Weinig weerstand tegen strenge masterselectie bij DUB-panel

Body: 

Er is niets mis met masters die bachelorstudenten de toegang weigeren. Dat zeggen verschillende leden van het DUB-panel. De universiteit zou best nog wel wat strenger mogen selecteren. Een enkeling vreest de gevolgen.

Er is niets mis met masters die bachelorstudenten de toegang weigeren. Dat zeggen verschillende leden van het DUB-panel. De universiteit zou best nog wel wat strenger mogen selecteren. Een enkeling vreest de gevolgen.

“De Universiteit Utrecht mag van mij wel wat strenger selecteren bij de master. Zeker het cijfer van de bachelorthesis kan een indruk geven of de student in staat is onderzoek te doen en in korte tijd overzicht te krijgen van literatuur op een specifiek onderwerp.”

Cultureel geograaf Bouke van Gorp reageert resoluut op de stelling die DUB zijn panel voorlegde naar aanleiding van een achtergrondverhaal over de wijze waarop UU-masters op dit moment hun studenten uitkiezen. Moet de universiteit masterstudenten strenger selecteren? Ja dus.

“Ik zie het niet alleen als een manier om onderwijs in de master naar een hoger niveau te krijgen (dat bereik je namelijk ook met kleinschaligheid, met specifieke werkvormen, etc), maar juist ook om studenten te beschermen die eigenlijk niet in master zouden moeten willen zitten”, legt ze uit. “Studenten die geen echte academische houding of nieuwsgierigheid hebben, die eigenlijk niet echt geïnteresseerd zijn in onderzoek of voor wie het niveau aan de hoge kant is.”

De meeste andere panelleden volgen in hun mailreacties grofweg deze denkwijze. Selectie biedt de universiteit een mogelijkheid de gehate 'zesjescultuur' aan te pakken, maar ook de studenten zelf zijn erbij gebaat dat studenten niet langer automatisch doorstromen naar een master.

“Het maakt studenten meer bewust van hun mogelijkheden om alles uit hun studie te halen en het maakt studenten bewust van hun verantwoordelijkheid jegens de academie - dat studeren een gezamenlijk project is van studenten, docenten en andere medewerkers”, zegt jurist Bald de Vries. 

De Vries pleit er wel voor om studenten niet alleen af te rekenen op cijfers, maar ook op "zachte criteria". "Het zou bij voorbaat demotiverend kunnen werken indien studenten halverwege hun bachelor al beseffen dat een master in Utrecht er niet meer in zit."

Innovatiewetenschapper Frank van Rijnsoever noemt het einde van de bachelor een mooi moment om te evalueren waar de talenten van de student liggen. “Veel studenten volgen tegenwoordig een relatief breed bachelorprogramma. Masterprogramma’s zijn vaak veel gespecialiseerder. Het kan dus zijn dat een student in een logische vooropleiding toch niet de juiste competenties heeft opgedaan om toegang te krijgen tot een bepaalde master of dat de talenten van die student toch niet op een bepaald vlak blijken te liggen.”

'Een master waar je zomaar in mag? Dat kan toch niets wezen'

Studenten van het University College snappen niet eens waar de ophef rondom selectie over gaat, volgens onderwijsdirecteur Fried Keesen. Hij herinnert zich een ontmoeting tussen een visitatiecommissie en enkele van zijn studenten.

“Het UCU heeft nooit een doorstroommaster gehad, ook niet toen dat volgende wet nog wel moest. Bij de eerste visitatie waren we daar dan ook wel een beetje zenuwachtig over. En jawel, in het gesprek met de studenten vroeg de commissie wat ze er van vonden dat die er niet was. "Wat is dat, een doorstroommaster?", vroegen de studenten. Toen de commissie dat had uitgelegd deden de studenten wat lacherig. Een master waar je zo maar in mag? Dat kan toch niets wezen." Het uiteindelijke visitatierapport repte met geen woord over het ontbreken van de doorstroommaster.”




 
Binnen het DUB-panel geven studenten en medewerkers hun mening over universitaire kwesties. Klik hier voor de samenstelling van het panel en eerdere discussies.

Toch zijn niet alle panelleden zo positief. Johan Jeuring ziet de noodzaak niet. “Ik ben in het algemeen tevreden over de kwaliteit van de studenten die in onze master instromen. Van een aantal studenten zien we dat ze pas in hun master opbloeien, omdat ze heel bewust gekozen hebben voor een onderwerp. Daarnaast valt het aantal studenten in onze master (Computing Science) wel mee.”

'Alle kneusjes mogen bij ons komen'

Onderwijskundige Casper Hulshof verwijst naar een mening die hij eerder in de Volkskrant ventileerde. Hij noemt selectie daar “een verkapte bezuiniging”.

“De studenten die misschien iets meer begeleiding nodig hebben, wil je er niet bij hebben. Universiteiten gaan aan reputatiemanagement doen. Alsof andere masteropleidingen een soort bezemklassen zijn. Schertsend zou ik willen zeggen: 'alle kneusjes mogen bij ons komen.' Zo slecht zullen ze niet zijn als ze hun bachelor hebben afgerond.”

Student Rechten en Geschiedenis Stefan Roelofsen, de enige student die reageerde op de stelling, vindt dat universiteiten pas zouden mogen selecteren als opleidingen zich daadwerkelijk van elkaar onderscheiden. “Er is op dit moment bijvoorbeeld bij Rechten geen speciale inhoudelijke reden om een selectieve eenjarige rechtenmaster te verkiezen boven dezelfde niet-selectieve master elders. Werkgevers kijken daar niet naar.”

Bovendien moet er volgens hem eerst een oplossing gevonden voor de vreemde paradox dat alle masteropleidingen nu mogen selecteren, maar dat elke student toch ergens moet kunnen studeren. “Deze 'oplossing' leidt er alleen maar toe dat een niet-selectieve opleiding een 'afvoerputje' wordt.”

'Selectie betekent het einde van kleine opleidingen'

Filosoof Ernst-Otto Onnasch concludeert dat selectie een trein is die vanuit het ministerie is gaan rijden en niet te stoppen is. Op den duur zullen ook bacheloropleidingen niet meer alle aanmelders toelaten, is zijn verwachting.

Voor studenten is dat misschien niet eens zo verkeerd, denkt hij. “De insteek is dat de toekomstige student op de juiste plek komt, en dat zal voor een vwo-leerling in de toekomst niet langer per se de universiteit zijn, het hbo is voor velen wellicht een beter alternatief.”

Maar er is een keerzijde, volgens het U-raadslid. In hun naïviteit of domheid hebben universiteiten geen oog voor de eigen agenda van de politiek. Die ziet in strengere selectie een mogelijkheid om flink te bezuinigen op kleinere opleidingen en niche–onderzoek, denkt het universiteitsraadslid.

“Waar namelijk het aanbod aan studenten gering is, zoals bij vele opleidingen van geesteswetenschappen, zal er nauwelijks selectie plaatsvinden. (...) Een bachelordiploma van een opleiding met een weinig selectieve master zal op termijn niet meer evenveel “waard” zijn als een bachelordiploma van een studierichting met een sterk selectieve master. Selectie zal daarom voor een aantal universitaire opleidingen het einde betekenen, vooral binnen Geesteswetenschappen. Mijn vermoeden is dat wie hier de eerste is die durft “Oxford”-criteria aan te leggen voor de master ook als bachelor zal overleven.”

Zo kunnen universiteiten zich met hun enthousiasme voor selectie in de eigen voet schieten, vreest Onnasch.

Facebook Twitter Whatsapp Mail