'Daarom zijn IT-investeringen nodig en hoog'

Body: 

Onderzoekers verzamelen steeds meer onderzoeksgegevens die veilig moeten worden opgeslagen en gemakkelijk toegankelijk moeten zijn. De UU trekt miljoenen uit om onderzoekers op IT-gebied te ondersteunen.

Onderzoekers verzamelen steeds meer onderzoeksgegevens die veilig moeten worden opgeslagen en gemakkelijk toegankelijk moeten zijn. De UU trekt miljoenen uit om onderzoekers op IT-gebied te ondersteunen.

In de meerjarenbegroting werd voor de zomer een bedrag van 10 miljoen euro opgevoerd voor een periode van vijf jaar voor Research IT.  De Universiteitsraad moest hier haar zegen aan geven. Maar wat gaat Research IT de komende vijf jaar met dat geld doen, vroegen de raadsleden zich af. Wat zijn de concrete plannen en waarom is er zoveel geld voor nodig?

Een begrijpelijke reactie van de U-raad, zegt Menno Rasch, sinds september de nieuwe man bij de Directie ITS die gaat over Research IT. “Voor veel mensen vormen IT-zaken een mistige wereld.” Achter een computerscherm gaat een wereld schuil die onder meer bestaat uit data-infrastructuur, datamanagement en high performance computing. Termen die voor een leek niet zo heel veel zeggen.

Uiteindelijk gaf de U-raad Research IT het voordeel van de twijfel en trok 5 miljoen euro uit voor de eerste drie jaar op voorwaarde dat Research IT  jaarlijks met concrete plannen komt mét prijskaartje. Het eerste jaarplan werd dinsdag 29 november besproken in de financiële commissie van de U-raad.

Grote hoeveelheden data moet veilig worden opgeslagen
Research IT heeft vorig jaar onderzocht wat de universiteit nodig heeft om aantrekkelijk te blijven voor topwetenschappers. Toponderzoekers kunnen kiezen bij welke instelling ze willen werken, zegt Rasch. “Goede IT-voorzieningen spelen daarbij een grote rol. Als je bij de ene universiteit eerst nog zelf een server, allerlei apparatuur en programma’s moet aanschaffen, kies je voor de instelling die dat al voor je heeft geregeld.” Met moderne voorzieningen kan je de concurrentiepositie van de UU verbeteren, concludeert Rasch.

Eén van die belangrijke voorzieningen is om onderzoeksdata goed op te slaan: waar bewaar je het, hoe zorg je dat de data veilig zijn, hoe richt je de opslag zo in dat de data herbruikbaar zijn en hoe zorg je ervoor dat je data kan koppelen aan andere data - de zogeheten IT-infrasructuur. "Onderzoeksdata worden ook wel het nieuwe goud genoemd. Tot voor kort was de uitkomst van een onderzoek het allerbelangrijkste. Nu zijn de data bijna net zo belangrijk, want met die data zijn meer onderzoeken te doen.”

De  IT-voorzieningen moeten ook aansluiten op wat het onderzoek vraagt, zegt Rasch. Universitaire onderzoeken worden volgens hem meer en meer gekenmerkt door interdisciplinaire vraagstukken en samenwerkingen in uiteenlopende verbanden. Die samenwerking kan zijn tussen departementen en faculteiten van de UU, maar ook tussen kennisinstellingen in binnen- en buitenland, of tussen universiteiten en het bedrijfsleven of gemeenten bijvoorbeeld. Hierbij wordt veel data verzameld door verschillende onderzoekers op verschillende plekken waar uiteindelijk alle onderzoekers ook weer mee moeten kunnen gaan werken. Ook is er allerlei onderzoeksapparatuur die zoveel data genereren dat je die echt niet meer op je computer alleen kan laten binnenkomen. Daar zijn echt zwaardere machines voor nodig.”

Het lijkt Research IT verstandig om universiteitsbreed voor goede IT voorzieningen te zorgen om zo onderzoekers werk uit handen te nemen. “De uitdaging waar we voor staan, is om allerlei verschillende onderzoekers tot dienst te staan."

Van haren tot EEG’s verzamelen

Een goed voorbeeld op het vlak van dataverzamelen en bewaren is de ondersteuning die de Directie ITS geeft aan het het Kinderkenniscentrum. Dit onderzoek valt onder het Strategisch Thema Dynamics of Youth waarvoor een speciale databank is gebouwd door ITS. “De IT-ondersteuning is voor ons van het grootste belang”, zegt hoogleraar Chantal Kemner van het Kinderkenniscentrum.

