Een shoarma-ontbijt bij Biton

Body: 

Een flinke pan shoarma en een bak pittige knoflooksaus. Studentenvereniging Biton zit klaar voor het ontbijt op de laatste dag van de UIT. DUB-verslaggever Thijs Kuipers ging kijken wie er trek had in dit hartige ontbijt.

De laatste UIT-dag heeft een duidelijk overkoepelend thema gekregen: chillen. Dat is samen niks doen met harde muziek op de achtergrond. Bij Biton begint de chilldag met een ontbijt: ‘shoarma, koffie & krant’, werd mij beloofd in het programmaboekje.

Een flinke pan shoarma en een bak pittige knoflooksaus. Studentenvereniging Biton zit klaar voor het ontbijt op de laatste dag van de UIT. DUB-verslaggever Thijs Kuipers ging kijken wie er trek had in dit hartige ontbijt.

De laatste UIT-dag heeft een duidelijk overkoepelend thema gekregen: chillen. Dat is samen niks doen met harde muziek op de achtergrond. Bij Biton begint de chilldag met een ontbijt: ‘shoarma, koffie & krant’, werd mij beloofd in het programmaboekje.

Biton staat bekend als een egalitaire club, je zou het een handelsmerk kunnen noemen. Maar er is een hiërarchie. Als ik me meld, word ik een keer of vier doorverwezen. Dan geeft Roos, een meisje met rood haar en een piercing in haar lip, het verlossende woord: “Je bent goedgekeurd.”

Het is erg rustig. Eén UIT-loper wacht in stilte het begin van het ontbijt af. Het meisje dat als hoofdverantwoordelijke is aangesteld voor het ontbijt checkt nog eenmaal of alles klaarstaat. Dat staat het. Ze draagt een pet met de tekst ‘vraatzucht’ in de kleuren paars en oranje. De tekst slaat op haar taak als chef de cuisine op het introductiekamp, de kleuren zijn gekozen omdat ze een lelijke combinatie vormen. “Waarschijnlijk zijn ze aan het uitslapen, het was gisteren verenigingsavond,” zegt ze over de nog lege ontbijttafels.

Ik krijg koffie, Roos haalt zelfs speciaal suiker voor me. Zin in shoarma heb ik zo op de vroege ochtend niet. Ik blijk niet de enige. “Ik moet er ook niet aan denken,” zegt een jongen van Biton. En Roos ook niet, ze is vegetariër.

De jongen met het lange zwarte haar, die zat te wachten tot het ontbijt zou beginnen, zit er nog steeds. “Wil je misschien al ontbijt”, wordt hem gevraagd. Dat wil hij, hij heeft wel zin in shoarma.

Roos schept voor hem op. Ze is dan wel vegetariër, uit idealisme, maar ze houdt er niet van anderen te moeten overtuigen. Ik denk dat ze daarom niet van politiek zal houden, maar vergeet het te vragen. Van een ander Bitonmeisje leer ik dat ze wel af en toe ‘bah, vies’ roept als er vlees op tafel komt. Ze waarschuwt de jongen voor de knoflooksaus: “Die is al even gemaakt, hij is erg sterk.”

Het meisje met de kleurige pet zegt nog een keer “Nou, ik ben er klaar voor.” Iemand van Biton komt aanlopen en zegt verbaasd: “Hé, toch UIT-lopers!” Er zit er dus inderdaad eentje, de jongen met het lange zwarte haar. De andere ben ik. Er wordt me verteld dat het vorig jaar best druk was bij het shoarma-ontbijt, dat iedereen dat lekker vindt als ontbijt na een nacht feesten en dat ze zo wel langzaam zullen binnendruppelen.

De hoopvolle Bitonezen krijgen gelijk, geleidelijk wordt het iets drukker. Het noodplan van het meisje met de kleurige pet (met ‘de hele crew’ de shoarma opeten) hoeft niet uit de kast te worden getrokken. Een jongen met een lichtblauw t-shirt, zijn haar strak naar voren gekamt, en een meisje met een zwarte jas en een kleurige shawl melden zich. De shawl is op een andere manier kleurig dan de oranje-paarse pet, deze kleuren moeten niet vloeken, die van de pet wel.

Ook zij krijgen shoarma. Roos vertelt weer dat de saus al sinds gisteren staat: “Hij is erg sterk.”

De jongen met het blauwe shirt en het platte haar, hij is aspirant-lid, vraagt aan mij of er informatiefolders zijn. Ik vertel dat ik dat niet weet, dat ik ook maar een stukje schrijf voor DUB, het digitale Ublad, en verwijs hem door naar Roos. Die zegt: “Bij de informatiestand, daar, met die gele shirts.” “Is er ook informatie over de introductie?”, vraagt de jongen. Hij wil graag weten waar hij aan toe is. Roos begrijpt dat: “Het is handig om te weten of je wel of niet een slaapzak moet meenemen.”

Roos vraagt me ook nog naar het Ublad, wat ik er van vind dat het niet meer op papier is. “Mijn mening,” zegt ze, “is dat de analoge versie erg leuk was. Maar nu zijn er meer foto’s, dat is ook tof.” Het is haar eigen mening, benadrukt ze, niet die van Biton, Biton heeft geen mening.

Als ik wegga, staat de teller op zes shoarma-eters, van wie er drie zeker lid worden, van wie er eentje twijfelt en van wie er twee nergens lid worden. Van de drie-eenheid shoarma-koffie-krant heb ik alleen de krant gemist, maar dat is mijn eigen schuld, ik heb er niet naar gevraagd.

Facebook Twitter Whatsapp Mail