Nederland kan opmars online onderwijs niet negeren

Body: 

Gratis online onderwijs maakt een stormachtige groei door in de Verenigde Staten. Ook Nederland zet zich schrap voor de digitalisering van de collegezaal.

Gratis online onderwijs maakt een stormachtige groei door in de Verenigde Staten. Ook Nederland zet zich schrap voor de digitalisering van de collegezaal.

Het online zetten van hoorcolleges en lesmateriaal is niet nieuw; dat commerciële bedrijven zich op de markt storten wel. Het afgelopen jaar hebben durfkapitalisten miljoenen geïnvesteerd in de grote Amerikaanse platforms Coursera en Udacity. De prestigieuze Amerikaanse universiteiten MIT en Harvard wilden niet achterblijven: ze investeerden elk dertig miljoen dollar in EdX.

Hierdoor kunnen studenten van Aruba tot Zimbabwe college krijgen van professoren van de beste universiteiten. Ze hoeven alleen maar thuis in te loggen voor een college over de Griekse oudheid, kinderziektes of moderne architectuur. Voor wie afgeladen hoorcollegezalen gewend is, zijn de beste zogeheten massive open online courses (moocs) een verademing.

Nederland gaat de mooc-markt op
De Universiteit Leiden is de eerste Nederlandse instelling die met een Amerikaans platform in zee gaat. Over een paar maanden start op Coursera een introductiecursus Europees Recht, waarvoor zich zonder noemenswaardige reclamecampagne in een paar weken tijd meer dan 10.000 mensen inschreven.

“Met dit experiment onderzoeken we welke kant de universiteit de komende dertig jaar op kan gaan”, zegt Gideon Shimshon. Hij is directeur van het Centre for Innovation van de Haagse faculteit. Het centrum ontwikkelt de digitale colleges in samenwerking met het Europa Instituut en Leiden Law School. “Alle instellingen zetten colleges online; wij willen kijken hoe we nieuwe technieken kunnen inzetten om de onderwijskwaliteit te verbeteren.”

De Technische Universiteit Delft overweegt als eerste Nederlandse universiteit colleges van het Amerikaanse MIT te gebruiken als aanvulling op eigen vakken. “Een vrij logische stap, want daar zit voor ons uitstekend onderwijs”, legt onderwijsdirecteur Anka Mulder uit.

Delft zet al jaren colleges online via het wereldwijde Opencourseware consortium – waar Mulder voorzitter van is – en stort zich binnenkort ook op de mooc-markt. “Dan doen we om ideële redenen”, aldus Mulder. “Maar ook omdat Delft hierdoor met het onderwijs en onderzoek veel zichtbaarder wordt in de wereld.” De instelling wil zich met de online vakken sterker profileren, bijvoorbeeld met thema’s als watermanagement.

Om diezelfde reden begint de Universiteit van Amsterdam met een eigen mooc-platform.  Leiden zegt enerzijds te willen onderzoeken hoe digitale modules het contactonderwijs kunnen verbeteren. De universiteit kiest niet toevallig voor een introductie in Europees Recht: een van de onderwerpen waarmee de instelling zich profileert.

Profileren versus samenwerken
Wil Nederland de Amerikanen kunnen bijhouden, dan moeten instellingen volgens UvA-hoogleraar Mediastudies José van Dijck wel meer gaan samenwerken. “Online lesgeven kost veel geld. Geen enkele Nederlandse instelling kan het in zijn eentje opnemen tegen Coursera of Udacity.”

Het probleem is alleen dat instellingen zich liever profileren dan dat ze samenwerken, verzucht hoogleraar Innovatieve Leervormen in het Biomedisch Onderwijs Harold van Rijen van de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht. “Nederland lijdt aan het not invented here syndroom. Docenten willen zelf de boeken uitzoeken en de colleges maken.”

Utrechtse geneeskundestudenten moeten van Van Rijen voor het practicum, online colleges kijken en vragen beantwoorden. College geven wordt daardoor volgens Van Rijen een stuk leuker. “Ik kan meer op niveau met studenten van gedachten wisselen, in plaats van voor de honderdduizendste keer uit te leggen wat de voor- en achterkant van een hart is.”

Van grootschalige samenwerking met andere instellingen is voorlopig geen sprake. “Terwijl we sommige colleges best kunnen delen”, vindt Van Rijen. “Niet alleen met andere geneeskundestudies, maar bijvoorbeeld ook met verpleegkunde of farmacie.”

 “Ik kan me goed kunnen voorstellen dat we in de toekomst meer gebruik maken van de expertise van andere instellingen”, zegt de hoogleraar. “Bij de Radboud Universiteit Nijmegen zit bijvoorbeeld heel veel kennis over nierproblemen. Waarom zouden wij in Utrecht dan geen hoorcolleges gebruiken van hun topdocenten? Omgekeerd zou Nijmegen van Utrecht modules kunnen gebruiken over hart- en vaatziekten, één van onze speerpunten.”

Didactiek en politiek
Goedkoop is het allemaal niet: het UMC Utrecht heeft 6 miljoen euro uitgetrokken tot 2016 om online onderwijs te ontwikkelen. Daar komt bij dat een online college vooralsnog niet meetelt als contactuur, terwijl instellingen juist meer les moeten geven.

Shimshon van de Universiteit Leiden verwacht niet dat klassikaal onderwijs gaat verdwijnen. “De centrale vraag is hoe wij onderwijs kunnen verbeteren met behulp van nieuwe online technieken, niet hoe we het kunnen vervangen.”

