staat: “een bsa na het tweede en derde jaar wordt als zeer wenselijk beschouwd; dit is echter wettelijk nog niet mogelijk.” Gezien de lobby van de universiteiten in Den Haag en de houding van staatssecretaris Zijlstra zou dit op korte termijn toch mogelijk kunnen worden, zodat het CvB zijn gang kan gaan.

De faculteitsraad Bètawetenschappen en de studentgeledingen van de faculteitsraad REBO  en de Universiteitsraad vinden een tweede- of derdejaars-bsa, in tegenstelling tot een eerstejaars-bsa, niet wenselijk. Een brief van deze strekking is op 23 april j.l. naar het CvB verstuurd.

De bedoeling van het eerstejaars-bsa is om studenten die de opleiding niet aankunnen dit tijdig te laten inzien, liefst vóór februari. Zij kunnen dan switchen zonder financiële consequenties voor student of universiteit. Voor een tweedejaars of derdejaars student is deze reden niet meer van toepassing.

In het tweede en derde jaar zijn de basisvakken achter de rug en worden studenten gemotiveerd doordat ze meer bezig zijn met “het echte werk”. De rendementen van de hogere jaren zijn dan ook hoger dan die van het eerste jaar.

Als een student ná zijn/haar eerste jaar stopt zonder diploma  zal de universiteit geen diplomageld meer ontvangen voor deze student, terwijl er al wel in hem/haar geïnvesteerd is. Als de student zich daarna inschrijft bij een andere opleiding zal hij/zij deze bovendien niet binnen de nominale studieduur (gerekend vanaf het begin van de eerste studie) af kunnen ronden, zodat de universiteit nog meer geld verliest.

Voor de student is het nog erger. Als een student wordt weggestuurd nadat hij/zij al twee of drie jaar aan de studie besteed heeft, zal het vanwege de langstudeerboete niet mogelijk zijn aan een andere studie te beginnen. Hiermee creëert de UU een generatie drop-outs terwijl Nederland nog steeds streeft naar een grote kenniseconomie.

Bovendien belemmert het tweede- en derdejaars-BSA de mogelijkheid zelf je jaar in te delen. Het is niet meer mogelijk de studie voor een half jaar of een jaar op een lager pitje te zetten, bijvoorbeeld vanwege bestuurswerkzaamheden of familie-omstandigheden. Als er op persoonlijk vlak iets gebeurt, zou je dat zomaar je studie kunnen kosten.

De ondertekenaars van de brief begrijpen de noodzaak om het studiesucces te verhogen. Ze zijn echter van mening dat het eerstejaars-BSA en de langstudeerboete, het voor velen astronomische bedrag van drieduizend euro, hiervoor voldoende zijn. Iemand die in het tweede jaar problemen krijgt en daardoor even niet hard kan studeren, maar dat in het derde jaar wel kan, zou daardoor gewoon een universitair diploma kunnen halen.

Laten we ook de medewerkers van de universiteit niet vergeten. Bij Onderwijs- en Studentenzaken zal een hogere werkdruk, en daarmee een extra kostenpost ontstaan om alle studenten élk jaar een bsa te sturen.  De maatregel is weinig effectief en daardoor zeer inefficiënt.

Omdat het financieel voordelig is om studenten snel te laten slagen zullen docenten bovendien een grotere druk ervaren om studenten het vak te laten halen. Dit komt niet ten goede aan het niveau van de opleiding en het voorbeeld van Inholland willen we uiteraard niet volgen.

Er zijn betere manieren om het studierendement te verhogen. De ondertekenaars van de brief stellen daarom voor om selectie- en matchingsgesprekken in te voeren, extra begeleiding en investeringen in de normale onderwijsprogramma’s. Constructieve maatregelen als deze zullen meer opleveren dan het wegsturen van tweede- en derdejaars studenten die tijdelijk langzamer studeren.

Advertentie