‘Reorganisaties kosten de universiteit goud’

Body: 

“We zitten altijd aan het einde van het traject. Ik zou wensen dat het Lokaal Overleg wat meer invloed had. Dat we kunnen zeggen ‘bij deze reorganisatie moet het op deze manier’. Jammer genoeg kan dat niet.” Ronald Oosting van het Lokaal Overleg over oprotpremies en gedwongen vertrek - of netter verwoord - over mobiliteitsregeling en overbodig geworden medewerkers.

“We zitten altijd aan het einde van het traject. Ik zou wensen dat het Lokaal Overleg wat meer invloed had. Dat we kunnen zeggen ‘bij deze reorganisatie moet het op deze manier’. Jammer genoeg kan dat niet.” Ronald Oosting van het Lokaal Overleg over oprotpremies en gedwongen vertrek - of netter verwoord - over mobiliteitsregeling en overbodig geworden medewerkers.
Ronald Oosting is docent-onderzoeker bij Farmacie van de Bètafaculteit en sinds januari 2010 woordvoerder van het Lokaal Overleg. Hij is lid van Abvakabo FNV. Het Lokaal Overleg (LO) is het orgaan waarin het college van bestuur en vier vakbonden met elkaar overleggen over de invulling van arbeidsvoorwaardengelden en sociale plannen voor werknemers van de UU die moeten afvloeien. Het is een drukke periode voor het overlegorgaan dat zich nu buigt over de komende reorganisatie van de Bètafaculteit en de catering. Uniek is dat overigens niet. In het recente verleden zijn er verschillende reorganisaties langsgekomen die vrijwel allemaal ingegeven werden door een nieuwe kijk op de universitaire organisatie of door bezuinigingen van het ministerie van Onderwijs.

Ronald OostingAderlating van talent
De Universiteit Utrecht krimpt zienderogen, zegt Oosting. “Over een paar jaar is de universiteit 20 procent kleiner - al die onderzoekers die weg moeten bij de Bètafaculteit en bij Rechten.” De bezuinigingen op landelijk-, universitair- en facultair niveau en de veranderde financiering voor onderzoek hakken er flink in. “Als ik alleen al kijk wat voor gevolgen de veranderde financiering van onderzoeksgelden heeft bij Farmacie! Al onze aio’s die betaald werden uit de eerste geldstroom, het geld dat rechtstreeks van het ministerie van Onderwijs kwam, zijn weg. Bij ons ging het om dertig basisaio’s. Zo’n aderlating heeft grote gevolgen voor een organisatie. De doorstroom van nieuw talent wordt veel moeilijker. We kunnen alleen nog aio’s aannemen als we via onderzoeksfinancier NWO of de derde geldstroom een project binnenslepen. Maar dat is niet gemakkelijk. De concurrentie is groot. Er worden vele voorstellen geschreven waar veel mensen veel tijd aan kwijt zijn, maar slechts enkele worden gehonoreerd. Heel frustrerend.”

Na het snijden in het aantal assistenten in opleiding, zijn nu hele groepen aan de beurt bij de Bètafaculteit. Begin november kwam het Lokaal Overleg voor het eerst sinds het begin van het nieuwe academische jaar bijeen. Op de agenda stond het mobiliteitsplan van de Bèta’s. Besproken moest worden hoe de regeling er precies uit komt te zien. “Het mobiliteitsplan is afgelopen voorjaar voor het eerst toegepast bij de afdeling Paard van Diergeneeskunde. Daar hebben toen maar heel weinig mensen gebruik van gemaakt, maar dat kwam ook omdat werknemers die met ontslag bedreigd werden in een heel korte periode moesten beslissen of ze gebruik wilden maken van die regeling. Bij de Bèta’s gaan we dat nu anders doen.”

MobiliteitsplanMobiliteitsplan
Het mobiliteitsplan is de nieuwste manier om werknemers van bedreigde onderdelen vrijwillig te laten vertrekken. Ook de Rebo-faculteit wil met een dergelijk plan het aantal onderzoekers bij het departement Rechten met dertig fulltimeplaatsen terugdringen. “Een mobiliteitsplan kan het aantal gedwongen ontslagen verkleinen. Het plan houdt in dat een werknemer vrijwillig ontslag neemt. Wie langer dan acht jaar in dienst is, krijgt dertien maanden salaris mee; bruto. Het gaat om de tien maanden ontslagbescherming die een werknemer geniet en de drie maanden opzegtermijn. Degenen die hier gebruik van maken, zijn meestal mensen die al een andere baan hebben gevonden of als zelfstandige willen gaan werken. Wie niet zeker is van een nieuwe baan, doet er verstandig aan te wachten op de reorganisatie, want wie kiest voor vrijwillig vertrek, heeft geen recht meer op een ww-uitkering.”

Maar is een mobiliteitsplan niet gewoon een fraai woord voor oprotpremie en profiteren niet alleen de meest kansrijken van deze voor hen dus lucratieve regeling, met andere woorden wat rechtvaardigt het mobiliteiteitsplan? “Een reorganisatie kost goud. Daarom vind ik een mobiliteitsplan goed voor werknemers en werkgever. Het is een slimme manier om beweging in de organisatie te krijgen en als je daarmee een reorganisatie kunt voorkomen...."

