Oratie UU-hoogleraar Brenninkmeijer moest publiek debat uitlokken

De stresstest voor de rechtsstaat van Alex Brenninkmeijer trok veel media-aandacht. Foto's: Jan Willem Groen

Als voormalig Nationale Ombudsman is Alex Brenninkmeijer het gewend om in de publieke belangstelling te staan – en kent hij de fijne kneepjes om daarin te komen. Aldus voelde de in juli 2014 aangestelde hoogleraar precies aan hoe hij zijn oratie (pdf) moest aanvliegen, wilde hij er zoveel mogelijk discussie mee losmaken. Een persbericht verspreiden (met ondersteuning van de faculteit) onder de juiste mensen is zo’n kneepje, evenals het verzinnen van een goed ‘haakje’.

“Mensen willen een haakje om het verhaal aan op te hangen. Als haakje voor mijn verhaal bedacht ik de stresstest. Die test voor banken was vaak in het nieuws, maar is ongebruikelijk voor het onderwerp rechtsstaat. Door die twee werelden bij elkaar te brengen, wekte ik de aandacht”, aldus Brenninkmeijer, faculteitshoogleraar met een nul aanstelling Institutionele aspecten van de rechtsstaat en tevens lid van de Europese Rekenkamer in Luxemburg.

Hij paste nog wat meer handigheidjes toe. Zo heeft Brenninkmeijer de taaie, abstracte en stoffige materie in zijn inaugurele rede ‘vertaald’ voor een groter publiek door helder taalgebruik te hanteren en actuele, aansprekende voorbeelden te gebruiken. Zoals de straffen bij uitkeringsfraude. Die bewijzen volgens hem dat nieuwe wetgeving niet altijd strookt met de grondrechten: de straffen worden namelijk ook opgelegd als er duidelijk sprake is van een foutje. En als voorbeeld dat ook ons openbaar bestuur de rechtsstatelijke principes naast zich neerlegt, wijst Brenninkmeijer op het (in Europees verband verplicht gestelde maar door de staatssecretaris geweigerde) ‘bed, bad en brood’ voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Vooral opiniemakers reageerden op zijn oratie
Ironisch genoeg was het juist dit argument dat ervoor zorgde dat Brenninkmeijer zijn betoog niet mocht houden bij het tv-programma Buitenhof. “Het lag al vast dat ik daar zou komen, maar op het laatste moment werd ik afgebeld. Dat weekend brak namelijk de bed-bad-en-broodcrisis uit”, vertelt de jurist. Ook voor Pauw werd hij gecanceld. “Maar daar krijg je geen opgaaf van redenen. Je hebt er concurrentie met veel andere onderwerpen, wellicht dat ze voorrang hebben gegeven aan een bekende turner. Ik heb geen idee.”

Gelukkig bleef er nog meer dan voldoende over. Onder andere NRC (2x), BNR Nieuwsradio, Radio 4 en Joop.nl gingen in op zijn oratie. Brenninkmeijer: “Opvallend is dat er nauwelijks redactionele stukken over zijn gemaakt, het heeft met name opiniemakers geraakt.”

Zoals twee columnisten van de Volkskrant. Sheila Sitalsing prees de hoogleraar de hemel in, waarna politiek commentator Martin Sommer de oratie enige tijd later de grond in boorde. Volgens Sommer is de stresstest een voorbeeld van ‘opgeblazen ongenoegen’, ‘zakt Brenninkmeijer zelf voor de demagogietest’ en ‘is het hier toch werkelijk geen Zimbabwe of Afghanistan’. Folkert Jensma ging hier even later weer op in, in zijn column in NRC.

Begint het, bij het lezen van een column als die van Sommer, niet te kriebelen om meteen in de telefoon te klimmen en de columnist van repliek te dienen? Brenninkmeijer: “Jazeker. Die zaterdag heb ik ook meteen een bijdrage geleverd op het Volkskrantblog. Ik heb iets geschreven in de trant van ‘Meneer Sommer, u maakt zelf gebruik van demagogische argumenten’. Of dat nu de best mogelijke reactie was, is de vraag. Van de heer Sommer heb ik hierna overigens niets meer gehoord.”

Het grote zwijgen van de politiek
Naast de traditionele, hadden ook de sociale media een open oog voor de oratie. Brenninkmeijer: “Dat vind ik interessant, je krijgt dan aandacht uit heel onverwachte hoeken. De laatste dagen wordt een bepaalde tweet veel herhaald, terwijl de rede al van een tijdje geleden is. Zo blijft het nagonzen op internet, erg leuk.”

Stil blijft het echter vanuit de politiek, terwijl die er juist flink van langs krijgt in de oratie. Eén van de belangrijkste oorzaken onder het falen van de rechtsstaat, is volgens Brenninkmeijer namelijk het schermen van politici met ‘het primaat van de politiek’. Met een beroep op hun eigen democratische aanstellingswijze, zouden politici bijvoorbeeld mensenrechten, maar ook oordelen van rechters over rechtsstatelijkheid, naast zich neerleggen.

Ondanks het grote zwijgen, is Brenninkmeijer niet teleurgesteld. “Ik ben dit gewend, dit is geen makkelijk onderwerp voor politici om op in te gaan.” Wat niet per se betekent dat dit muisje geen staartje gaat hebben, stelt hij. Maar het kan lang duren voordat er iets van de grond komt en dat zal niet via de route van de maatschappelijke discussie gaan. Stel dat er een volgend Kamerdebat is over veranderingen in ons staatsrechtelijke bestel, dan ontvangt de criticus vast een uitnodiging. “Zo heb ik ook eens gesproken in de Eerste Kamer omdat ik kritisch was als Ombudsman.”

Van roepen vanaf de zijlijn kan Brenninkmeijer niet worden beschuldigd. In zijn oratie heeft hij alvast wat oplossingen uitgedacht, die hij met alle plezier en liefde ooit aan de politiek presenteert. De belangrijkste: stel, ten koste van de Eerste Kamer, een constitutioneel hof in dat wetten toetst aan de grondwet en internationale verdragen.

Wetenschappers mogen best wat vaker van zich laten horen
Als Ombudsman stond Brenninkmeijer met de regelmaat van de klok in de krantenkolommen, ook met zijn lidmaatschap van de Europese Rekenkamer bereikt hij de media. Is het ook voor zijn hoogleraarschap aan de UU van belang om vaak de pers te halen? “Ik laat me daarin in ieder geval niet sturen door de universiteit. Maar ik zie het wel als een goed instrument om een discussie op gang te krijgen over belangrijke onderwerpen. Zoals nu.” Over het algemeen zouden wetenschappers volgens hem best wat vaker van zich mogen laten horen. “Een debat op gang brengen en het beïnvloeden van de publieke opinie zijn ook een belangrijk deel van ons werk.”

Advertentie