De educatieve minor doet het goed

Body: 

Hij ging vliegend van start: de educatieve minor. De nieuwe opleiding trok boven verwachting veel studenten van de 19 participerende studierichtingen. De inschrijving voor de volgende termijn is net geopend en het loopt aardig storm. Hoe vergaat het de opleiding die wordt gezien als een belangrijke oplossing voor het lerarentekort?

Hij ging vliegend van start: de educatieve minor. De nieuwe opleiding trok boven verwachting veel studenten van de 19 participerende studierichtingen. De inschrijving voor de volgende termijn is net geopend en het loopt aardig storm. Hoe vergaat het de opleiding die wordt gezien als een belangrijke oplossing voor het lerarentekort?

“Het gaat goed”, zegt Fia Dieteren, coördinator van de educatieve minor voor de alfa- en gammastudies. Het is een voorzichtige uitspraak zo blijkt, want feitelijk is ze zeer enthousiast. “Er kunnen altijd zaken beter worden geregeld, maar de basis is goed. We krijgen zowel van de studenten als van de scholen waar ze stage lopen, goede reacties.”

Stage

Het volgen van een educatieve minor is geen sinecure. Duurt een doorsnee minor zes maanden en kun je in die periode je aandacht volledig richten op die ene opleiding, met een educatieve minor ben je een jaar zoet en moet je bovendien ook nog een vak uit je gewone bachelor er naast volgen. “Dat is in Utrecht anders dan bij de meeste andere universiteiten.” 

De Utrechtse minor begint in februari. Dat heeft te maken met de stage die de studenten volgen. Dieteren: “Aan het begin van de eerste fase van de minor zit een student alleen achter in de klas te observeren. In de tweede fase geeft hij een aantal klassen zelfstandig les. Daarvoor is het begin van het schooljaar meer geschikt, vinden wij. De student kan zich er bijvoorbeeld in de zomer al op voorbereiden.”

Geringe uitval

Voor de educatieve minor staat 2,5 dag. Anderhalf tot twee dagen zijn gereserveerd voor de stage, de rest voor het volgen van cursorisch onderwijs in algemene didactiek en vakdidactiek. De rest van de week moeten de studenten een vak volgen uit hun ‘gewone’ bachelor. In de praktijk blijkt echter dat de meeste studenten meer tijd kwijt zijn met de minor. Vooral in het voorbereiden van lessen en proefwerken gaat vaak meer tijd zitten.

Toch is er maar weinig uitval. Van de alfa’s en gamma’s, die startten met 50 studenten, zijn er 42 over. “Er hadden zich bijna 80 studenten aangemeld. We moesten de studenten selecteren. Degenen die mochten starten, hadden soms al enige ervaring opgedaan in het onderwijs,” zegt Dieteren.

Bij de bèta’s, waar er 25 plekken beschikbaar waren, hoefde niet geselecteerd  te worden. Van de 22 studenten die begonnen aan de minor, zijn er nog 18 bezig. Van de vier uitvallers was er maar één die het onderwijs toch niet als een toekomstig beroep zag. "Een andere student haakte af omdat hij een goede baan kreeg aangeboden en de andere twee hadden een persoonlijke reden om te stoppen. Eén van hen pikt de draad volgend jaar waarschijnlijk weer op, zegt de coördinator van de bèta’s Ad Mooldijk.

Met de meeste studenten die de minor nog volgen, gaat het goed. Een aantal heeft zelfs al een klein baantje aangeboden gekregen, zegt Mooldijk. Over het algemeen laten de studenten zich positief uit over de minor, zeggen de coördinatoren. Dieteren. “Studenten zeggen echt te leren hoe ze onderwijs moeten geven. Van de scholen horen we dat de studenten ‘heel leerbaar’ zijn. Ze pikken snel de adviezen op die ze vanuit school krijgen.”

Tweedegraads docent

Aanvankelijk was er wel enige kritiek op de educatieve minor. Hoe kun je, zo was het idee, in een half jaar tijd tweedegraads docent worden terwijl daar op de hogeschool vier jaar voor staat. Maar ook vanuit de universiteit werd terughoudend gereageerd, want sluit de minor wel aan bij de academische ambitie van studenten.

Een weerwoord op de eerste bedenking is er nog niet. Mooldijk: “Er zijn nog geen academische tweedegraads leraren aan het werk, dus dat is nog even afwachten. Maar je mag toch aannemen dat omdat studenten nu al werk vinden, ze serieus worden genomen door de scholen.”

Dieteren zegt dat de minor uitermate geschikt is voor studenten die met het idee spelen het onderwijs in te gaan. “De studenten zitten over het algemeen in hun derde jaar en moeten zich oriënteren op het kiezen van een master. Door de minor leren ze voor ze die keuze moeten maken, of het onderwijs echt wat voor ze is. Als je na deze minor weet dat het onderwijs toch niet voldoet aan je verwachtingen, dan kun je met overtuiging een andere richting kiezen. Maar mocht je daar later in het leven anders over gaan denken, dan heb je wel je tweedegraads lesbevoegdheid op zak en kun je nog steeds voor de klas gaan staan.”

GK

Facebook Twitter Whatsapp Mail