Een onderzoeksmaster hoeft niet uit te monden in een promotie, foto Ivar Pel

Onderzoeksmaster: promoveren is bijzaak

Body: 

Kleine groepen, topdocenten, meer contacturen: de universiteit pronkt met haar researchmasters, maar wat is precies de meerwaarde van zo’n master? ‘In een onderzoeksmaster kun je ontdekken of de wetenschap iets voor je is.’

Dik tien jaar geleden is de onderzoeksmaster in het leven geroepen. Kopstukken uit de politiek en de wetenschap waren van mening dat, met name in de alfa- en gammahoek, de aansluiting van de studies op een eventueel promotietraject te mager was. Met een onderzoeksmaster verdiepen studenten zich in een wetenschappelijk vakgebied, oefenen ze hun analytische skills en bereiden ze zich voor op een carrière in de wetenschap, zo was het idee.

Inmiddels biedt de Universiteit Utrecht ruim vijftig onderzoeksmasters. Bij de bètafaculteit en de medische faculteit zijn alle masters ‘onderzoeksmasters’, bij de andere faculteiten kunnen studenten hier bewust voor kiezen. Een onderzoeksmaster duurt, in tegenstelling tot een ‘gewone’ master niet een, maar in de meeste gevallen twee jaar, en het onderwijs verbonden met een – meestal prestigieuze – onderzoeksgroep of Graduate School. Het doel: studenten zo breed mogelijk opleiden voor allerlei onderzoeksgerelateerde functies. Dit kan een promotietraject zijn, maar dit hoeft niet. Sterker nog: dit kán ook niet.

Volgens Kris de Jaegher, programmacoördinator van de Graduate School of Economics, zijn er binnen Economie bijvoorbeeld geen gegarandeerde PhD-plekken voor wie aan de onderzoeksmaster begint. Maar hij voegt toe: “Lang niet alle masterstudenten ambiëren ook een promotieplek. Soms ontdekken ze tijdens de opleiding dat de wetenschap toch niets voor hen is. Ik schat dat ongeveer 50 tot 60 procent met een PhD verder gaat. De rest komt in andere onderzoeksgerelateerde functies terecht.”

Wel of geen opstap naar een wetenschappelijke carrière
Nike Stam is nu promovenda Keltische Talen & Cultuur en deed hiervoor de master Ancient, Medieval & Renaissance Studies aan de Universiteit Utrecht. “Ik wilde wel verder in de wetenschap, maar ik had geen idee hoe dit werkte. Ik deed gewoon een studie die ik leuk vond, en ik voelde me op mijn plek op de universiteit. Een docent raadde mij daarom de researchmaster aan.”

Ook student Evert Schot had weinig concrete plannen voor de toekomst. Hij deed de onderzoeksmaster Research in Public Administration & Organisational Science aan de Universiteit Utrecht. “Ik koos voor de master omdat ik theoretische verdieping zocht. Ik heb het nooit als een opstap naar een wetenschappelijke carrière beschouwd. Ik vond het aantrekkelijk dat de master twee jaar duurde. Deze tijd leek me nodig om en onderwerp serieus te kunnen uitdiepen.”

Volgens Evert was het onderwerp promoveren bij de toelating tot de master niet het uitgangspunt. “Ik heb dat in ieder geval niet zo ervaren.” In zijn groep van ongeveer twaalf studenten, is uiteindelijk ongeveer een derde gaan promoveren. In de studiegroep van Nike ongeveer de helft. Nike: “Tijdens de master werd duidelijk gezegd dat er aan de Universiteit Utrecht minder promotieplekken waren dan researchmasterstudenten. Het werd dan ook zeer aangemoedigd om naar het buitenland te kijken.”

Veel meer de diepte in bij een onderzoeksmaster
Als promoveren niet het hoofddoel is, wat is dan wel de meerwaarde van een onderzoeksmaster? Evert: “Een tweejarige master biedt veel meer diepgang dan een master die maar een jaar duurt. Bij een eenjarige master heb je nauwelijks tijd om een scriptie voor te bereiden, en om bijvoorbeeld de tijd te nemen om echt de diepte in te gaan over een onderwerp met docenten en medestudenten. Ook kreeg ik tijdens de onderzoeksmaster de kans om zelf sturing te geven aan mijn studieprogramma, omdat je de inhoud van sommige vakken zelf mee kunt bepalen.”

Het verschil met een eenjarige master is volgens Evert groot “Wij kregen les van topwetenschappers uit het vakgebied, die ons bijvoorbeeld ook thuis uitnodigden om een onderwerp verder uit te diepen. Werkgroepen waren klein, en de master was het in Engels, ik vind dat een grote pre.”

Ook Nike is erg enthousiast over haar studietijd tijdens de onderzoeksmaster. “Ik heb heel veel geleerd, de groep was klein, internationaal en erg gemotiveerd. Ik heb een half jaar in Dublin gestudeerd, dat was een waardevolle ervaring.” Nike noemt ook de inkijk in de wetenschappelijke wereld ‘erg zinvol’. “Tijdens de onderzoeksmaster krijg je meer zicht op wat onderzoek doen inhoudt, en wat er allemaal bij komt kijken. Wetenschappelijk onderzoek doen en promoveren is niet gemakkelijk. Je moet je vier jaar concentreren op een onderwerp, dat moet je wel kunnen.”

Promoveren na een korte pauze van de universiteit
De toekomst kan na een onderzoeksmaster dus alle kanten op. Evert werd na zijn studie als rijkstrainee aangenomen bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Nu werkt hij bij de Raad voor Volkgezondheid en Samenleving en is hij adviseur op het ‘snijvlak van wetenschap en beleid.’

De vaardigheden die hij tijdens de onderzoeksmaster leerde, komen hem goed van pas. “Ik heb inzicht in onderzoek doen, en ik weet hoe de wetenschappelijke wereld werkt. Dat is nu een groot voordeel in mijn werk.”

Nike had na de onderzoeksmaster even genoeg van de wetenschap. Ze wilde werkervaring opdoen buiten de universiteit, en werkte twee jaar als manager bij een huiswerkbegeleidingsinstituut. Daarnaast was ze juniordocent bij de Universiteit Utrecht. “De wetenschap bleef trekken, en ik besloot toch voor een PhD-plek te gaan. Dit was het begin van een lang en onzeker proces. Ik had dan wel een onderzoeksmaster gedaan, maar er was veel concurrentie. Uiteindelijk heb ik er een jaar over gedaan om een plek te bemachtigen.”

Volgens coördinator De Jaegher vinden de meeste masterstudenten die een PhD-plek ambiëren, uiteindelijk ook wel een plek, intern of extern. “Enige tijd terug waren er twee alumni voor wie er eerst geen plek over was. Die zijn dan beiden een paar maanden junior docent geweest, tot uiteindelijk de ene intern, en de andere extern een plek heeft gevonden.”

In het tweede jaar van de onderzoeksmaster kunnen studenten meedoen aan de interne competitie voor PhD-plekken aan de Universiteit Utrecht, voegt hij toe. “Hier vindt al zelfselectie plaats; studenten die voor zichzelf hebben uitgemaakt dat ze niet willen promoveren, doen dan niet mee.”

Tegenstrijdig genoeg ligt bij deze selectie volgens Nike ook juist voor een deel de meerwaarde van de onderzoeksmaster. “Een onderzoeksmaster is geen directe ingang naar een promotietraject, maar tijdens de master kun je wel onderzoeken of de wetenschap iets voor je is, en kun je je kansen inschatten. Het is niet altijd gemakkelijk om carrière te maken in de wetenschap.”

Wie de wetenschap in wil, kiest voor een onderzoeksmaster
Maar wil je toch echt de wetenschap in, dan is een onderzoeksmaster aan te raden, aldus Nike. “Bij het solliciteren, maar ook tijdens mijn onderzoek, gaf me het zeker een voorsprong. Tijdens de master kwam ook het toekomstperspectief in de academische wereld aan bod. We kregen cursussen over bijvoorbeeld fondsenwerving, we leerden hoe je een goed onderzoeksvoorstel schrijft en hoe publiceren in zijn werk gaat. Kennis over deze praktische zaken zijn erg handig als je verder wilt in de academische wereld.”

De Jaegher: “Het is mogelijk om zonder onderzoeksmaster door te stromen als PhD-student, maar wel moeilijker. Zo moeten studenten naast het onderzoek zelf ook nog een groot aantal vakken volgen.” “Met een onderzoeksmaster op je cv laat je zien dat je leergierig en het leuk vindt je in complexe vragen te verdiepen, zegt Evert. Dat is zowel binnen als buiten de universiteit een goede basis.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail