'Ook excellente onderzoekers hebben economische waarde´

Body: 

Wetenschappers krijgen een felbegeerde Europese Grant op grond van hun ‘excellentie’.  Volgens Robert-Jan Smits, Directeur-Generaal Onderzoek & Innovatie van de Europese Commissie, is het zaak de politiek te blijven overtuigen dat dit onderzoek goed is voor economische groei en banen in Europa.

Wetenschappers krijgen een felbegeerde Europese grant op grond van hun ‘excellentie’.  Robert-Jan Smits, Directeur-Generaal Onderzoek & Innovatie van de Europese Commissie, is trots dat Europa met Horizon 2020 meer investeert in onderzoek en innovatie. “Maar we moeten de politiek blijven overtuigen dat investeren in onderzoek en innovatie goed is voor economische groei en banen in Europa.”

“De ERC-beurs heeft voor mij vele deuren geopend”, vertelt Tine de Moor, Utrechts hoogleraar Instituties voor collectieve actie in historisch perspectief. Zij kreeg vier jaar geleden een ERC Starting Grant. Zo’n Starting Grant levert wetenschappers tot 2 miljoen euro op, een Advanced Grant zelfs tot 3,5 miljoen euro. Met haar beurs kon De Moor een onderzoeksteam opbouwen. Ook haalde ze daarmee weer andere beurzen en toekenningen binnen. De Moor is één van de zes Utrechtse wetenschappers met een ERC-beurs die zijn uitgenodigd om met Robert-Jan Smits te lunchen in de Sterrecamer van de Faculty Club. Smits gebruikt de lunch om als topambtenaar direct in contact te komen met de wetenschappers en te horen wat hun ervaringen zijn met de ERC-grants.

Smits, die zelf aan de UU Contemporaine geschiedenis heeft gestudeerd,  is in Utrecht omdat hij is uitgenodigd voor de vergadering van de Wetenschappelijke Raad van de  European Research Council. Dit is een onafhankelijke raad met 22 topwetenschappers uit heel Europa die de strategie van de ERC uitzetten en toezicht houden op het verdelen van de ERC-grants. De Utrechtse hoogleraar Aardwetenschappen Sierd Cloetingh is de enige Nederlander in deze raad en heeft zich ingezet dat deze vergadering voor het eerst in Nederland en wel in hartje Utrecht plaatsvindt.

De zes onderzoekers aan de lunchtafel zijn heel tevreden over de begeleiding die ze vanuit hun faculteit krijgen. Al was het bij sommige faculteiten wel even wennen bij de eerste toekenningen in 2009. Smits: “Bij de ERC-grants is het belangrijk dat wetenschappers echt hun baanbrekende werk kunnen doen. Daarom willen wij de bureaucratie zo klein mogelijk houden. Zowel bij de aanvraag als bij de controle gedurende het project. Er liggen daarom ook taken bij de universiteit. Ons streven is om de rompslomp voor wetenschappers tot een minimum te beperken. Wat ik hoor is dat we op dit punt beter werken dan in de VS, waar wetenschappers 41 procent van hun tijd kwijt zijn aan het invullen van formulieren.”
 

Smits vertelt dat het de Europese Commissie ‘na een behoorlijke strijd’ gelukt is om binnen de nieuwe EU-begroting (2014-2020)  meer geld los te maken voor onderzoek en innovatie. Voor de komende 7 jaar is het budget gestegen van 50 naar 72 miljard euro. Het budget van de ERC (waarvan er naast de Starting en Advanced ook een derde variant is: de Consolidatior Grant) stijgt van 7,4 miljard euro voor de periode 2007 tot 2013 tot 13 miljard voor de periode 2014 tot 2020. “En dat is bijzonder in een tijd dat vele lidstaten juist op onderzoek bezuinigen.”

De financiering van de ERC-grants hoort tot een van de steunpilaren van het Horizon 2020-programma. In deze pilaar wordt het geld verdeeld op grond van de kwaliteit van de individuele onderzoeker. Er zijn nog twee andere steunpilaren waar het geld naar toe gaat. De tweede is de industriële pilaar. In deze pilaar wordt geld verdeeld op grond van sleutelgebieden in Europa waarbij volgens de industrie innovatie verder versterkt moet worden. Tenslotte is er de pilaar van de grote maatschappelijke uitdagingen, waarbij de politiek heeft aangegeven welke maatschappelijke vraagstukken via onderzoek en innovatie opgelost moeten worden.