Uitkering
"Bij een reorganisatie vallen ontslagen. De universiteit betaalt de ww-uitkering en de zogeheten Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Nederlandse Universiteiten, de BWNU. Zo krijgt een 52-plusser die minimaal 12 jaar in dienst is geweest en geen ander werk kan vinden, tot zijn pensioen 70 procent van het laatstverdiende loon. Dat is ooit zo afgesproken omdat het moeilijk is om als 55-plusser nog aan de bak te komen. Deze uitkeringen drukken enorm op het universitaire budget en daar kan de hele universiteit uiteindelijk last van krijgen. De reorganisatie bij Biologie van een aantal jaren geleden bijvoorbeeld, is één van de oorzaken van de financiële problemen van de Bètafaculteit. De huidige problemen van de bèta’s hebben nu gevolgen voor de hele universiteit.”

“Ik denk dat het waar is dat vooral gewilde krachten weggaan via de mobiliteitsregeling. Het zijn vaak inderdaad de mensen die waarschijnlijk toch al een keer weg zouden gaan. Het verschil is natuurlijk dat ze nu weg móeten. Het geld dat je meekrijgt, maakt het moeten minder zuur. Werknemers van de bèta’s die van de regeling gebruik mogen maken, doen er dan ook verstandig aan om pas ontslag te nemen als de regeling ingaat. De mobiliteitsregeling voor de bèta’s duurt van 1 januari tot 1 juni 2012. Daarna wordt tot de reorganisatie in september van start gaat, de regeling afgebouwd. Vind je tussen 1 mei en 1 september nog een baan dan kun je nog steeds van de regeling gebruik maken, maar hoe dichter bij de datum van 1 september hoe minder geld je krijgt. Voor wie geen andere baan kan vinden, wacht het sociaal plan dat bij een reorganisatie hoort. Daar moeten we nog over onderhandelen.”

Catering
Ook de catering wordt gereorganiseerd. Van een mobiliteitsplan is hier geen sprake, omdat wordt uitgegaan van baanbehoud. “Het Lokaal Overleg is nu in beeld, nu de universiteitsraad een positief advies heeft gegeven over de uitbesteding van de catering. De universiteitsraad heeft geadviseerd om de cateringmedewerkers te detacheren. Dat lijkt me een haalbaar gegeven. Het gaat over een kleine groep mensen, van wie de meesten al een hele tijd bij de universiteit werken, al wat ouder zijn en bovendien qua salaris in de laagste schalen vallen. Als je de detachering goed kan regelen, dan is dat een mooie oplossing voor alle betrokkenen. De cao van de catering is namelijk echt veel slechter dan de cao van Nederlandse universiteiten.”

Oosting komt pas in actie met het Lokaal Overleg als andere medezeggenschapsorganen al een advies over een reorganisatie hebben gegeven. “We zitten aan het einde van de rit. Soms zou je eerder in een proces al willen meepraten. Natuurlijk overleggen we in een vroeger stadium wel met een faculteitsraad of de universiteitsraad, maar deze raden zijn als eerste aan zet. Wij zijn afhankelijk van wat zij voor elkaar krijgn voor medewerkers. Maar het is misschien de frustratie van de hele medezeggenschap: er valt weinig af te dwingen met adviesrecht. Als je echt goede invloed uit kan oefenen dan zou ik de regelingen positiever maken.”

Nieuwe cao
Oosting wacht op wat de lopende cao-onderhandelingen over de jaren 2011 en 2012 brengen. “Wij wachten net als iedereen af, want wij hebben daar geen invloed op. Wel zijn de lijnen met de vakbonden kort, dus horen we veel. Ik denk dat het zeer ambitieus is van Abvakabo-onderhandelaar Jan Boersma om te zeggen dat de bonden en de VSNU er op 5 december uit zijn.
"Waar ik wel op hoop, is dat er in de nieuwe cao een clausule wordt opgenomen om de AZZ-regeling van de medewerkers van Paard van Diergeneeskunde te repareren. Van die regel die gaat over avond-, nacht en weekendwerk deugt niet veel en ik zit er nog steeds mee in mijn maag dat we destijds niet een betere regeling hebben kunnen afdwingen. Bij Paard moet ook buiten kantoortijden worden gewerkt. Door de reorganisatie werken daar nu minder mensen die meer werk moeten doen. De werknemers maken daardoor enorm veel overuren die voor wie in schaal 10 of hoger zit, niet uitbetaald mogen worden. Maar ze hebben ook niet de mogelijkheid om overwerk met vrije tijd te compenseren. Daarom proberen we voor het dierenziekenhuis een speciale clausule in de nieuwe cao in te bouwen zodat we de AZZ regeling kunnen verbeteren.”

OV-pas
De cao-onderhandelingen kunnen ook van invloed zijn op de omvang van de pot arbeidsvoorwaardengelden. Daar zit nu zo’n 2 miljoen euro in dat uit de totale loonsom komt die de universiteit betaalt aan haar werknemers. “Uit de arbeidsvoorwaardengelden worden voorzieningen betaald voor het personeel. Het Lokaal Overleg beslist waar dit geld aan wordt uitgegeven: scholing, kinderopvang, de Utrecht Bereikbaar Pas waarmee je gratis met het openbaar vervoer in de regio Utrecht mag reizen. Die pas vind ik erg leuk, omdat iedereen die kan aanvragen, terwijl als het gaat om cursustrajecten daar meestal maar een kleine groep gebruik van kan maken. Zoals het project vrouwen naar de top, het minderhedenbeleid of het traject work to work.”


Facebook Twitter Whatsapp Mail