Afbeelding ter illustratie. Foto: Pixabay

Breek met het stigma rondom mentale gezondheid op de werkvloer

Body: 

Stress en de negatieve gevolgen van prestatiedruk voor studenten en medewerkers krijgen steeds meer aandacht binnen de universiteit. Maar bij problemen als depressie of angststoornissen wordt meestal nog weggekeken, merkt UU-medewerker Minthe Woudstra. Tijd voor meer openheid.

Read in English

Het leven om ons heen staat collectief stil. Plannen gaan niet door, er is een berg aan aanpassingen en toch verwachten we dezelfde productiviteit van onszelf als voorheen. ‘Onhoudbaar’ wordt het ook wel genoemd door zorgprofessionals. We vinden in deze tijd veel tips voor stressvermindering en het advies om ‘wel een beetje op jezelf te letten’. Daarmee lijkt er in onze maatschappij opeens meer aandacht voor mentale gezondheid. Zo ook bij de UU. Maar waarom was hier eigenlijk een globale gezondheidscrisis voor nodig? En is er eigenlijk wel echt ruimte voor openheid?

Met veel interesse las ik het onlangs op DUB geplaatste artikel van hoogleraar Ruud Schotting. In dit artikel vertelt hij openhartig over het feit dat hij het moeilijker heeft in deze periode en meer somberheid ervaart. Het voelt voor mij als een verademing dat hierover openlijk gesproken wordt door iemand van de staf. Er komt steeds meer aandacht voor studentenwelzijn en de gevolgen van stress op studieresultaten, maar als werknemers houden we ons liever groot. Een beetje bedroefd lees ik dan ook de laatste zin waarin Schotting zijn excuses aanbiedt aan de studenten of collega’s die “de dupe zijn geworden” van zijn “probleem”. Een excuus waarvan hij welllicht niet de noodzaak zou hebben gezien als hij geveld zou zijn door een lichamelijke ziekte. Het is hem immers niet te verwijten. Zijn openheid is de reden dat ik de noodzaak voelde te reageren. Ik ben blij dat hij deze openheid voelde en dat hij aan de betere hand is.

Wat als je door zwaarmoedigheid niet meer productief kán zijn

De derde editie van de Wellbeing Week ging maandag 11 mei van start en als alumna en medewerker van de UU kan ik dit initiatief alleen maar waarderen. Echter, wanneer je kijkt naar het programma van de Wellbeing Week, ligt de focus sterk op stressvermindering en minder prestatiedruk.  Dat zijn belangrijke factoren die het leven van een student en werknemer aangenamer kunnen maken, maar niet het enige wat invloed kan hebben op iemands welzijn.

Hard werken, prestatiedruk, stress en de mentale problemen die daarbij kunnen komen kijken, lijken inmiddels uit de taboesfeer te komen. Het is natuurlijk erg mooi dat deze mentale klachten steeds meer worden besproken en geaccepteerd, maar deze problemen hebben nog steeds te maken met productief zijn. De vraag is wat moet je doen als je door zwaarmoedigheid niet meer productief kán zijn, zoals Ruud Schotting beschrijft. In dat geval is een cursus stressmanagement niet voldoende. De nog altijd minder geaccepteerde mentale problemen zoals depressie, angststoornissen of fobieën die invloed kunnen hebben op iemands welzijn lijken in onze Wellbeing Week op de achtergrond te staan.

Niemand wil 'raar' of 'zwak' gevonden worden

Één van de belangrijkste wegen naar vermindering van iemands mentale problemen is om er open over te kunnen praten. De rijksoverheid is hierover zelfs een campagne begonnen. Alleen lijkt deze openheid op de werkvloer nog niet altijd normaal te zijn of eenvoudig geaccepteerd te worden. Zelf praat ik buiten mijn werkleven om open en onbeschaamd over mijn mentale problemen en therapie en krijg ik niet vaak het idee dat ik hier om word veroordeeld of dat ik mij hiervoor moet schamen. Toch betrapte ik mijzelf erop dat, toen ik eerder dit jaar begon aan een zware behandeling voor PTSS, ik dit met de grootste voorzichtigheid probeerde te melden in mijn team en dat ik het grootste gedeelte nog steeds onbesproken laat uit angst voor hoe men zou reageren op de werkvloer. Er lijkt dan toch een drempel te ontstaan. Niemand wil immers “raar” of “zwak” gevonden worden of anderen in een ongemakkelijke positie brengen. Hoewel dat natuurlijk een angst is die niet gegrond zou moeten zijn. En, net als bij Schotting, speelt er schuldgevoel mee.  Je wilt jouw collega’s of (mede)studenten niet de dupe laten worden van hetgeen waar jij mee worstelt.

Natuurlijk is het een keuze om persoonlijke dingen meer voor jezelf te houden, maar vaak voelt het geheimhouden van dit deel van je leven niet prettig en brengt dit de nodige spanning met zich mee. Het kan namelijk voelen alsof je langdurig een deel van jezelf verborgen moet houden en er minder sprake is van een keuze. Veel fysieke beperkingen zijn relatief makkelijker bespreekbaar te maken bij je leidinggevende of collega’s zonder dat dit de gevoelens van schaamte of ongemak oproept die vaak komen kijken bij het bespreken van mentale problemen. Het zou zeer onwenselijk zijn als medewerkers of studenten vanwege dit stigma niet om hulp zouden durven vragen wat betreft hun mentale gezondheid

Mijn mentale problemen zeggen niets over hoe ik functioneer

De UU zou er goed aan doen om bij de volgende editie van de Wellbeing Week ook openheid proberen te creëren over mentale gezondheidsproblemen die minder geaccepteerd worden, naast de stress-gerelateerde klachten die al besproken worden. Daarbij kunnen zij een voorbeeld nemen aan https://www.heyhetisoke.nl/. Open praten over dit soort zaken brengt veel rust met zich mee, en zou kunnen helpen bij stressvermindering en wederzijds begrip.

Toen een bedrijfsmaatschappelijk werker mij recentelijk op het hart drukte vooral mijn mentale diagnoses niet te melden bij mijn team of leidinggevende omdat dit mijn verdere loopbaan in de weg zou kunnen zitten, moest ik voor mijzelf opkomen. Want hoewel deze opmerking misschien goed bedoeld was, brengt deze insteek een verkeerde implicatie met zich mee. Mijn diagnoses of mentale problemen zeggen namelijk niet per se iets over hoe ik functioneer, noch over mijn waarde noch over mijn vermogen of talent. Net zomin als een gebroken been dit zou doen. Mijn hoop is dan ook dat de UU aandacht wil besteden aan dit stigma, zodat medewerkers én studenten de fout niet bij zichzelf leggen. Uiteindelijk zou er een sfeer gecreëerd moeten worden waarin dit soort zaken besproken kunnen worden en werknemers hiervoor steun bij elkaar en hun leidinggevende kunnen vinden. Want die steun kan nou net het verschil maken.

Facebook Twitter Whatsapp Mail