Foto’s: Fotobureau ’t Sticht en Ivar Pel

Sommige dingen veranderen niet …, het USC in 1980 en 2019

Body: 

Al bijna 120 jaar staat het Gele Kasteel op het Janskerkhof. Het is het hart van het Utrechtsch Studenten Corps. In het archief van het Ublad vonden we een foto uit 1980 waarop de Senaat vanuit de raamkozijnen naar de nieuwe leden luistert. De ‘feuten’ zingen aan het einde van de groentijd altijd corps- en vaderlandslievende liederen. Fotograaf Ivar Pel maakte de foto 39 jaar later nog eens over.

1980: ‘Toen zag je het corps en de universiteitsstad Utrecht op zijn best’

Van links naar rechts op de foto: Gert Jan de Beer (Rechten) later werkzaam als adviseur van grote bedrijven in Afrika en Frankrijk, Aarnout Snouck Hurgronje (Rechten); werkzaam in Londen in de bankwereld , Jan-Willem van Lotringen (Rechten) later advocaat in Parijs, Carel Hiebendaal (Rechten); advocaat in Den Haag,  Jan Peter Springorum (Rechten); werkzaam in de bankwereld, Christiaan de Beaufort (Rechten); werkzaam als rechter en Joppe Bouwman (tandheelkunde); later kaakchirurg.

Rector in 1980 was rechtenstudent Carel Hiebendaal, nu bijna gepensioneerd advocaat in Den Haag. Hij is de student met snor, vierde van links:
“Dat ik als student in Utrecht terechtkwam, hoorde zo’n beetje bij de familietraditie. Mijn overgrootvader en grootvader studeerden theologie in de stad. Vrienden in Twente kozen veilig voor een studie in Groningen. Maar ik vond het geweldig: de grachten, de Domkerk.
“Ik woonde in een corpshuis aan de Justus van Effenstraat, op nummer 25. Boodschappen deden we met onze huishonden in de Twijnstraat bij groenteboer Blom en slager Van Vuuren. Nee, ik kan me niet herinneren dat we de buurt veel problemen bezorgden. Als er klachten waren, dan wisten we dat netjes op te lossen. Dat hadden onze moeders ons wel geleerd.
“Als rector had je in mijn tijd nog de verantwoordelijkheid voor zo’n tien tot vijftien mensen in vaste dienst. Dat waren echte Utrechters, waar wij, ‘de heeren’, bij een bezoek aan huis over de vloer kwamen. Daar had je een band mee. De dramatische gebeurtenis uit 1991 liet dat wel zien. Toen was er een corpsbegrafenis in de Domkerk nadat ‘Halewijn’ en ‘Gozewijn’ (bedienden in het USC kregen namen van ridders, red.) bij een verkeersongeval om het leven kwamen. Heel het centrum van de stad kwam tot stilstand, de politie stond met de pet in de hand langs de route. Daar zag je het corps en de universiteitsstad Utrecht op zijn best.
“Vroeger leefde de stad elke vijf jaar toe naar de Maskerades waarmee de verjaardag van het corps en van de universiteit werd gevierd. Er gebeurde nog niet zo veel in de stad en zo’n optocht met olifanten en zo, dat was een spektakel. Die band met de stad is eigenlijk altijd gebleven.
“Als ik nu met mijn vrouw weer eens terug ben, zie ik ook hoe de stad is opgeknapt. Op het Janskerkhof zat toen alleen het hotel Des Pays Bas, moet je de horeca en terrasjes nu zien. Super.”


2019: ‘Je krijgt als corpslid ingepeperd dat je een onderdeel bent van de stad’

Van links naar rechts op de foto:
Lucas Kremer (Econometrie), Olle Verschoof (Filosofie en Rechten), Boris Albrecht (Rechten), Casper Rietveld (Psychologie), Jasper Drent (Rechten en Economie), Benjamin Kats (Technische Bedrijfskunde), zittend:  Job Merkx (Bedrijfskunde),  
Jan Stoop (Economie), Hugo Soons (Natuurwetenschappen & Innovatiemanagement)
 

Rector in 2019 is student Rechten en Filosofie Olle Verschoof, tweede van links op de foto:
“Het Gele Kasteel is het middelpunt van de vereniging. Daar gebeurt het: de feesten, de borrels, de lezingen. Door de week kun je hier ook eten. Zelf ben ik vaak zo’n vijftien uur per dag in dat gebouw aanwezig. In mijn studentenhuis aan de Willem Barentszstraat slaap ik alleen.
“Toen ik vanuit Den Haag naar Utrecht kwam om te studeren, had ik geen idee van wat dat opmerkelijke pand in het midden van de stad voorstelde. Ik was naar Utrecht gekomen omdat je mijn studie – ik doe het Law College -  alleen hier kunt doen. En ik hoorde positieve verhalen van studenten die het al erg naar zin hadden.
“Als corpslid krijg je vanaf het begin ingepeperd dat je ook als student een onderdeel bent van Utrecht. De vereniging koestert de goede band met de stad. Natuurlijk weten we dat er ook vooroordelen zijn tegen studenten. En er zal vast zo nu en dan wel eens een student, met een biertje teveel op, voor irritatie zorgen. Maar we doen ons best dat zo veel mogelijk te beperken.   
“Juist studenten maken een stad levendig en hebben naast hun studie veel tijd en energie om in de stad te steken. Tijdens Koningsdag organiseert het USC een groot feest op het Janskerkhof en in juni is er het Utrechts Jazzfestival waar muziekliefhebbers vanuit de hele stad op af komen. Ook komen er eenzame ouderen bij ons lunchen of dineren. Zelf ben ik met USC-vrienden van Spanje naar Utrecht gaan lopen om geld op te halen voor het Máxima Centrum.
“In vergelijking met Den Haag vind ik Utrecht gezelliger. Daar miste ik de mensen in de leeftijdscategorie van 18 tot 25. Dat zijn vaak mensen die zich op straat vertonen, die op terrasjes en in de kroegen zitten. Die vind je in de echte universiteitssteden. En ik zie Utrecht op zijn mooist tijdens het hardlopen, tijdens het ‘rondje Singel’ zoals we dat hier noemen.”

Dit artikel staat ook in het magazine Student en Stad dat DUB in september 2019 publiceerde. Met dat magazine viert DUB vijftig jaar onafhankelijke universiteitsjournalistiek in Utrecht. Het thema is de verhouding tussen de Utrechtse studenten, de stad Utrecht en de Utrechters. Klik hier voor alle verhalen uit het magazine en enkele extra verhalen.
Facebook Twitter Whatsapp Mail