“De kracht van online leren is dat het heel geduldig is”, vat de Utrechtse hoogleraar Van Rijen het fenomeen samen. “Een filmpje vindt het niet erg om iets tien keer uit te leggen. Maar de grote zwakte is dat het ook weinig flexibel is. Als een student iets niet snapt, kan een filmpje het niet op een andere manier uitleggen.”

Een oplossing voor luie studenten biedt online onderwijs ook niet. “We moeten ook bij online onderwijs rekening houden met het gebrek aan discipline van sommige studenten”, zegt Anka Mulder van de TU Delft. “Net zoals er studenten zijn die een boek maar half lezen, zullen er ook studenten zijn die de online modules niet maken.”

Hoe digitaal leren precies past in het Nederlandse onderwijsmodel, blijft voorlopig zoeken en proberen. Maar het momentum is “gigantisch”, aldus Van Rijen. “Als we niet binnen vijf jaar een manier hebben gevonden om dit een plek te geven, gaan studenten hun onderwijs ergens anders halen.” (Petra Vissers, HOP)

Toetsing & diploma’s

Online vakken van Stanford volgen, leidt niet tot een Stanford-diploma. Want hoewel Udacity, Coursera en EdX samenwerken met topuniversiteiten, zijn zij zelf (nog) geen geaccrediteerde onderwijsinstellingen. Wel krijgen deelnemers een certificaat na succesvolle afronding van een online vak. Wat daarvan de waarde is op de arbeidsmarkt, moet nog blijken.

Er is een groot gat tussen het aantal inschrijvingen voor een vak en het aantal studenten dat het vak succesvol afrondt. Volgens Udacity hebben zich tot nu toe zo’n 730.000 studenten ingeschreven voor een vak, zo’n 100.000 studenten rondden de cursus daadwerkelijk af. Dat is zo’n 14 procent. Coursera meldt dat 7 tot 9 procent van de cursisten de eindstreep haalt.

Toetsing verloopt via online examens, die worden nagekeken door een computer. Dat geeft problemen met meer subjectieve vormen van examinering, zoals het schrijven van essays. Coursera experimenteert daarom met een systeem waarbij studenten worden getraind om elkaars werk te beoordelen. De oprichters van Coursera beroepen zich daarbij op recent onderzoek over crowdsourcing, waaruit blijkt dat evaluaties van verschillende mensen tot hetzelfde oordeel zou leiden als het oordeel van een docent.

Fraude ligt op de loer: anoniem achter de computer is het immers makkelijker om te spieken of hulp in te schakelen dan wanneer je fysiek in een klaslokaal aanwezig bent. Er zijn verschillende experimenten gaande om fraude bij online onderwijs tegen te gaan, zoals het verplicht aanzetten van een webcam tijdens examens, software die de toetsaanslag herkent en plagiaatdetectiesoftware. Zolang het probleem van fraude nog niet naar tevredenheid is opgelost, zal erkenning van online onderwijs waarschijnlijk problematisch blijven.(Eva de Valk, HOP)

Verdienmodel & privacy

Udacity en Coursera zijn commerciële organisaties, die voor hun initiatief miljoenen hebben gekregen van investeerders. De instellingen maken nog geen winst, maar dat zal op termijn moeten veranderen. EdX is een non-profit organisatie, maar ook dit bedrijf zal op de een of andere manier geld moeten verdienen om de kosten te dekken.

Op dit moment lijken de organisaties een zogeheten freemium-model te hanteren. Dat is een gangbaar model voor internetdiensten, waarbij er alleen voor extra diensten betaald moet worden.

Eén van de mogelijkheden is dat het volgen van de vakken gratis blijft, maar dat het behalen van een certificaat geld kost. Coursera kondigde deze maand aan dat zij voor een bedrag van 30 tot 100 dollar vijf gecertificeerde cursussen gaat aanbieden, in samenwerking met partneruniversiteiten.

Daarnaast onderzoeken Udacity en Coursera de mogelijkheid om succesvolle studenten tegen betaling in contact te brengen met geïnteresseerde werkgevers. Ook reclame, begeleidend studiemateriaal en netwerkevenementen zijn genoemd als mogelijke bronnen van inkomsten.

José van Dijck, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam waarschuwt voor commerciële partijen als Coursera. “Ik zou het heel jammer vinden als digitaal leren op een commerciële manier wordt uitgebuit. Nederlandse instellingen moeten daarom een tegenwicht bieden aan de grote Amerikaanse platforms.”

Ze is vooral bang voor misbruik van de enorme hoeveelheden data die de Amerikaanse durfkapitalisten verzamelen. “Hoe Udacity, Coursera en EdX geld gaan verdienen, is tot nu toe onduidelijk. Het zou best kunnen dat de gegevens die mensen achterlaten over een aantal jaren verkocht worden.” Ze verwijst naar de ontwikkeling van Facebook. “Als we niks doen, is de kans aanwezig dat we over vijf jaar alleen maar online colleges kunnen volgen waar reclames tussen geplakt zijn.”

De aanbieders van online onderwijs spreken dit tegen. “Wij delen alleen informatie wanneer studenten er specifiek voor kiezen om hun deelname en scores te delen met werknemers”, zegt woordvoerder van Udacity. Ook Coursera zegt geen informatie te verkopen. EdX meldt dat zij gegevens van studenten uitsluitend gebruikt om te kijken hoe het onderwijs beter kan.(Eva de Valk, HOP)

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail