Bachelor op de banenmarkt

Vorige week organiseerde de universiteit de jaarlijkse Carrièredag. Dé gelegenheid voor de bijna afgestudeerde, ambitieuze young professional die in deze economisch zware tijden zijn kansen op die perfecte startersfunctie wil vergroten. Maar heb je er ook iets te zoeken met een bachelordiploma van een alfastudie? Freelancer Paula probeert het uit en komt tot de conclusie dat het misschien toch niet zo’n slecht idee was om zich voor een master in te schrijven. Een zeer persoonlijk relaas.

Make it happen roepen de posters van de Carrièredag me toe, terwijl ik rillend over de ijskoude Uithof loop. Oké, maar wát moet ik doen gebeuren? Zonder dit artikel voor DUB had ik deze dag vol workshops en bedrijfspresentaties voor derdejaars, masterstudenten en pas afgestudeerden lekker aan me voorbij laten gaan. Want – aangenaam – ik ben een 23-jarige Bachelor of Arts (UCU, richting geschiedenis en religie) met een chronisch gebrek aan ambitie. Anderhalf jaar geleden behaalde ik het felbegeerde BA-papiertje en sindsdien leef ik van uitzendklus naar tijdelijke baan. Wat dat met mijn cv doet – weinig goeds – kan me nu nog niet al te veel schelen. Zo lang ik in een leuke werkomgeving genoeg geld verdien om van rond te komen, hoor je mij niet klagen. Volgend jaar ga ik een master doen en daarna ontvlamt de ambitie misschien; uiteindelijk wil ik wel een leuke baan natuurlijk. Een bezoekje aan deze dag kan daarom geen kwaad. Ik heb er alleen weinig zin in.

De arbeidsmarkt en ik
Goed, ik ben dus niet zo geïnteresseerd in de arbeidsmarkt. Maar wat vindt de arbeidsmarkt eigenlijk van mij? De website van de Carrièredag geeft een weinig hoopvol beeld voor de gemiddelde geesteswetenschapper. Waar bèta’s en ook rebo-studenten bij praktisch alle deelnemende bedrijven welkom zijn voor een persoonlijk gesprek of een presentatie, kunnen studenten van geesteswetenschappen slechts bij een klein deel terecht. Dat vertaalt zich in het aantal deelnemers van de verschillende faculteiten: er zijn nog geen 150 studenten van Geesteswetenschapen ingeschreven, terwijl de rebo-faculteit ruim 250 geïnteresseerden weet te werven. En dan heb ik ook nog het nadeel dat ik met alleen een bachelordiploma zit. Officieel zou ook een WO-bachelor een volwaardige, afgeronde opleiding moeten zijn, waarmee je voor een baan in aanmerking komt. In de praktijk valt dat nu vaak nog tegen. Want als werkgevers momenteel de keuze hebben uit tientallen kandidaten, waarom zouden ze dan voor iemand zonder masterdiploma kiezen? Een vriendin, met een masterdiploma uit Cambridge, heeft al moeite om aan de slag te komen…

Chocomel
Er is één troost: in het Ruppertgebouw zal ik in elk geval opgewacht worden met ‘warme chocolademelk’. Dat meldde de Carrièredagcommissie mij een dag eerder tenminste in een sms. Tot mijn verbazing wordt er echter alleen koffie en thee geserveerd. Wat is dat nou voor belofte? De koffieschenker weet het ook niet. “Maar iedereen vraagt me er wel naar.” Domme actie. Of juist een slimme zet? Op de arbeidsmarkt moet je soms ook genoegen nemen met je tweede keus, dus dit is vast onderdeel van het programma. “Doe mij maar thee dan, alsjeblieft.”

Bakker
Mijn eerste workshop op de Carrièredag betreft een ‘zelfanalyse’ en wordt gegeven door Studentenservice. De eerste opdracht die we krijgen, ken ik al van een eerdere workshop: schrijf op wat je tijdens je kindertijd wilde worden en analyseer in tweetallen wat dit zegt over jouw interesses, kennis en vaardigheden. Veel deelnemers blijken nog heel dicht bij de dromen uit hun kindertijd te zitten. Ook ik (schrijfster, juf) ben niet gigantisch veel veranderd. Maar één student wilde vroeger bakker worden en we komen er niet helemaal uit wat dit nu over hem en zijn huidige studie (psychologie?!) zegt. Daarna doen we nog een oefening waarbij we een prestatie moeten opschrijven waar we erg trots op zijn. Wat gebeurde er toen? Waarom ging het zo goed? Waarom waren we er zo tevreden over? De meeste aanwezigen schrijven een situatie uit het gewone leven op, en niet één uit hun studietijd, waaruit maar weer eens blijkt hoe belangrijk niet-universitaire activiteiten voor je ontwikkeling zijn. Het is wel eens leuk om van een heel andere kant te bekijken wat voor werk bij je past. Monter loop ik de deur uit.

Wat zijn jouw Unique Selling Points?
Op naar mijn volgende onderdeel: de sollicitatieworkshop van Qompas. Dit is compleet andere koek. Hier worden we namelijk geïntroduceerd in het sollicitatiejargon. De workshopleidster vertelt over capaciteiten, competenties en natuurlijk Unique Selling Points. De jongen naast mij is duidelijk al gewend aan dit taalgebruik, want hij geeft meteen antwoord op de vraag wat zijn persoonlijke asset is: “Ich heb in vier landen gewohnd en spreek daarum vier talen fluent.” 
De rest van de workshop vind ik maar intimiderend. Niet vanwege de vriendelijke workshopleidster, maar wel door de inhoud van haar presentatie en de gids Succesvol Solliciteren in 6 stappen die we na afloop krijgen. Het vinden van een baan blijkt niet iets wat je in een paar weken zelfstandig voor elkaar krijgt. Het is een vaardigheid. Sterker nog, een kunst. In elke stap van het sollicitatieproces kun je namelijk fouten maken: het inleveren van een cv dat langer dan twee pagina’s is (zo’n beginnersfout), een verkeerd antwoord op de vraag ‘hoe vond je het gesprek zelf gaan’ of een verpest assessment (oplossing: online IQ-testjes maken). Oef. Ik zie mijn toekomst ineens weer somber in.

Employability
Om twee uur opent de markt waar alle deelnemende bedrijven een stand hebben. Hier wil ik graag een cv-check laten doen. Mijn curriculum vitae komt bij lange na niet aan twee pagina’s, maar dat ligt vooral aan het feit dat ik er nooit veel werk van heb gemaakt. Wat zou een professionele cv-keurder ervan vinden? Een meneer met een mooie blauwe stropdas werkt zich in vijf minuten grondig door mijn levensloop heen. Hij lijkt niet ontevreden. Hij mist dan wel mijn hobby’s, vindt de beschrijving van mijn studie compleet onduidelijk (‘BA in Liberal Arts & Sciences aan UCU, eh?’), maar ik heb gelukkig wel de recentste ontwikkelingen bovenaan gezet. En hoe denkt hij over mijn lange lijst uitzendbaantjes? Die blijken gelukkig geen probleem, zolang ik maar de baantjes waar ik trots op ben extra aandacht geef en de nuttelozere jobs slechts kort beschrijf.

En waarom heb ik in vredesnaam niet opgeschreven dat ik voor DUB schrijf? Nou ja, omdat dit ongeveer mijn eerste artikel is. Dat blijkt er niet toe te doen. “Je bent nu geen stagiaire meer en je schrijft stukjes? Hup, ‘freelance journaliste’ bovenaan je cv. Je moet natuurlijk niet liegen, maar je mag het best op een mooie manier voorstellen. Je moet wel zelf werken aan je employability.

Tags: arbeidsmarkt

Advertentie