Legaal galgje spelen tijdens college Italiaans

Body: 

Galgje spelen en recepten uitwisselen. Tijdens een practicum Italiaans kan dat. Collegetoer nam een kijkje en bleek tussen alleen maar bijvakkers te zitten.

Galgje spelen en recepten uitwisselen. Tijdens een practicum Italiaans kan dat. Collegetoer nam een kijkje en bleek tussen alleen maar bijvakkers te zitten.

Studie Italiaanse Taal & Cultuur
Naam vak Italiaans 2
Niveau, hoeveelstejaarsvak Niveau 1, eerstejaarsvak
Waar Kromme Nieuwegracht 80, zaal 017
Datum en duur Woensdag 27 november, 13.20-15.00
Docent Carlo Giordano
Aantal studenten die vak volgen 23 opgesplitst in 2 groepen
Aantal aanwezige studenten 7
Voertaal Nederlands & Italiaans

Benvenuto In-gue. Zo verwelkomt docent Italiaans Carlo Giordano mij als ik hijgend het talenpracticum Italiaans 2 in kom rennen. Kwart over één, net op tijd! Eenmaal uitgepuft, kijk ik om me heen en zie ik één studente zitten, die me dankbaar aankijkt:  “Gelukkig, ik dacht dat ik de enige was.” Dat valt uiteindelijk mee, om half 2 is iedereen binnen. Zeven studenten; zes meiden en 1 oudere, grijze man die dit vak volgt om zich beter en vooral grammaticaal correcter te redden in Italië als hij daar op vakantie is.  

Het talenpracticum begint. Dit is de eerste keer dat ik mij onderdompel in het Italiaans. Ik heb me erop ingesteld dat Giordano de hele les in het Italiaans spreekt maar dat valt mee. Zijn voertaal is Italiaans, maar hij vertaalt regelmatig woorden. Zelf praten de studenten alleen Nederlands. Dit is dan ook pas het tweede vak Italiaans dat ze volgen.

Galgje
Giordano  is een uitstekende docent voor zijn beginnende leerlingen. Als hij spreekt, doet hij me denken aan de audiocursus Spaans die ik momenteel volg. Hij articuleert duidelijk, legt veel nadruk op zijn woorden en praat langzaam. Ook gebruikt hij zijn handen én Google om zichzelf duidelijk te maken. Zo zoekt hij afbeeldingen op van woorden, om bijvoorbeeld het verschil tussen een bergschoen en een dameslaars aan te geven.

Helemaal leuk wordt het als de studenten een woord moeten raden. De eerste twee letters zijn gegeven, de rest van het woord bestaat nog uit streepjes. Terwijl de studenten letters roepen (in het Italiaans natuurlijk), tekent Giordano langzaam maar zeker een galg op het bord. Daar staat de basis, oei nu hangt het hoofd al. Gelukkig, iemand heeft het geraden! Na dit intermezzo zingt Giordano  kort een liedje, waarna hij een afbeelding van het geraden woord toont via internet.

Schools
In de pauze ben ik benieuwd wat deze studenten heeft gemotiveerd om een niche-studie als Italiaans te beginnen. Alle zes dames uit de groep blijken bijvakkers te zijn, die in hun programma Taal & Cultuurstudies ruimte hadden voor taalvakken Italiaans 1 en Italiaans 2. “Er bestaan ook nog Italiaans 3 en 4”, vertelt een van de studentes, “maar niemand van ons gaat dat volgen.” “Ik vind de lesmethode te schools”, vult een studiegenootje aan. “Dat zal wel horen bij een taal leren maar ik volg dan liever een ander vak.”

En schools is het inderdaad. Het begint al met het gekleurde lesboek vol vrolijke plaatjes (van kazen, poppetjes enzo) en simpele oefeningetjes. Een voorbeeld: zet een pijltje van het product (bijvoorbeeld wortel, el carote) naar de bijbehorende winkel (groenteboer, fruttivendolo). Ook dit talenpracticum waarin de oefeningetjes worden gemaakt, doet schools aan. Op zich wel logisch. Als je een taal wilt leren, dan heeft het geen zin uren te filosoferen over de invloed van Dante’s Divina Commedia op de taalontwikkeling. Dan moet je het spreken (‘niet schrijven, orale! Praten!’ roept Giordano zijn studenten op), grammatica oefenen, leren wat kip is en wat je moet zeggen als je iemand wilt versieren.

Hongerrrr
En daarom blijven we deze les ook dicht bij huis en vooral, dicht bij de keuken. Zo kennen de Italianen drie woorden voor kip/haan: gallo (haan), gallina (hen) en pollo, en die laatste is een kip ‘die bepaalde anatomische onderdelen mist’, aldus Giardano. Al gauw komt het gesprek op hanenborstjes eten en lijkt de les in een kookclubje te ontaarden (“Grote garnalen, die bak je in de pan toch?”). “Hou op, ik krijg hier honger (fame) van!”, brengt Giordano iedereen weer bij de les.

Door alle oefeningen (en gesprekjes over eten) is de les snel voorbij.  Achteroverleunen was er in dit interactieve en soms best pittige talenpracticum niet bij. Of zoals een studente aangeeft: “Dan moet je een woord vervoegen en weet ik hoe het moet maar niet meer wat het woord in het Italiaans is.” Wat de studenten met deze cursus Italiaans gaan doen, is me een raadsel. Wat dat betreft lijkt het vooral een pretvak te zijn. Leuk als beginnetje maar als je echt Italiaans wilt spreken (parlare), moet je doorstuderen. Zoals de dappere 37 bachelor- en masterstudenten die de studie Italiaans volgen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail