Campuscolumnist Niels: 'Mijn Tinderdate had al mijn columns gelezen'

Body: 

Sommige stukken die Niels Peuchen (24) schreef als campuscolumnist vindt hij ‘te genuanceerd’. “Ik had meer uit de bocht mogen vliegen: misschien tegen het randje aan, meer provoceren.”

Sommige stukken die Niels Peuchen (24) schreef als campuscolumnist vindt hij ‘te genuanceerd’. “Ik had meer uit de bocht mogen vliegen: misschien tegen het randje aan, meer provoceren.”

Ik moet dingen ook niet zo lang uitstellen, reageert Niels op mijn mededeling dat het café waar hij wil afspreken, definitief is gesloten. Op zoek naar een goede optie B dan, het Gegeven Paard. Met een gemberthee in handen, zijn keel vertoont herfstkuren, vertelt masterstudent Niels over zijn afgelopen jaar als campuscolumnist voor DUB en zijn mateloze uitstelgedrag: als het gaat om hippe horecatentjes die wachten om te worden uitgeprobeerd, tot het inleveren van zijn columns. “De meeste stuurde ik pas om 3 uur ’s nachts naar de hoofdredacteur.”

Ik maak de beste stukken als ik trouw blijf aan mezelf

Van de angst voor het zwarte gat na de studie tot de columns over zaken als het Vliegend Spaghettimonster; de onderwerpen die Niels het afgelopen kalenderjaar behandelde in zijn columns zijn divers met als gemene deler: zichzelf. Een ‘zekerheid’ waar hij weleens zijn twijfels over heeft: “Het voelde soms beter om opiniestukken te maken, of heel erg in te gaan op de actualiteit. Maar ik maak de beste stukken als ik trouw blijf aan mezelf. Ik weet daarnaast gewoon het meeste van mezelf af. Omdat ik geen universitaire bachelor heb gevolgd, weet ik ook niet precies wat studenten op de universiteit bezighoudt.”

Getuige de reacties die Niels krijgt op zijn stukken, zit het wel snor met de herkenning van lezers. “Soms kreeg ik van bekenden maar ook onbekenden reacties. Dat is erg tof, maar ook bizar. Het meest vreemde vond ik het om te horen dat mijn Tinderdate een maand geleden, voor onze afspraak al mijn columns had gelezen: het blijft gek dat iemand veel van je weet zonder dat je diegene kent.”

Sommige dingen die in mijn columns staan, zijn een tikkeltje overdreven

Zo’n moderne vorm van daten, of de blootstelling die gepaard gaat met het schrijven van columns, zou zomaar voer kunnen zijn voor een volgend stuk van Niels. Maar wát een onderwerp precies moet hebben, dat is niet te zeggen. “De inspiratie komt vaak ’s nachts als ik in bed lig. Als de deadline dringt en er nú iets moet komen. Neem ik langer de tijd voor het schrijven, dan blijf ik eindeloos sleutelen aan een column.”

Hoewel Niels in één van zijn columns zegt niet perfectionistisch te zijn, moet hij toch schuld bekennen. “Sommige dingen die ik schrijf in mijn columns, of die ik zeg, zijn een tikkeltje overdreven. Ik wil dat mensen die het lezen mij wel goed begrijpen. In die wijze ben ik dus wél perfectionistisch. Ik vind: het kan altijd beter.”

Eindeloos sleutelen aan één stuk is ook niet mogelijk met de agenda van Niels: naast zijn werk als campuscolumnist volgt hij een master Internationale Betrekkingen, zit hij in het bestuur van de jongerensectie van journalistenvakbond NVJ en schrijft hij voor diverse media. Druk dus, maar dat zat er al in tijdens zijn studie Journalistiek, die hij twee jaar geleden afrondde.

