Hoe ouders zich bemoeien met jouw studie(keuze)

Body: 

Ouders bemoeien zich steeds meer met de studie(keuze) van het kind. Hoe ver gaat die bemoeienis? Student Thom: “Ouders mogen uit interesse vragen stellen, maar niet om te controleren.”

Ouders bemoeien zich steeds meer met de studie(keuze) van het kind. Hoe ver gaat die bemoeienis? Student Thom: “Ouders mogen uit interesse vragen stellen, maar niet om te controleren.”

Open dagen bezoeken is steeds vaker een uitje voor het hele gezin. “Dat is te zien aan de cijfers”, zegt Maaike Smid, communicatiemedewerker van de Universiteit Utrecht. Het aantal aanmeldingen van de zogenaamde begeleiders, meestal ouders, voor zowel de bachelor- als de master voorlichtingsdagen is afgelopen jaar flink gestegen.

In 2012 kwam 13 procent méér ouders mee naar de bachelorvoorlichting dan in 2011. Het aantal jongeren dat zich komt oriënteren op een bacheloropleiding nam weliswaar ook toe, maar slechts met 6 procent.

Ouders gaan niet alleen mee, maar mengen zich ook steeds meer in gesprekken over de studiekeuze, zegt studiekeuzeadviseur Jacky Limvers (zie kader). Tegenwoordig kan dat in gesprekken met speciaal daarvoor getrainde studenten in zogenaamde speedcoachsessies.

Naast het praten over de studiekeuze op open dagen, ziet de UU ook dat ouders telefonisch contact zoeken met de opleiding. Smid: “Ouders bellen met vragen over ingangseisen, huisvesting en dergelijke. Soms hoor ik het kind op de achtergrond zeggen wat de ouder moet vragen.” Of dit tegenwoordig vaker gebeurt dan daarvoor, durft Smid niet met zekerheid te zeggen. “Daar zijn nu geen cijfers van.”

Hoe ver gaan de ouder dezer dagen in de bemoeienis met de studie, en waar ligt de grens? Daarover vertellen scholieren Shanna, Steven, student Thom en een aantal ouders.

1- ‘Verwacht na je studie Culturele Antropologie geen werk vanuit een luxe hotel’

Shanna (16), vriendin Mariska (16) beiden 5 vwo
Vader: techneut, moeder: logistiek manager
Uit: Hellevoetsluis

Ouders: “We houden ons zeker bezig met de studiekeuze van Shanna. We gaan mee naar de open dag en praten thuis met haar over haar overwegingen. We zadelen haar niet op met onze mening, maar we stimuleren haar zélf goed na te denken. Ook informeren we haar over de stand van zaken op de arbeidsmarkt als dat toevallig ter sprake komt.” Vader: “Je kunt wel in de mijnbouw willen werken, maar als de mijnen sluiten heb je weinig aan zo’n studie. Wij zijn daarin ook gewoon praktisch.”

Moeder: “Ik denk dat deze generatie ouders, ook wij, méér praat met het kind over de studiekeuze dan vorige generaties ouders dat deden. Dat is naar mijn idee logisch. Kijk, de kinderen van nu zijn verwend, ze kennen alleen maar luxe. Ze hebben er geen benul van dat dit niet vanzelfsprekend is, en dat hun studiekeuze ook bepaalt of ze die luxe later ook zullen hebben. Het is onze plicht hen hierop voor te bereiden. Bij Shanna is dat ook zo. We zeggen dat een studie Culturele Antropologie misschien mooie reizen met zich mee brengt, maar dat het later wel zeer hard werken is. ‘Je zit dan niet in een luxe hotel, maar in de rimboe’, waarschuwen we haar dan.”

Shanna: “Dat van die rimboe weet ik echt wel, iedereen om mij heen denkt dat ik me daar niet bewust van ben. Ik weet wel dat het geen luxe leventje is als je reist, maar ik wil het doen. Uiteindelijk zal ik toch wel doen wat ik wil, ongeacht of mijn ouders het goed vinden of niet. Maar ik praat er wel over met mijn ouders, we zitten wel op één lijn.”

Mondig genoeg
Ouders: ‘De crisis heeft geen invloed op onze rol. De studie van ons kind kost ons hoe dan ook geld. Wij hopen dat daar iets moois mee wordt gedaan. Contact opnemen met de studie als er iets aan de opleiding schort, of als er iets onduidelijk is? Dat mag ze zelf doen. Ze is mondig genoeg, anders wordt ze nooit volwassen. Ja, nu geven we haar de bagage, en als ze eenmaal uit huis is dan is dan gaat ze haar eigen weg. Samengevat is onze rol: sturen en loslaten.”

2- 'Mijn ouders willen vooral dat we een fijne studietijd hebben'

Steven (5 vwo, 16 jaar)
Wil studeren: bedrijfseconomie
Uit: Gorinchem

“Mijn ouders hebben nog niets gevraagd over mijn toekomstplannen. Naar voorlichtingsdagen ga ik met mijn vrienden, niet met mijn ouders. Daar hebben ze niet eens behoefte aan, ze laten het mij zelf uitvinden. Zo deden en doen ze het ook bij mijn broer: ze vragen wel eens wat hij met de studie wil worden, maar verder gaat de bemoeienis niet. Ze willen vooral dat we een fijne tijd hebben tijdens de studie.

“Trouwens, mijn klasgenoten en ik maken nog maar weinig toekomstplannen op dit moment. Dat komt doordat de exameneisen al onze aandacht vragen. Slagen voor je examen is lastig geworden. Het blijft steeds de vraag: halen we dit jaar wel? Elke dag is het weer spannend. Het is dus nog helemaal niet de tijd om al zo ver vooruit te kijken. Onze ouders zien dat ook zo.”

3-‘Ouders moeten wel interesse tonen, maar niet om te controleren’

Thom (20), derdejaars Geschiedenis: “Als ik een tentamen heb gehad, sms’en mijn ouders me na afloop met de vraag hoe het was. Ook later vragen ze of ik al heb gehoord wat voor cijfer ik heb. Dat stel ik echt op prijs. Ik vind dat ouders het verplicht zijn zich op deze manier te ‘bemoeien’ met de studie. Die bemoeienis moeten ze baseren op interesse, niet op controle. Voorbeelden van vervelende bemoeienis zijn: ‘Zit je alweer op de bank te gamen?’ of ‘Slokt die studentenvereniging van je niet al je studietijd op?’ Vraag dan liever wat er globaal in colleges wordt besproken, en dergelijke. Dan krijgen ze ook meer informatie: een student die het idee heeft dat de ouders als politiemannen optreden, zal hen veel minder vertellen over of betrekken in de studie.”

Ouders: “Ja, we tonen belangstelling over de inhoud en de vorderingen. Als het tegenvalt, praten we erover. We proberen hem dan te motiveren. Een keuze opleggen, dat zouden we nooit doen.”
Thom: “Mijn ouders tonen niet alleen interesse, maar helpen me ook met mijn studie. Ik maak vaak schrijfopdrachten en vind het prettig als ze me adviseren. Zij hebben hier ook plezier in.”

‘Ouders: onderbouw je klacht’
Thom: “Als ik gedupeerd word door de universiteit, of als deze een wanbeleid voert, mogen mijn ouders best een klacht indienen. Wel moeten ze dit met feiten onderbouwen. Het is net zoals op de middelbare school: ouders die de docent beschuldigen van matige prestaties van het kind, weten niet dat het kind in werkelijkheid misschien wel zat te lummelen in de klas. Ouders hebben niet altijd zicht op de situatie.
Ouders: “We vinden het niet goed als een ouder zich richt tot de universiteit met bijvoorbeeld een klacht. We stimuleren Thom in dat geval liever zelf een klacht in te dienen.”


Opbouwende ouderbemoeienis

Jacky Limvers is studieloopbaanadviseur bij Studentenservice van de UU. Ze geeft advies en begeleiding op het gebied van studiekeuze en arbeidsmarktoriëntatie.

Zijn ouders zich meer gaan bemoeien met de studiekeuze van het kind?
“Ja, het feit dat dit jaar veel meer ouders zijn meegekomen naar de open dagen van de UU, staat niet op zichzelf. Al tien jaar lang zie ik dat ouders vaker meekomen naar de bachelorvoorlichting. Tijdens die open dagen heb ik altijd gesprekken gevoerd met studiekiezers, en sinds enkele jaren mengen ouders zich zelf ook in die gesprekken. Daar heb ik destijds mijn vraagtekens bij gezet, het is immers de keuze van de studiekiezer zelf. Inmiddels heb ik gezien dat ouders een waardevolle bijdrage leveren in die gesprekken.”

Waardoor komt dat?
“Ouders kunnen het gesprek beter samenvatten dan de studiekiezers. Ze overzien de informatie en de structuur van het gesprek. Jongeren vinden dat nog lastig, wat logisch is: hun brein is immers nog in ontwikkeling.”

Wat is een risico als ouders zich mengen in de studiekeuze van het kind?
“Een don’t van ouders vind ik als ze hun kind waarschuwen een studie niet te doen met bijvoorbeeld de reden: met dit beroep verdien je weinig geld. Immers, ouders zelf weten ook niet alles over de wereld. Baseert een student zich op de waarschuwingen of mening van ouders, dan kan hij of zij vastlopen. Dat kom ik soms tegen in mijn werk.
"Er kwam eens een student bij me langs,omdat hij lage cijfers haalde op de hogeschool. We hebben hem getest. Zijn niveau bleek prima voor de hogeschool en zelfs gemiddeld voor de universiteit. We vroegen hem of hij de studie niet te saai vond en daarom te weinig inzet toonde, iets dat vaak voorkomt. Toen kwam de aap uit de mouw: de jongen wilde het liefste Rechten studeren, maar koos dit niet omdat hij zich liet afschrikken door waarschuwingen van zijn vader. Die was bang dat zijn zoon het niet zou halen.”

Wat heb je toen gedaan?
“Ik heb destijds beiden uitgenodigd op gesprek en dat was vreselijk leuk. In zo’n gesprek verhelderen we de aannames die ze van elkaar hebben, en bedenken we hoe ze kunnen voorkomen dat de jongere de studie niet haalt. De jongen heeft de overstap naar Rechten gemaakt. Zo is hij toch gaan doen wat hij zelf wil.”

Welke rol kan een ouder wél innemen?
“Helpen structuur aanbrengen in de studie. Dit heb ik in het bovenstaande gesprek ook geadviseerd. Hulp is vaak prettig voor de student, als de verantwoordelijkheden maar helder zijn. En ouders kunnen vragen stellen: wat vind jij belangrijk? Hoe moet dat eruit zien? Wat heb je nodig om daarachter te komen? Dat soort vragen sturen de autonomie.”

In Amsterdam krijgen ouders zelfs een workshop in het betrekken van het kind bij de studiekeuze. Foliaweb brengt het in beeld

Facebook Twitter Whatsapp Mail