Moeten ouders zich zorgen maken wanneer kinderen te veel bezig zijn met hun smartphone of tablet?

Jeugd & Identiteit: 'Elk kind heeft wel iets waar vragen over rijzen'

Body: 

Een Nederland waarin echt alle kinderen alle kans krijgen. Dat is wat de onderzoekers van het strategisch thema Jeugd & Identiteit willen. Maar eer dat het zo ver is, moet er nog veel onderzoek worden gedaan. Meer dan in 4 jaar mogelijk is.

Een Nederland waarin echt alle kinderen alle kans krijgen. Dat is wat de onderzoekers van het strategisch thema Jeugd & Identiteit willen. Maar eer dat het zo ver is, moet er nog veel onderzoek worden gedaan. Meer dan in 4 jaar mogelijk is.

De universiteit heeft 4 themagebieden aangewezen om het Utrechtse onderzoek internationaal op de kaart te zetten. Hier gaat miljoenen extra geld naar toe. DUB vraagt zich af wat er met het geld gebeurt en hoe de betrokken onderzoekers boven de rest willen uitstijgen. Vandaag het strategische thema: Jeugd & Identiteit.


Jeugd & Identiteit is niet alleen een heel jong thema, het is ook heel breed. Of het nu gaat om de ontwikkeling van zenuwcellen of om de effecten van whatsappen op de taalontwikkeling van kinderen, de onderzoekers passen allemaal onder de paraplu van dit speerpunt van de Universiteit Utrecht. En hoewel andere universiteiten ook sterke onderzoekslijnen hebben op het vlak van de jeugd, heeft niemand er zo veel aandacht voor als Utrecht.

Door het brede thema, is het dan ook niet vreemd dat onderzoekers uit alle windrichtingen hier onderdak vinden. Vrijwel alle Utrechtse faculteiten zijn betrokken bij dit speerpunt. Alleen Diergeneeskunde ontbreekt. En dat is jammer, stelt programmadirecteur Chantal Kemner. Een onderzoek naar de combinatie kind en dier ligt tenslotte voor de hand. Er wordt uitgekeken naar de entree van de Diergeneeskundigen.

Kan de instemming van het College van Bestuur met dit strategische thema worden gezien als een erkenning voor deze meer softe tak van de wetenschap?
De sociaal wetenschappers hebben zich hard gemaakt voor de komst van het thema Jeugd & Identiteit. Vroeger zou deze tak van wetenschap weinig kans maken als strategische keuze van de universiteit. Werner Raub, decaan van de faculteit Sociale Wetenschappen en bestuurlijk verantwoordelijk voor Jeugd & Identiteit stelt dat zo: “Als de universiteit 20 jaar geleden 4 strategische thema’s zou benoemen en 2 aanvragen zouden heel duidelijk de signatuur van Geesteswetenschappen en Sociale Wetenschappen hebben gehad, zouden die dan zijn gehonoreerd? Nee, dat zou zo niet zijn gebeurd.”

De universiteit heeft met haar instemming voor Jeugd & Identiteit dus vooruitgang geboekt, vindt Raub. “Twintig jaar geleden waren er ook heel sterke groepen, maar de kwaliteit van het onderzoek van onze hele faculteit staat nu niet meer ter discussie.”

Het zal zeker geholpen hebben dat de onderzoekers binnen Jeugd & Identiteit al veel subsidie en grants hebben binnengehaald. Het meest opvallend is het grote succes van een paar maanden daarvoor toen 27,6 miljoen uit de nieuwe Zwaartekrachtsubsidies ging naar een 10-jaar durend cohortonderzoek naar de ontwikkeling van baby’s tot jong volwassenen. Een onderzoek waarvan Kemner de hoofdaanvrager is en waarbij gerenommeerde wetenschappers uit verschillende disciplines en universiteiten – van wie 8 onderzoekers uit Utrecht - betrokken zijn.

Jeugd & Identiteit is heel breed. Wat is de maatschappelijke behoefte om deze groep zo uitgebreid te onderzoeken?
Nederland heeft 3 miljoen inwoners onder de 18 jaar. Het maatschappelijk belang van een goede ontwikkeling van kinderen is met zo’n aantal groot. Als problemen in die ontwikkeling door onderzoek vroegtijdig worden ontdekt of zelfs voorkomen kunnen worden, dan heeft iedereen daar baat bij. En wie wil – zo denkt Kemner - nu niet het antwoord weten op de vraag waarom het ene kind relatief probleemloos opgroeit tot een evenwichtige volwassenen en het andere kind daar veel meer problemen mee heeft en uiteindelijk misschien geen evenwichtige volwassene wordt? Het was daardoor misschien ook niet zo moeilijk een centrale vraag te formuleren voor Jeugd & Identiteit: ‘Hoe kunnen we onze kinderen en kleinkinderen helpen om op te groeien tot zelfstandige, evenwichtige volwassenen?’

Deze nieuwsgierigheid blijkt breed aanwezig binnen de universiteit getuige de vele gerenommeerde onderzoekers die zich aansloten bij het thema. Daarmee bleek ook hoeveel onderzoek op dit terrein al bestaat aan de UU. Binnen de faculteit Sociale Wetenschappen wordt in alle disciplines al onderzoek gedaan naar jongeren. Vaak al in verschillende constellaties met onderzoekers uit andere disciplines en faculteiten zoals geesteswetenschappen en life sciences.

Zelf werkt programmadirecteur en hoogleraar Biologische Ontwikkelingspychologie Chantal Kemner al jaren op het snijvlak van gedrag en hersenontwikkeling; samen met wetenschappers van het UMC. Via het focusgebied Neuroscience & Cognition Utrecht werkten taalonderzoekers al samen met onderzoekers van het UMC en sociale wetenschappen. En sociaal geografen staken de Heidelberglaan al eens over voor een onderzoek naar de effecten van de wijk waar het kind opgroeide op de kans op een (goede) baan.

Wat zijn de wapenfeiten na een jaar Jeugd & Identiteit?
Behalve dat er een organisatie is opgezet, zijn er twee heel tastbare zaken. Het eerste wapenfeit is het binnenkort te openen Kinderkenniscentrum onder het Van Unnik in De Uithof, op de plek waar vroeger de boekhandel zat. Hier wordt de samenwerking tussen het Zwaartekrachtonderzoek en de onderzoekers van Jeugd & Identiteit zichtbaar geïntegreerd. Op deze plek worden onder meer de onderzoeken met de kinderen van het cohort gedaan.

Ten tweede heeft de programmacommissie van Jeugd & Identiteit 0,75 miljoen euro uitgegeven aan nieuw onderzoek. Naar aanleiding van haar oproep kwamen er ruim 50 voorstellen binnen waarvan 13 werden gehonoreerd. Voorwaarde voor deze ronde was, dat de wetenschappers ervaring hebben met onderzoek naar de jeugd en natuurlijk de aanvraag indienden met collega’s uit een andere discipline.

Wat is het vernieuwende van dit onderzoekt?
Het thema Jeugd is in de wetenschap al heel oud. Maar veel onderzoek beperkte zich tot een disciplinaire aanpak. De invloed van de buurt op de ontwikkeling van de identiteit van een kind is daar nu een voorbeeld van. Met dit type vragen liepen onderzoekers wel rond, zegt Pieter Hooimeijer lid van de programmacommissie voor de faculteit Geowetenschappen, maar tot onderzoek kwam het vanwege de disciplinaire aanpak vaak niet. Nu het wel kan, kan hetzelfde thema vanuit verschillende perspectieven worden onderzocht en dat is vernieuwend.

Met het geld dat het College van Bestuur geld beschikbaar stelde voor interdisciplinair onderzoek in de focusgebieden, konden samenwerkingen worden opgestart die daarvoor onmogelijk leken. Henriëtte de Swart lid van de programmacommissie namens Geesteswetenschappen: “Als taalkundigen kregen wij bijvoorbeeld via het focusgebied Neuroscience & Cognition toegang tot onderzoek met de MRI. Die optie bestond daarvoor gewoon niet.”

De samenwerking van onderzoekers bracht spannende combinaties en nieuwe ideeën op snijvlakken van disciplines. De komst van het strategisch thema zette de deur nog wijder open voor interdisciplinair onderzoek wat leidde tot meer dan 50 aanvragen, hetgeen volgens de programmacommissie beloftes voor de toekomst inhouden. Laat onverlet, zegt Hooimeijer, dat interdisciplinair onderzoek bestaat bij de gratie van goed disciplinair onderzoek.

Als je kijkt naar de gehonoreerde onderzoeksvoorstellen komen vooral de problemen van de jeugd binnen de samenleving aan de orde. Wil dit thema zich alleen op de problemen richten?
Kijkend naar de onderzoeksvoorstellen lijkt de samenleving alleen maar problemen te hebben met de jeugd. Kijk bijvoorbeeld naar het onderzoek dat een studie gaat doen naar het gewelddadig gedrag onder jongeren op het voetbalveld. Of naar het onderzoek naar de invloed van  ‘micro-agressie’ op de niet heteroseksuele jongere.  

Toch is dat volgens Kemner maar schijn. De onderzoeksvragen zijn misschien zo geformuleerd, maar de uitkomsten kunnen heel positief zijn, zeggen Kemner, De Swart en Hooimeijer Kemner: “Elk kind heeft wel iets waar vragen over rijzen. Voor de ouders is het dan fijn om te weten of het kind normaal verdrag vertoond of dat ze zich zorgen moeten maken.”

De Swart denkt dat daarbij mogelijk ook cultuurverschillen spelen: sociale wetenschappers praten misschien sneller in termen van risico’s, terwijl geesteswetenschappers vaker op de winstlijn zitten. Je kunt tweetaligheid zien als probleem, maar je kunt ook de positieve kanten ervan benadrukken. Of de tijd die jongeren aan sociale media besteden: dat kan risicovol zijn, maar het is ook onderdeel van de manier waarop jongeren hun identiteit vormgeven. Door samen op te trekken, treedt er een nuancering op.

Wat moet idealiter de uitkomst zijn van het onderzoek binnen Jeugd & Identiteit en hoe waar liggen de valoriseerkanten?
Het uiteindelijke idee is dat er een geïntegreerd en meer genuanceerd beeld gegeven kan worden over de jeugd. Wie nu googlet met een vraag komt uit bij onderzoeker X die A zegt en onderzoeker Y die B zegt. Het interdisciplinaire onderzoek moet een veel genuanceerder antwoord gaan geven. Het zou toch fijn zijn, zegt Raub, als we een beter begrip krijgen waarom sommige kinderen het beter doen dan andere en wij er aan kunnen bijdragen dat de groep met problemen kleiner wordt.

Op dat vlak liggen ook de mogelijkheden tot valoriseren. In het Kinderkenniscentrum komt een kleine groepsruimte waar bijvoorbeeld workshops kunnen worden gegeven aan mensen die werken met jongeren. De kennis kan ook wroden gedeeld via een website waar een genuanceerd antwoord is te vinden op allerlei vragen.

Zien studenten er ook iets van terug in het onderwijs?
Dat staat voor de komende tijd op stapel. Ideeën zijn er om bestaande cursussen te bundelen of nieuwe te ontwikkelen.

En zijn alle plannen te realiseren in de 4 jaar die er nu voor staan?
Nee waarschijnlijk niet, omdat de samenwerking op vele fronten nu pas is gerealiseerd. De hoop op een voortzetting leeft wel, hoewel Raub liever met beide benen op de grond blijft en zich niet wil laten verleiden tot een blik in de toekomst.

Facebook Twitter Whatsapp Mail