Meedraaien in het spel van de NWO-knikkers

Body: 

Wetenschappers juichen wanneer zij een NWO-subsidie van enkele miljoenen ontvangen. Maar zo’n prijs komt niet zomaar uit de lucht vallen. En er zijn ook verplichtingen aan verbonden. Vandaag deel 1 over de ervaringen van wetenschappers met het binnenhalen van een NWO-subsidie.

Wetenschappers juichen wanneer zij een NWO-subsidie van enkele miljoenen ontvangen. Maar zo’n prijs komt niet zomaar uit de lucht vallen. En er zijn ook verplichtingen aan verbonden. Vandaag deel 1 over de ervaringen van wetenschappers met het binnenhalen van een NWO-subsidie.

Wat is er nu begeerlijker dan het winnen van een prijs? Totdat blijkt dat er aan het winnen van de prijs ook verplichtingen verbonden zijn. De meeste academische prijzen zijn geen prijzen à la de Staats- of Postcodeloterij. Het zijn prijzen met verplichtingen.

De winnaars van een Veni, Vidi of Vici hebben al een heel traject achter de rug wanneer ze het bericht ontvangen dat ze in de prijzen vallen. DUB vraagt drie wetenschappers terug te kijken. Wat heeft de prijs hen opgeleverd en zijn er ook nadelen aan verbonden.

De felicitaties
Toen Ellen Hamaker in 2010 een Vidi-subsidie ontving, liep haar inbox vol met felicitatiemails. Nog dezelfde middag stond de voorzitter van de afdeling op de drempel en de volgende ochtend de decaan. “Dat streelt natuurlijk wel je ego,” zegt Hamaker die nieuwe statistische modellen ontwikkelt voor het analyseren van intensieve longitudinale data. Ze is verbonden aan de afdeling Methoden en Statistiek van de Faculteit Sociale Wetenschappen.

Celbiologe  Anna Akhmanova ontving zowel een Vidi (2001) als een Vici-subsidie (2007). Zij herkent dit:  “Die waardering voel je wel; dat is heel fijn, maar ook heel kort, hoor”, zegt Akhmanova. “Toch is het een bepaalde erkenning voor je werk.”

De voorbereiding
Deze apotheose is de beloning voor heel veel werk dat al verricht is. De kans om een Veni, Vidi of Vici te krijgen is immers erg klein, net iets meer dan 10 procent. Hamaker benadrukt dat de aanvraag alleen al een grote investering is. “Zo’n voorstel schrijf je niet in een week, daar gaat echt een lange tijd overheen.”

Vici-winnaar Marcus Düwell, directeur van het onderzoekinstituut voor Filosofie en Religiewetenschap nam er de tijd voor: “Het schrijven van de vooraanmelding duurde alleen al een week. Het uitwerken heeft me de hele zomer gekost.”

Hergebruik voor andere aanvraag
Toch ligt dat ook wel weer wat genuanceerder. De kansen stijgen na een (geaccepteerde) vooraanmelding tot 20 à 30 procent. Bovendien kunnen veel van de aanvragen ten behoeve van andere subsidieaanvragen gerecycled worden. “Je moet je steeds afvragen of het de moeite van het proberen waard is”, vertelt Düwell. “Je kunt niet voorspellen hoe lang je ermee bezig zult zijn. Mijn onderwerp is menselijke waardigheid als basis van de mensenrechten en ik ben al jaren bezig met een groot handboek dat in april verschijnt. Ik zat dus al goed in de literatuur en wist hoe ik het wilde aanpakken.”

Düwell kreeg zelfs te maken met een luxeprobleem, omdat praktisch gelijktijdig met de toekenning van zijn Vici er nog drie andere subsidies aan zijn instituut werden toegekend. “Ik heb in redelijk korte tijd vier aanvragen geschreven: een Vici, een Horizonvoorstel, een ESF-programma en een voor een China-exchange programma. Ik verwachtte dat één daarvan wel zou lukken, maar we kregen ze allemaal.”