Bij de ERC- programma's van de individuele onderzoeker is het enige criterium de excellentie van de wetenschapper. “Wij hebben hiervoor een peer review systeem ontwikkeld dat overal in de wereld als voorbeeld dient”, vertelt Smits. Er zijn 25 panels verdeeld over de vakgebieden Life Sciences, Sociale Sciences and Humanities en Phsysical Sciences and Engineering.  Als onderzoeker bepaal je zelf aan welk panel je jouw voorstel voorlegt. Kom je door de eerste ronde, dan wordt het voorstel beoordeeld door externe 'referees' naast de panels. Ongeveer 2000 externe peer reviewers, zowel van binnen als buiten Europa, nemen normaal gesproken mee aan een evaluatieronde. Het panel maakt tenslotte een ranking.

Smits: “De concurrentie is heel groot. Bij de competitie zijn meer dan 40 landen en meer dan 1000 universiteit betrokken. Wie een beurs aanvraagt, heeft op dit moment is de slagingskans zo’n 10 procent. Ik vind het knap dat Utrecht zoveel ERC-laureaten in huis heeft. Dat zegt iets over de kwaliteit van de individuele onderzoekers, die je als universiteit aan je weet te binden. En daarmee houdt Europa die talenten ook binnen voor de eigen kenniseconomie."

Maar er zijn ook problemen en uitdagingen. Door het succes van de ERC, stijgt de populariteit van de ERC-grants enorm. En hoewel het beschikbare budget stijgt, zou de slagingskans wel kunnen dalen. “Wat we willen en moeten voorkomen is dat toponderzoekers niet meer meedoen omdat ze denken dat de kans te klein is.”  Smits geeft aan dat de leden van ERC dit niet vrezen. Ook de Utrechtse wetenschappers bij de lunch zijn hier niet bang voor. “Het gaat per grant om een grote som geld en dat maakt het interessant. Ook bij kleinere fondsen is het percentage vaak laag. Dan zou je daar eerder overwegen niet mee te doen”, is de gedeelde mening van de Utrechtse wetenschappers aan de lunchtafel.

Een andere uitdaging die Smits signaleert, is dat op dit moment de West-Europese landen het meeste budget met de ERC-grants binnenhalen. Veel nieuwe lidstaten betalen via de EU-begroting wel mee, maar vissen momenteel veelal nog achter het net bij het binnenhalen van de grants. Hij denkt dat ook elders goede 'pockets of excellence' zitten. Het heeft volgens hem te maken met de opbouw van de kennisinfrastructuur in die landen. "We moeten echter blijven stimuleren dat ook daar de goede onderzoekers hun weg naar onze programma's vinden."

Nederland doet het heel goed in de Europese competitie. Van de 1702 Advanced Grants gingen er 137 naar Nederland en daarvan 11 naar de UU. Bij de Starting Grant kreeg Nederland er 193 van de 2332. De UU ontving er daarvan 14. Ons land is het vierde land in de ranking van de ERC met een totale EU bijdrage van 600 miljoen euro. Smits “En dat is een uitstekende prestatie. Op dit moment is het bedrag dat Nederlandse toponderzoekers binnenhaalt aan ERC-beurzen bijna even hoog als het budget van onderzoeksfinancier NWO.”

Een belangrijk thema tijdens de lunch en een workshop die later die middag plaatsvindt is de impact van het onderzoek. Smits: “Wij zullen het financieren van fundamentele onderzoek in dit Horizon 2020-programma beoordelen op basis van excellentie van de individuele onderzoeker. De realiteit is echter dat politici vaak direct economisch resultaat willen zien. En dat resultaat is niet altijd even aantoonbaar. In Nederland vragen politieke partijen het Centraal Planbureau hun verkiezingsprogramma door te rekenen. Geld voor wetenschap wordt in die berekening altijd gezien als een investering waar niets tegenover staat. Dat klopt natuurlijk niet. Wetenschappers moeten aan de politiek duidelijk blijven maken dat die waarde er wel degelijk is. Dat is nodig om deze programma’s overeind te houden.”

Tijdens de workshop in de middag houdt de Oostenrijkse Helga Nowotny, grand dame van het ERC-programma, een warm pleidooi voor het financieren van risicovol onderzoek. “Politici en beleidmakers willen altijd zoveel mogelijk onzekerheid uitbannen, maar in de wetenschap werkt dat niet zo. Wij worden gedreven door nieuwsgierigheid en het mooie van onderzoek is juist dat je onbekend gebied verkent.”

Robert -Jan Smits herhaalt dat hij blij is met het feit dat de EU in Horizon 2020 de wetenschappers alleen zal beoordelen op hun excellentie. “We moeten nationale politici blijven overtuigen om alleen dit selectiecriterium te handhaven. Maar met Horizon 2020 kunnen we op die basis de komende 7 jaar al wel vooruit.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail