Risico's veranderen met de tijd. Dat bleek ook het geval bij de uitbraak van de Q-koorts.

Thesis-onderzoek naar risico's leidt tot wetenschappelijke publicatie

Body: 

Hoe groot is de kans dat een dreigende infectieziekte ook daadwerkelijk uitbreekt? En waarom denkt de één luchtig over een gevaar, terwijl de ander daarvan nachten wakker ligt? Het zijn vragen die de inmiddels afgestudeerde Judith Roodenrijs (27) onderzocht voor haar masterthesis Sustainable Development.

Hoe groot is de kans dat een dreigende infectieziekte ook daadwerkelijk uitbreekt? En waarom denkt de één luchtig over een gevaar, terwijl de ander daarvan nachten wakker ligt? Het zijn vragen die de inmiddels afgestudeerde Judith Roodenrijs (27) onderzocht voor haar masterthesis Sustainable Development.

Judith RoodenrijsIn haar thesis verdiept Judith Roodenrijs zich in de ins en outs rondom risico’s en de analyse van risico’s. Waarom maakt men zich over de kans op een terroristische aanslag bijvoorbeeld wel zorgen en zich geen zorgen over de gevolgen van klimaatverandering? Waarom zijn de ideeën over de ernst van een bepaald risico tussen mensen soms zo groot? En waarom wordt een risico soms zo breed uitgemeten in de media en soms niet? Het onderzoek van de alumna Sustainable Devolopment is inmiddels gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Risk Research. Voor haar thesis kreeg Judith een 7,7.

Wat boeit je aan gevaar?
“Vooral de manier waarop mensen naar gevaren en risico’s kijken, vind ik interessant. Hoe minder we weten over een risico, of hoe ernstiger de uitkomst lijkt, hoe meer meningsverschillen er ontstaan over de aanpak van een gevaar. Mensen slaan aan het speculeren, en oplossingen schieten alle kanten op. Dat vind ik interessant, vooral als het gaat over milieu – of omgevingsrisico’s. Zo ben ik bij mijn scriptie-onderwerp terecht gekomen. Voor mijn onderzoek heb ik stage gelopen bij het RIVM.”

Je hebt een model onderzocht dat onder meer risico’s indeelt in categorieën. Wat houdt dat model in?
“In het model is de ‘simpelste’ categorie een risico waarvan we zoveel mogelijk weten, zoals een gewone griep. We weten wat de kans is dat de griep uitbreekt, we kennen de oorzaak en we weten de uitkomst namelijk dat je een week ziek bent. Een risico wordt complexer als bijvoorbeeld de kans wél bekend is, maar de uitkomst níet, zoals een hernieuwde uitbraak van de pest.

“Het model analyseert ook de aanpak van risico’s. In het geval van de griep zorgen we dat het risico op het krijgen van de ziekte wordt ingeperkt door risicogroepen een griepprik te geven. Over die aanpak is ook weinig discussie. Maar kijk je naar een pestuitbraak, dan kan er wel discussie ontstaan over de aanpak. De pest kan van mens op mens worden overgedragen, maar je kan het ook krijgen van een vlooienbeet van een rat.

“Het model schrijft dus voor dat hoe complexer een risico wordt, hoe meer verschillende mensen je zou moeten vragen om hun visie op het risico te geven om zo een aanpak te bepalen. Ik vraag me in mijn thesis af of dit klopt?” 

Je hebt het model getest door te kijken naar de Q-koorts en het Smallenbergvirus, twee infectieziekten. Hoe ging dat in zijn werk?
“Ik heb de werkelijke aanpak van deze ziektes vergeleken met de aanpak die het risicomodel voorschrijft en onderzocht of de aanpak via het model zou leiden tot een meer algemeen geaccepteerde en effectievere uitkomst.”

En wat is je conclusie?
“Het bleek dat dit deels zo was, maar dat er ook haken en ogen aan het model zitten. Het categoriseren van een risico is namelijk tijdgebonden, en de tijd staat niet stil. Zo was in het begin van de Q-koortsuitbraak onbekend dat het virus zich door de lucht verspreidde. Ook de onrust in de maatschappij werd groter naarmate de tijd vorderde. Het risico veranderde dus van risicocategorie, en dus zou je volgens het model ook de aanpak moeten aanpassen. Het model kent vier categoriën: simpel, onzeker, complex en ambigu. In mei 2009 was Q-koorts aan te merken als ambigu.

“Achteraf gezien is het makkelijk om te zeggen wanneer precies een risico van categorie verandert, maar het is lastig om erop te anticiperen. Kortom: het model is bruikbaar, maar moet nog wel verder uitgewerkt worden.”

Je bent inmiddels afgestudeerd. Wat ben je daarna gaan doen?
“Ik ben het zelfstandig ondernemerschap ingerold en heb een eigen bedrijfje Buro Juro. Ik doe onderzoek en ondersteun in projecten, vooral in de duurzame energie branche.”

Hoe ben je op het idee gekomen?
“Ik werd na mijn afstuderen via LinkedIn benaderd om als freelancer mee te werken aan een aanbesteding van zonnepanelen op gemeentelijke daken. Tegelijkertijd werkte ik met twee andere ondernemers aan een onderzoek over de klimaatambities van gemeenten. Halen zij de gestelde klimaatdoelen? Lukt het gemeentes om bijvoorbeeld de kooldioxide (CO2) levels naar beneden te krijgen? Twee maanden lang interviewden we ambtenaren. Het resultaat presenteerden we in een interactieve workshop en een open source beschikbaar rapport. Ik vond het zo leuk om in alle vrijheid te werken en mijn creativiteit kwijt te kunnen, dat ik mijn eigen bedrijf ben begonnen.”

Gaan de zaken goed?
“Ja, ik heb verschillende projecten lopen. Zoals geldgroenwassen: in dit project helpen klanten hun favoriete buurtwinkels met het besparen of opwekken van energie. Ook doe ik onderzoek naar het plaatsen van zonnepanelen op daken van gemeentelijke panden. Het zijn projecten van enkele maanden. In de toekomst wil ik mijn eigen bedrijfje verder ontwikkelen en zelf projecten opstarten.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail