Heeft 'Veerman' de toekomst?

Body: 

Vooral blijven investeren in het onderwijs. Het is de enige aanbeveling in het rapport van de commissie Veerman die Willem Koops toejuicht. Voor de rest vindt de decaan van Sociale Wetenschappen de conclusies van de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs nogal onbenullig en oud-nieuws als het gaat om de Universiteit Utrecht. Discussieer mee op DUB. 

Vooral blijven investeren in het onderwijs. Het is de enige aanbeveling in het rapport van de commissie Veerman die Willem Koops toejuicht. Voor de rest vindt de decaan van Sociale Wetenschappen de conclusies van de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs nogal onbenullig en oud-nieuws als het gaat om de Universiteit Utrecht. Discussieer mee op DUB. 

Cees Veerman opent maandag 7 september het Utrechtse Academisch Jaar. De oud-minister van Landbouw en bijzonder hoogleraar in Wageningen heeft met zijn rapport het nodige stof in het hoger onderwijs doen opwaaien. De overkoepelende organisaties in het hoger onderwijs VSNU en HBO-raad en de studentenvakbonden LSVb en ISO zien veel positieve punten in de aanbevelingen. Veerman zei onlangs in een rondetafelgesprek met Scienceguide dat hij meer kritiek had verwacht op zijn standpunten in plaats van de stilte die hem ten deel viel. 

Veermans team wil het bekostigingssysteem per student herzien; het is een voorstel dat weinig discussie oplevert. Maar de adviezen voor selectie aan de poort, meer onderwijs naar voorbeeld van een breed opgezet bachelorprogramma zoals op instellingen als het University College en minder concurrentie tussen instellingen door universiteiten en hogeschool te laten specialiseren, leveren wel kritiek op, zoals van decaan Koops. 

Niet onder de indruk

Koops is zacht gezegd niet onder de indruk van de conclusies in het rapport Veerman ‘Differentiëren in Drievoud’. Maar wat wil je ook, kun je tussen zijn regels doorlezen, met een commissie waar ‘echte academici, geleerden die hun complete ziel en zaligheid in het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs hebben gelegd’ ontbreken. 

Koops bekritiseert in een schrijven aan zijn faculteitsraad puntsgewijs de conclusies uit het rapport. Waar Veerman & Co toekomst zien in selectie aan de poort en onderwijs in de vorm van een University College, ziet Koops hierin een devaluatie van het huidige onderwijs. 

Selectie aan de poort

Selectie aan de poort is in Nederland niet nodig, vindt hij. ‘De kwaliteit van ons vwo-diploma is dermate goed, dat verdergaande selectie vrijwel onmogelijk en dus ongewenst maakt.’ In Amerika waar selectie standaard is, en waar Veerman naar heeft gekeken, is selectie nodig omdat highschooldiploma’s veel meer verschillen in vakken en niveau’s kennen dan in Nederland, weet Koops. Willen we iets doen aan de kwaliteiten van een eerstejaars, dan moet Nederland het vwo kwalitatief verbeteren. 

University College

Fan van het onderwijs van een University College is Koops ook allerminst. “Het lijkt te veel op Amerikaanse colleges die een aanvulling geven op de algemene ontwikkeling van een highschoolleerling. Feitelijk heeft een student aan een college alleen in het derde jaar een universitair niveau en daardoor een achterstand ten opzichte van andere bachelors als zij een academische master willen gaan volgen”, zo licht hij toe tijdens een faculteitsraadsvergadering. 

Vooruitloper

Koops denkt dat de Universiteit Utrecht niet veel in haar strategie hoeft te veranderen naar aanleiding van het rapport. ‘Gelukkig’, stelt hij, ‘is de Universiteit Utrecht strategisch al op veel punten verder dan het Veermanrapport: de onderzoeksprofilering is via Focus & Massa zeer ver uitgekristalliseerd; de kwaliteitszorg met betrekking tot onderzoek en onderwijs is meer dan op orde en hier en daar navolgenswaardig en nagevolgd voorbeeldig.’ Hij besluit: de koers van de UU is veelbelovend en wordt niet bedreigd door de suggesties van het rapport; integendeel! 

De eerste reacties vanuit de universitaire gemeenschap sijpelen binnen. Vooral het University College is niet gelukkig met de observaties van Koops. Fried Keesen, onderwijsdirecteur van UCU: ‘Zelfs als reactie op Koops wordt dit verhaal niet evenwichtig, want ik zal uitsluitend ingaan op hetgeen hij over de college’s zegt, terwijl ik vind dat hij bijvoorbeeld in zijn stellingname tegen de opwaardering van het hbo heel verstandige dingen zegt. Maar juist daarom kan ik zijn standpunt over de college’s niet bevatten. 

Weeffouten

‘Juist wanneer je het standpunt huldigt dat hbo’s geen universiteiten moeten willen zijn, begrijp ik niet hoe hij de college’s als weeffouten in het universitaire systeem kan zien. Hij stelt dat ze door hun breedheid onvoldoende specifieke kennis voor beroepsvoorbereiding kunnen bieden. 

Hoe past dat in een visie waarin academische vorming, het leren onderzoeken, de kernmissie van het universitair onderwijs is en beroepsvoorbereiding die van het hbo. Zijn dan niet juist die paar specifieke beroepsopleidingen bij psychologie, rechten en medicijnen de weeffouten in het bestel? Het kennisniveau op de hbo’s is niet van een niveau dat maakt dat ik er voor zou pleiten ze zomaar aan het hbo over te doen, maar dergelijke opleidingen zijn wel inconsistenties in het binaire systeem. 

Masteruitstroom

‘De afgestudeerden van het UCU bewijzen keer op keer dat ze juist uitblinken in de kern van de universitaire missie. En dat zou Koops uit eigen waarneming moeten weten: uitgerekend de twee studenten uit zijn eigen faculteit die met hun masterscripties in de afgelopen jaren de Vliegenhart prijs en de UU masterscriptieprijs wonnen, (Hinze Hogendoorn en Marijn Stok) zijn UCU alumni. 

‘Dat brengt mij op een volgend punt. Slechts een derde van de UCU alumni blijft aan de UU voor een master. Voor een deel is dat een gevolg van de door Koops verwoorde vermeende deficiënties in hun vooropleiding, die maakt dat ze zich gedwongen zien om naar ruimhartiger denkende ander Nederlandse universiteiten uitwijken. Maar het heeft ook te maken met gepercipieerde kwaliteit van UU-progranmma’s. Ik deel Koops mening dat Utrecht het zo slecht niet doet met zijn kwaliteitszorg en faculty development programma’s, maar dat maakt Utrecht nog niet tot de maat der dingen. Op any given moment studeren er enkele tientallen UCU afgestudeerden in master en PhD programma’s in Cambridge, Oxford, London School of Economics of Kings College, stuk voor stuk universiteiten die structureel hoger in de rankings zitten dan Utrecht. De vraag of we die studenten niet in Utrecht hadden kunnen houden lijkt me relevanter dan het ter discussie stellen van het bestaansrecht van het UCU. Zouden die universiteiten nou werkelijk selecteren op gemankeerde vooropleidingen? Of zouden die – anders dan Koops - van mening zijn dat je voor graduate studies beter intellectueel wendbare denkers en doeners kunt hebben dan studenten die al een stuk van een specifiek beroepsprotocol beheersen.’ 

Ook Rob van der Vaart, Dean van UCU reageert en verontschuldigt zich bij voorbaat voor de lengte van zijn reactie:  ‘Hierbij een korte reactie die in het geheel geen recht zal doen aan alles wat er zoal aan zinnigs en onzinnigs over het rapport Veerman is gezegd. 

Stelselwijzigingsmoe

‘Het is volgens mij niet zo verbazend dat er weinig reacties op het rapport zijn gekomen. Immers, het is een conditio sine qua non - zoals Veerman ook zelf zegt - dat er miljarden bij zullen moeten op de HO begroting om de visie (wat je er ook van vindt) tot werkelijkheid te maken. Geen weldenkend mens gelooft dat die miljarden er ook zullen komen. Heeft het dan zin woorden vuil te maken aan het voorstel? Daar komt nog iets bij: de vrij recente studiehuisdiscussie (VO) heeft opnieuw duidelijk gemaakt dat de political engineering van stelselwijziging bepaald geen garantie is voor kwaliteitsverbetering. Zijn we ook niet gewoon collectief stelselwijzigingsmoe?

De realiteit van ons voortgezette onderwijs wordt onvoldoende in beschouwing genomen in de voorstellen van Veerman. Koops laat in zijn reactie het havo buiten beschouwing, maar hier ligt een belangrijk pijnpunt (nog los van de nbo-hobo route!). Niet alleen duurt havo een jaar korter dan vwo (volgens mij een ernstige constructiefout), de niveau-eisen zijn bovendien aanzienlijk lager. Wat moeten we ons dan voorstellen bij bijvoorbeeld de community colleges wat betreft instroom, kwaliteit en marktpositie? Zullen vooral havisten en mbo'ers voor zo'n college met brede vorming kiezen? Om daarna door te stromen naar enige meer gerichte vorm van (hbo of universitair) hoger onderwijs? Schieten we daar collectief veel mee op? Kun je dan niet beter kwaliteitsproblemen in havo en mbo repareren?
 

Academisch handwerk

‘De community colleges hebben uiteraard niets te maken met wat we in Nederland de 'University Colleges' noemen (UU, Maastricht, VU&UvA, Leiden). Die University Colleges kunnen kwalitatief uitstekende afgestudeerden leveren dankzij de inbedding in brede en goede universiteiten - en inderdaad dankzij de selectie aan de poort (die essentieel is voor de diversiteit: wat betreft gender, herkomst, beoogd studieprofiel). Het onderwijs aan de University Colleges is - net zoals al het andere universitaire onderwijs - simpelweg een zaak van goed academisch handwerk: kwalitatief goede docenten, inhoud die de stand van kennis en discussie weerspiegelt, de bekende principes van goed onderwijs in praktijk brengen, serieuze aandacht voor de student, goede kwaliteitszorg, et cetera. 

‘Veel te saai allemaal om te benadrukken in een rapport, maar wel de kern van de zaak.

Veel talentvolle jongelui hebben op de leeftijd van 18 nog geen gerichte carrièreplannen of ambities. Klassieke studies die zeer sterk op een specifiek vakgebied zijn gericht, kunnen voor die jongeren een fuik zijn waarin ze zich bij nader inzien niet prettig voelen. Daar hebben we in Utrecht over de volle breedte nu juist wat aan gedaan bij de bachelor-master implementatie. Studenten hebben keuzeruimte binnen hun major en aanzienlijke profileringsruimte buiten de major. Aan vakken 'ruiken' mag, bijsturing van profiel is gaandeweg het eerste  jaar volop mogelijk. Als we dit allemaal waarmaken, dan hebben we helemaal geen community colleges of andere nieuwe experimenten nodig. Als we het niet (meer) waarmaken, moeten we ons niet op de borst kloppen en zeker niet beweren dat bij ons alles prima in orde is.’
 

Wordt vervolgd!

 

Zie ook De bom van Plasterk onschadelijk maken met een reactie van decaan Bert van der Zwaan 

Universiteiten moeten zich specialiseren

Nieuwe bijval adviezen Veerman

Facebook Twitter Whatsapp Mail