Voor haar onderzoek naar de ontwikkeling van zesduizend kinderen van 0 tot 16 jaar, verzamelen de aangesloten onderzoekers uit diverse disciplines enorme hoeveelheden gegevens en biologisch materiaal van de kinderen en hun ouders. “We nemen wangslijm af, haren, we voeren scans uit, meten hersengolven met EEG’s, verzamelen eyetrack-gegevens, en moeten de resultaten van IQ-tests bewaren. Ook maken we video’s van de interactie van ouders met kinderen bijvoorbeeld en nemen vragenlijsten af. Al die data moeten worden opgeslagen.”

Een eenvoudig Excelbestand dat je op de eigen computer bewaart, volstaat niet, zegt Kemner. “Behalve dat het hier gaat om een enorme hoeveelheid data, moeten ze op een eenvoudige wijze geanonimiseerd worden opgeslagen. De data moeten veilig zijn maar toch makkelijk toegankelijk zijn voor de verschillende onderzoekers die ermee werken. Maar ook de ouders moeten, als ze dat willen, hun eigen gegevens kunnen inzien. Ook moeten de verschillende data aan elkaar gelinkt kunnen worden om antwoorden te vinden op onderzoeksvragen. Stel ik wil weten welk IQ blonde meisjes van 7 hebben, dan moet het antwoord er zo uit kunnen rollen.”

Zelf iets in elkaar knutselen, zag Kemner niet zitten en zocht contact met de Directie ITS voor de nodige soft- en hardware. “Carolien Besselink, de directeur, zag ons als een proefproject. Met ITS heb ik doorgesproken wat wij nodig hebben en aan welke eisen de databank moet voldoen.”

Behalve aan IT-technische zaken, moest de databank ook voldoen aan verschillende wet- en regelgeving. “Dat heeft de IT-afdeling ook voor ons gedaan. De opslag van data moest voldoen aan Europese- en Nederlandse wetgeving, moest conform de regelgeving van onder meer de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht zijn. Daaruit werd een standaard gedestilleerd."

De databank die nodig was voor het Kinderkenniscentrum bestond nog nergens. “Dus toen zijn de IT-architecten aan de slag gegaan en hebben zelf een databank gebouwd.” Die heeft nu de naam Yoda gekregen wat een afkorting is voor Your Data.

“In het onderzoek gaat alles toe naar grootschalig dataverzamelen”, zegt Kemner. Zelf ziet ze ook weer nieuwe uitdagingen die via IT gerealiseerd moeten worden. “Er bestaan allerlei data die goed te koppelen zijn aan ons onderzoeksmateriaal. In het onderwijs worden de schoolresultaten van kinderen bewaard, geowetenschappers hebben informatie over bijvoorbeeld het milieu over de buurten waar die kinderen zijn opgegroeid. Als we die gegevens koppelen aan die van ons, kun je nog meer onderzoek doen naar de reden waarom het ene kind opgroeit tot bijvoorbeeld een zelfredzame volwassene en het andere niet.” 

Expertise opbouwen is duur

Menno Rasch kent de uitdagingen. Op dit moment wordt een databank gebouwd voor het Strategisch Thema Institutions for Open Societies en voor Global Geo Health Data Center. Deze twee onderzoeksgroepen vergen een andere versie van Yoda. “Maar de kennis die met het bouwen van Yoda is opgedaan, wordt nu gebruikt om de nieuwe databanken te bouwen. Een aantal bouwstenen van Yoda kunnen ook voor deze databanken worden gebruikt."

Het verklaart meteen, zegt Rasch, waarom IT veel geld nodig heeft voor de ondersteuning van het onderzoek. “We moeten expertise opbouwen om de wensen van onderzoekers te kunnen uitvoeren en in te kunnen spelen op concrete vraagstukken die zij hebben. Daarvoor moeten we onderzoekers opzoeken en moeten zij ons weten te vinden. Ook de infrastructuur om data veilig te transporteren en op te slaan, is duur net als computers die snel kunnen rekenen (high performance computing).”

De U-raadsleden vragen zich maandagin de financiële commissie af of alle wetenschappers wel gediend zijn bij de plannen van Research IT, of dat er problemen worden opgelost voor slechts een aantal onderzoekers. Ook zullen veel onderzoekers misschien zelf al op zoek zijn gegaan naar oplossingen voor hun IT-problemen en zullen idealiter moeten overstappen naar de diensten van de Directie ITS. Maar hoe krijg je ze zo ver?

Collegelid Anton Pijpers zegt dat in de evaluatie goed gekeken moeten worden of Research IT ook oplossingen heeft gevonden voor meer generieke problemen. Het laten overstappen van onderzoekers ziet Pijpers ook als een probleem. De wetenschappelijke staf zal "verleid" moeten worden, zegt hij. "Door het delen van good practices bijvoorbeeld."

Facebook Twitter Whatsapp Mail