Schrijf diplomatiek voorstel
Veel hangt af van de beoordelaars. Een nadeel is volgens Düwell is dat je niet tegenover een groep vakgenoten komt te zitten. “Je wordt beoordeeld door een interdisciplinaire commissie. Ik zat tegenover één filosoof en voor de rest vertegenwoordigers van allerhande geesteswetenschappen. Ik had het idee dat ze voor een deel niet precies snapten wat mijn aanpak was. Het is een beetje spooky. Aan de ene kant wordt verwacht dat je het zo schrijft dat de externe expert op jouw vakgebied het goed vindt, maar dat ook een brede commissie van leken het moet aanvaarden." 

Düwell vertelt dat dit vraagt om een strategische opstelling van de aanvrager. "Je kiest bij je aanvraag een bepaald genre. Je schrijft voorzichtiger, op een manier die zo weinig mogelijk aanknopingspunten voor kritiek geeft. Normaal gesproken denk je radicaler, je vragen zijn stelliger en je meningen meer uitgesproken. Daardoor komt het vernieuwende maar beperkt naar voren. Het is dan wel een vernieuwingsimpuls, maar je keuze wordt diplomatiek."

Schipperen tussen eenvoud en vernieuwing
Hamaker vindt het schipperen tussen enerzijds je voorstel simpel en aantrekkelijk brengen en anderzijds laten merken dat je kundig en bekwaam bent. “Mijn onderwerp, de statistiek, kan je niet bepaald sexy noemen, dus ik moest echt mijn best doen daar wat van te maken. De reviewers zijn mensen uit je eigen vakgebied, die moet je laten zien dat je inderdaad een expert bent, dat je weet waar je het over hebt. Daarmee moet je hen overtuigen. Daar staat de commissie tegenover en die is heel breed. Er zitten niet alleen psychologen in, maar bijvoorbeeld ook mensen van internationaal recht. Dan moet je wel een goed verhaal houden.”

Düwell voegt toe: "Als je je wilt onderscheiden van de mainstream, dan maak je jezelf echt kwetsbaar. Het hangt er maar helemaal vanaf of je reviews krijgt van mensen die jouw ideeën onderschrijven. Waarschijnlijk krijg je reviews uit de mainstream, anders was het geen mainstream. En dat is toch een rare situatie.”

Onafhankelijke toetsingen door referenten
Anna Akhmanova deelt deze bezwaren van Düwell en Hamaker niet: “Het zijn buitenlandse referenten en een onafhankelijke commissie die je prestaties bekijken en beoordelen. Dat garandeert een onafhankelijke toetsing van de kwaliteit en dat waarderen de universiteiten. Het geeft je juist de ruimte om je beste en meest risicovolle ideeën uit te voeren. Je moet een groot probleem benoemen en je kan grensverleggend werken. Dat wil nog niet zeggen dat je het probleem ook gaat oplossen, maar het moet wel ambitie uitstralen.”

Verliezer kan straks de winnaar zijn
Hamaker heeft er een beetje moeite mee om van winnaars te spreken. “Zijn de mensen die het niet krijgen, dan verliezers? Ik ken ook de andere kant, hoe pijnlijk dat kan zijn. De eerste keer ben ik voor een Veni afgevallen in de laatste ronde. Al die moeite, tijd en energie die je erin hebt gestoken…”

Je moet het wel een beetje relativeren, vindt Düwell: “Het opstellen van je aanvraag leidt ook tot artikelen. Ik ken iemand die een Vici niet gehaald heeft, en zijn aanvraag heeft opgesplitst en vervolgens wel de open competitie heeft gehaald. Je moet het als een spel beschouwen waarin je meedraait.”

Voor wetenschappers die een subsidie hebben binnengehaald, gaan deuren open. Maar ook internationaal? En wat heeft de subsidie als gevolg voor de werkzaamheden? Is de prijswinnaar alleen nog maar met managen bezig? Of komt hij nog toe aan het eigenlijke onderzoek en het geven van onderwijs? Dat staat in deel 2 van deze serie.

Facebook Twitter Whatsapp Mail