“Een vrij weekend heb ik niet. Nooit. Ik kan heus genieten van een avond series kijken en stilzitten, maar ik ben constant bezig met het volgende. Ik moet werkervaring hebben en ook gewoon geld verdienen - lenen doe ik niet. Daarnaast kan ik gewoon niet zonder journalistiek. Waar het ten koste van gaat? Vooral vrije tijd.”

Dat journalistieke voert Niels in zijn columns: hij gaat echt langs bij de carrièredag van de UU of zoekt contact met een waarzegster. Niels: “Voor mijn laatste column heb ik al wat klaar liggen: de UU biedt een training zelfanalyse aan voor je loopbaan. Ik probeer daarmee de zoektocht die ik met mijn columnreeks ben begonnen, af te ronden.

Was het zo’n persoonlijke zoektocht? “Dat is het wel geworden. Ik hield me vooral bezig met de tijd na mijn studie en die is nu nog dichterbij. Ik vond het soms gevaarlijk om deze thema’s te behandelen, omdat ik niet in clichés wilde vervallen. Dat maakte het best lastig: soms werd ik misschien te specifiek en schreef ik over een te klein onderwerp alleen maar omdat ik iets ‘anders’ wilde doen.

Ik had wel wat meer uit de bocht mogen vliegen

Dat anders doen is wel ergens op geïnspireerd: de journalistieke helden van Niels houden er eenzelfde stijl op na. Die van columnist Marcel van Roosmalen bijvoorbeeld, of Joel Stein van Time. “Marcel schrijft ook over zijn vrouw en kind, dat is heel persoonlijk. Journalistiek bedrijven kán dus wel op zo’n manier. Al blijf ik denken dat keiharde standpunten innemen ook zo zijn voordelen heeft.”

Niels wordt even stil en denkt na. Dan: “Uiteindelijk ben ik daar misschien te genuanceerd voor. Ik heb geen spijt van de columns die ik heb geschreven, maar ik had wel meer uit de bocht mogen vliegen; misschien tegen het randje aan, meer provoceren.”

Dat genuanceerde is misschien een erfenis van zijn journalistieke opleiding, maar het is ook iets van hem, meent Niels. “Mijn standpunt kan ik gemakkelijk veranderen. Ik hoorde laatst een podcast van een Amerikaanse comedian die een uur belt met willekeurige mensen. De bellers mogen ophangen, hij niet. Een Trump-aanhanger was in de show en vertelde waarom ze hem steunt. Daardoor kon ik me beter voorstellen waarom bepaalde mensen voor hem zijn. Daar sta ik dus voor open – ook als ik het er persoonlijk niet mee eens ben.”

Volg je eigen stijl

Op de vraag of hij ergens specifiek naar streeft, ziet Niels een combinatie van zijn afgeronde studie en huidige specialisatie. “Mijn toekomstbeeld verandert continu, maar de laatste tijd zie ik mezelf als correspondent in Brussel. Bijvoorbeeld voor Politico, een Amerikaanse website over Europese politiek. Ik vraag me wel af of ik dat zou kunnen. Het is een heel intensieve baan.”

Zijn tip voor de volgende columnist? “Doe dat waar je je goed bij voelt en blijf dicht bij jezelf. De vorige columnist gaf als tip om veel te praten met ‘de universiteit’, ik deed dat totaal niet. Je eigen stijl volgen is het belangrijkst; óók als dat inhoud dat je vaak het woordje ‘ik’ gebruikt.”

Wat moet je doen om de nieuwe campuscolumnist te worden?
Om mee te dingen naar de titel van campuscolumnist van de UU moet je twee columns insturen. De columns moeten het universitaire leven verrassend onder de loep nemen en mogen niet langer zijn dan 500 woorden. Stuur de columns vóór 1 december naar: m.j.agterberg@uu.nl  De campuscolumnist krijgt de titel aan het begin van het nieuwe jaar. Daaraan verbonden is het Erik-Hardemanstipendium van 1000 euro. 
 
Facebook Twitter Whatsapp Mail