Educatie wil graag een speerpunt zijn

Met de oprichting van het Centrum voor Onderwijs en Leren bevestigt de Universiteit Utrecht wederom hoe belangrijk de universiteit onderwijs vindt. Maar of educatie een speerpunt van de UU gaat worden, is nog even afwachten.

Theo Wubbels, bestuursvoorzitter van het Centrum voor Onderwijs en Leren, hoopt natuurlijk dat het college van bestuur educatie inderdaad belangrijk genoeg vindt. “Het inhoudelijke voorstel voor het focusgebied Educatie als een van de onderdelen voor het eventuele vierde speerpunt Youth, Education, Society, YES, ligt nu bij het college ter beoordeling.”

Eind augustus zal het college van bestuur meer duidelijkheid geven over de UU-speerpunten. Naast YES worden de speerpunten Life Sciences, Duurzaamheid en Institutions genoemd. Wubbels heeft vertrouwen in een goede afloop, hoewel in de wandelgangen de kritiek te horen is dat het focusgebied nog niet voldoende is opgetuigd.

“Maar daar zijn we volop mee bezig. We hebben uit elke faculteit onderzoekers die in dit gebied samenwerken.” Hij noemt onder andere de onderzoeksgroep van hoogleraar Ten Cate van het Expertisecentrum voor onderwijs en opleiding van het UMC Utrecht en professor Van Beukelen die onderzoek doet naar kwaliteitsbevordering van Diergeneeskundig onderwijs.

Ook worden er bij verschillende faculteiten nieuwe hoogleraren benoemd die op educatief vlak opereren. Zo krijgt de faculteit Geesteswetenschappen een profielhoogleraar Tweetalig Onderwijs en één voor Levensbeschouwing. Bij Sociale Wetenschappen wordt Paul Schnabel verantwoordelijk voor Maatschappijleer. “Bij de bèta’s zijn er al hoogleraren op dit vlak.”

Onderwijs

Volgens Wubbels laat het college van bestuur keer op keer merken educatie belangrijk te vinden en samen met al het andere Utrechtse onderzoek op het gebied van jeugd is dit een mooi speerpunt, denkt hij. “Utrecht heeft een lange geschiedenis als het gaat om de interesse in de kwaliteit van het voortgezet onderwijs. Voor zover ik het kan overzien vanaf 1962. In de loop der jaren is er steeds wel weer een initiatief geweest waardoor de universiteit het belang van educatie onderstreept.”

Het ondersteunen van het Utrechtse idee voor het starten van een Educatieve Minor, wat door de politiek werd omarmd, is daar een voorbeeld van. Deze minor is bedoeld voor bachelorstudenten die in een vroeg stadium willen ontdekken of het onderwijs wat voor hen is. Als de student de minor goed heeft afgerond en zijn bachelordiploma op zak heeft, mag hij in de onderbouw van havo en vwo en op de theoretische leergang van het VMBO al les geven. 

Het meest recente initiatief dat werd gesteund door het college van bestuur is de oprichting van het Centrum voor Onderwijs en Leren. Het overkoepelt alles wat er op educatief vlak binnen de UU aanwezig is. De oprichting van het centrum, waarin het voormalige IVLOS (het Interfacultair Instituut voor de Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden) is opgegaan betekent geen centralisatie, zegt Wubbels. “Toen ik in 2001 wegging bij het IVLOS werd er gecentraliseerd. Maar nu is het idee dat decentraal werken beter is.”

Als voorbeeld noemt hij de opleiding tot muziekleerkracht. “Midden jaren 90 waren er veel studenten die muziekleraar wilden worden. Dat bleek te komen door een muziekdidacticus die bij Muziekwetenschappen doceerde over Barok. Hij wist studenten te inspireren om muziekleraar te worden. Nu zijn er nauwelijks studenten muziekwetenschap die leerkracht willen worden; er is geen band meer met de studenten van muziekwetenschappen.”

Daarom, zo is de gedachte, is het beter om studenten via hun eigen opleiding en dus via hun eigen docenten, warm te maken voor het vak van leerkracht; één van de doelstellingen van het nieuwe centrum. ”Elke schoolvakdiscipline heeft zijn eigen vakdidacticus. Deze medewerkers hebben wel twee bureaus: één bij de algemeen didactici die in de faculteit Sociale Wetenschappen zijn ondergebracht en één op de faculteit van hun schoolvak.”

Band middelbare scholen

Wat centraal wordt versterkt, is de éénloketfunctie voor de scholen uit het voortgezet onderwijs die door het IVLOS is opgezet. “De contacten van de universiteit met scholen voor voortgezet onderwijs waarmee we nauw samenwerken, gaan via dit loket. De rectoren voergen daar ook om. Bij dit loket kunnen ze met al hun vragen en adviezen terecht.”

Tijdens de officiële opening van het centrum op 24 mei werd ook een nieuw samenwerkingscontract getekend tussen de universiteit en de middelbare scholen. “Studenten van ons gaan op deze scholen onderzoek doen. Wat voor soort onderzoek is aan de school.”

Naast het interesseren van studenten voor het vak van leerkracht, het bijscholen van leerkrachten vindt het centrum  het verbeteren van het imago van het lerarenvak heel belangrijk. Het vak heeft in de loop der jaren aan prestige ingeboet. “Het project Eerste Klas is een goed voorbeeld. Daarin werken we samen met bedrijven. Zij willen een aantal van onze studenten die voor leerkracht studeren graag hebben. Deze studenten krijgen extra managementtraining. Voor het imago van het vak van leerkracht heeft dat een geweldige impact. Ook de Engelstalige variant van de lerarenopleiding U teach helpt bij imagoverbetering.”

Advertentie