Film 'Niemand in de stad': over echte studentenvriendschap en eenzaamheid

Niemand in de stad is een vermakelijke en indringende film over de ingewikkelde weg naar volwassenheid, vanuit het perspectief van Philip Hofman en zijn vrienden Matt en Jacob, allen lid van het Amsterdams Studenten Corps. Wie hiermee direct denkt aan ontgroeningen of series als Feuten, heeft het goed mis. Deze film weerspiegelt namelijk op realistische wijze de moderne ups en downs van het studentenleven – en de existentiële crisis die daarbij hoort. Hofman breekt zich het hoofd over vragen als: wie ben ik?, wie wil ik zijn?, en hoe moet ik dat bereiken? In deze film staat daarmee het vormingsproces van de persoon centraal.

Meesterlijk geregisseerd door Michel van Erp, in een coherent coming-of-age verhaal over vriendschap, liefde en noodlot, komt Niemand in de stad, naar het gelijknamige boek van Philip Huff, soms hartverscheurend, tot leven. Een absolute must-see voor iedere student.  Origineel is vooral de invalshoek om het corps niet als onderwerp, maar als setting te gebruiken. Niet de nare beslommeringen worden getoond, daarentegen ziet men juist de intieme en humane aspecten van het verenigingsleven. Het corps is slechts decor.

Geniet van de tomeloze vrijheid
Als student Philip Hofman tussen de corpsballen in Amsterdam komt te wonen, komt zijn huidige bestaan op losse schroeven te staan. Uitbundige seks, alcohol, drugs en vooral veel escalerende vrijheid zijn aan de orde van de dag. Mysterieuze huisgenoot Jacob, die optreedt als intellectueel en mentor van Hofman, omschrijft de uitbundige levensstijl van het corps als ‘het leven op open zee’. Volgens Jacob is het volwassen leven ‘ellendig’ en komt het bovendien altijd ongelegen. De enige manier waarop men aan de onontkoombaarheid van de bittere werkelijkheid kan ontsnappen, is door zo lang mogelijk te studeren. En te genieten van de tomeloze vrijheid op de open zee, want voor je het weet, is het klaar. Dan ben je afgestudeerd, zijn er opeens verplichtingen en begint de ‘kille burgermaatschappij’, waarvoor je móet doen.

Door al het gefeest en egoïsme, ziet hoofdrolspeler Hofman niet dat raadgever Jacob eigenlijk zelf enorm in de knoop zit. De film toont dit aan als voorbeeld, dat studenten vaak ‘te veel met zichzelf bezig zijn’. Het gaat om de ‘eigen’ persoonlijke ontwikkeling, de maximale zelfontplooiing, waardoor zij vergeten of niet inzien wat er werkelijk aan de hand is met hun naasten. Dit roept de vraag op welke waarden vriendschappen nou werkelijk hebben en laat zien dat veel studenten eerst zichzelf moeten leren kennen, voordat zij een waardevolle vriend kunnen zijn voor een ander.

Minne Koole als Philip Hofman en Jonas Smulders als Matt de Jager

Echte liefde
Hofman gelooft aanvankelijk in het belang van monogamie en houdt onverbiddelijk vast aan zijn jeugdliefde Elisabeth. En de ‘burgerlijke’ schoonouders die erg op hem zijn gesteld. Die situatie is onhoudbaar in zijn nieuwe milieu. Maar hij poogt weerstand te bieden aan de krachten van de vereniging die hem proberen te veranderen, ook al werken die steeds meer op hem in.

Als hij Karen ontmoet, gaat het mis. Niet meteen, maar geleidelijk. Karen is exotisch, onorthodox en verleidelijk, eigenlijk alles wat Elisabeth niet is. Hij wordt gek op haar en nadat hij het bed deelt met Karen, komt zijn vertrouwde relatie onder hoge spanning te staan.

Opeens lijdt hij een spannend dubbelleven en blijkt er een tweede persoonlijkheid in Hofman te schuilen, een ‘beest’, dat alles wil doen, wat God verboden heeft. En dat brengt hem terug bij de vragen: wie hij is en wil zijn en wat hij daarvoor moet doen.

Op dit punt laat de film de neoliberale geest van het corps zien. Individuele verantwoording vindt slechts binnen het corps plaats, waarbij het individu zich niet naar de buitenwereld hoeft te verantwoorden. Overspel is daar een voorbeeld van, omdat men daarbij geen rekening houdt met de gevoelens van anderen. Dat hoeft niet per se binnen het corps te gebeuren natuurlijk, integendeel. Mensen gaan overal vreemd, maar in een vormende periode in je leven in een studentenomgeving, is de kans wel groot dat een ‘oude jeugdliefde’ geen stand zal houden.

Verder is het paradoxale aan de film dat Hofman zich eigenlijk heel eenzaam voelt en door zijn acties met Karen steeds meer alleen gaat voelen. Dat slaat ook terug op de titel van de film. Niemand in de stad kan verwijzen naar eenzaamheid. Zelfs in de drukke stad, met al zijn bedrijvigheid, ook binnen grote sociale gemeenschappen, voelen veel individuen zich hopeloos alleen. De verloren ziel moet dan ook zijn ‘volwassen ik’ vinden in de onbekende stad en dat proces is niet makkelijk.

De enige echte vriend
Daarmee vind ik dat de film heel goed laat zien hoe ingewikkeld het concept eenzaamheid is onder studenten, omdat veel studenten zich verschuilen achter groepen. Hofmans enige ‘echte’ vriend is dan ook Matt, waarmee hij samen naar Spanje gaat om afscheid te nemen van Matt zijn terminaal zieke vader. Triest, want die vader is er eigenlijk nooit voor hem geweest. Maar uit die reis blijkt wel hoe waardevol ‘echte vriendschap’ kan zijn en welke mooie kanten onbevangenheid en vrijheid met zich meebrengen. 

Als de film zich verder ontvouwt, wordt steeds duidelijker hoe hard en pijnlijk de weg naar volwassenheid is en hoeveel tegenslagen overwonnen moeten worden, voordat het volgroeide stadium wordt bereikt. Het is daarbij de vraag of men überhaupt ooit helemaal volwassen wordt en of dat wenselijk is. Een bekend gezegde binnen de corpora hierover is: meng wat schalksheid in je beraadslagingen, af en toe een dwaas zijn is wel zo aangenaam.

Advertentie