Paul Verweel verdeelde het spel

Body: 

Mensen betrekken, een community vormen en die vervolgens intact houden. Aan de manier van besturen van Paul Verweel, zag je de antropoloog in hem. Een portret van de onlangs overleden oprichter van de opleiding Bestuurs- & Organisatiewetenschap.

Collega’s ontkomen niet aan sportmetaforen als ze praten over de onlangs overleden hoogleraar Paul Verweel, die voetballer en voetbalbestuurder was. Hij was een spelverdeler die heilig geloofde in de kracht van een team. Een controlerende middenvelder die de lijnen uitzette, zelf de meeste meters maakte en niet te beroerd was om het vuile werk op te knappen. Iemand die je graag in je ploeg had en iets minder graag als tegenstander. Paul was vasthoudend en taai, kende alle bestuurlijke trucs. Dat maakte dat hij het aan de Universiteit Utrecht zo ver kon schoppen.

Na zijn studie Culturele Antropologie aan de UU werd hij medewerker. Bij zijn entree moest het toenmalige College van Bestuur ongetwijfeld wennen aan het activistische kind van de jaren 70. Met woeste baard en Japanse jasjes was arbeiderszoon Verweel een opvallende verschijning binnen een verder redelijk brave Utrechtse staf. Hij begon als beleidsmedewerker en werd daarna directeur van het Centrum voor Beleid en Management.

Tegenpool
De universiteit trok een tegenpool aan om samen met hem de opleiding Bestuurs- & Organisatiewetenschap op te zetten, wat is uitgegroeid tot het departement Bestuur & Organisatie. De combi met Mark Bovens, een bestuurskundige uit Leiden, bleek een gouden zet. Ze benutten elkaar in hun sterke kanten, verdeelden de taken. Tot een gezamenlijke visie komen was niet moeilijk. Over veel waren ze het eens, bijvoorbeeld over het wenselijke kleinschalige en intensieve onderwijs en de inrichting van het gebouw aan de Bijlhouwerstraat. Volgens Paul was de koffieautomaat cruciaal voor kantooromgevingen, omdat mensen elkaar daar tegenkomen.

Naar die ontmoetingsfilosofie is het gebouw van de B&O ingericht: het restaurant als middelpunt met daaromheen werkgroepruimtes die op hun beurt omgeven zijn door kantoren van medewerkers. Zo ontstaat er vanzelf interactie tussen studenten, docenten en andere medewerkers. Weg met de barrières. Daar passen ‘open kleedkamers’ bij: werkruimtes met glazen wanden. Ook stond Paul erop dat de onderwijsruimtes in hetzelfde pand kwamen als de kamers van de staf. Alleen dan konden studenten een binding krijgen met de medewerkers en vice versa. Een universiteit moest een community zijn. Volgens Paul was de UU nog te vaak een verzameling van losse hoogleraren die ieder hun eigen kachelpijpje stookten. Dat wilde hij bij USBO in geen geval.

Hechte community
Tegen dat licht maakte Verweel zich ook sterk voor ondersteunend personeel. Als je een instituut wil maken dat studenten serieus neemt, vond hij, moet je nadenken over alles. Ook over de balie en de schoonmaak. Zo heeft hij gevochten voor huismeester John. Portiers zouden in een pool komen, waarbij ook B&O dus elke dag een andere portier had, maar dat kon er bij hem niet in. Portiers zijn de eersten die gasten en studenten zien. Zij moeten dus een loyaliteit en gevoel ontwikkelen waar ze voor werken. En andersom. Tegenwoordig is John erelid van de studievereniging. Hij kent iedereen. Vraag het John en hij regelt het. Marcel van de kantine: hetzelfde verhaal. Schoonmaker Mohammed? Werkt al vijftien jaar aan deBijlhouwerstraat. Schuift aan bij het kerstdiner, gaat mee op het bedrijfsuitje. Hij heeft er eer in dat het gebouw schoon en fris blijft, want het is zíjn gebouw. Paul geloofde in een hechte community, hetgeen sterk heeft bijgedragen aan de hoge studentenwaardering.

Hij ging voor anderen door het vuur. Dat liet hij bij zijn departement zien, maar ook als oprichter van voetbalvereniging Hoograven en voorzitter van de Utrechtse sportkoepel VSU. Paul Verweel zag de kracht van sport in sociale cohesie en de ontwikkeling van kinderen. Hij was een bestuurder die tussen de sporters stond en ze ook begreep. Als Vlaardings straatschoffie van weleer had hij een zwak ontwikkeld voor de enfants terribles. Dat hij zich goed kon verplaatsen in de ander, mensen goed aanvoelde en reacties kon voorspellen, hielp hem bij het besturen. Zo kon hij als geen ander omgaan met korte lontjes, die elke voetbalclub kent. Met humor verwijderde hij de angels al voordat ze een conflict konden worden. Door incidenten en tegenslagen liet hij zich niet leiden. Daar was het spelletje veel te leuk voor en het belang van sport te groot. Hij wilde sport voor iedereen behouden en zette zich daarom extra in voor kansarme jongeren en kleine verenigingen. Ook binnen de universiteit kreeg sport door Verweel een grotere betekenis. Hij bekleedde tussen 2007 en 2013 de Richard Krajicek-leerstoel, waarbij hij onderzocht of sportveldjes van de foundation bijdragen aan sociale samenhang. Bij B&O startte hij de master Sportbeleid & Sportmanagement.

Loyaal
Volgens criticasters had Pauls verbindende karakter ook een valkuil: dat hij loyaliteit wel eens boven kwaliteit stelde en dat hij sommigen wel erg lang een hand boven het hoofd hield. Gelukkig waren er bij B&O dan collega’s als Mark Bovens om het evenwicht te bewaren. Samen namen ze in 2013 afscheid als bestuurders van het departement. De mannen spraken af dat weg ook echt weg was en dat ze zich dus niet meer met hun opvolgers zouden bemoeien. Dat lukte. Visionair als Paul Verweel was, had hij al voorgesorteerd op zijn vertrek. Bij het aanstellen van hoogleraren, keek hij alvast naar hun bestuurlijk potentieel. Zodat zijn kindje in goede handen was. Met Mark Bovens had hij het er weleens over gehad dat je een opleiding zo moet maken dat je zou willen dat je eigen kinderen er studeerden. Wat wilde het geval: één van Pauls eigen zonen ging Bestuurs- & Organisatiewetenschap studeren in Utrecht. Een mooier compliment kon hij niet krijgen. 

Facebook Twitter Whatsapp Mail