Optimisme over educatieve minor

Body: 

Door bachelorstudenten in een minor kennis te laten maken met lesgeven, kan op termijn het aantal academisch geschoolde docenten in het middelbaar onderwijs vergroot worden. Dat blijkt uit een evaluatie van het eerste jaar van de educatieve minor die staatssecretaris Zijlstra maandagmiddag in de Utrechtse Universiteitsbibliotheek in ontvangst nam.

Door bachelorstudenten in een minor kennis te laten maken met lesgeven, kan op termijn het aantal academisch geschoolde docenten in het middelbaar onderwijs vergroot worden. Dat blijkt uit een evaluatie van het eerste jaar van de educatieve minor die staatssecretaris Zijlstra maandagmiddag in de Utrechtse Universiteitsbibliotheek in ontvangst nam.

“Een verjaardagspartijtje waarbij iedereen jarig is”, zo kenschetste VSNU-voorzitter Sybolt Noorda de bijeenkomst in de Boothzaal. Uit het rapport ‘een nieuwe route naar het leraarschap’ dat het Nijmeegse instituut ITS in opdracht van de universiteitenvereniging opstelde, blijkt immers dat middelbare scholen, universiteiten en studenten over het algemeen positief zijn over de eerste ervaringen met de educatieve minor. Meer dan de helft van de 329 studenten ziet op de een of andere manier een toekomst in het onderwijs.

De educatieve minor was in 2008 een idee van de Utrechtse taskforce leraren onder leiding van decaan Geesteswetenschappen Wiljan van den Akker. De minor maakte deel uit van het Utrechtse actieplan leraren en was een van de maatregelen waarmee de universiteit het lerarentekort hoopte te bestrijden en het aantal academisch opgeleide leraren wilde vergroten. Bachelorstudenten zouden tijdens hun studie een zogenoemde educatieve minor doen en daarmee de bevoegdheid verwerven om les te geven op het vmbo en in de onderbouw van havo en vwo.  

In het voortgezet onderwijs en bij de hbo-opleidingen voor tweedegraads lerarenopleidingen bestonden grote bedenkingen bij het plan om universitaire bachelors lesbevoegheden te geven. Deze studenten zouden didactisch en pedagogisch onvoldoende uitgerust zijn. Gevreesd werd voor een devaluatie van leraarschap. Toch besloot toenmalig staatssecretaris Van Bijsterveldt in 2008 toestemming te geven voor het initiatief.

In 2009 begonnen 191 studenten bij negen universiteiten aan de educatieve minor, in 2010 waren dat er 330 bij elf instellingen. De belangstelling voor dit jaar is nog groter. De meeste studenten voor de educatieve minor bevinden zich in Utrecht. Aan de UU is gekozen voor een lintmodule van een jaar. Daarvoor schreven zich vorig jaar zo’n 70 studenten in.

Uit de evaluatie blijkt dat bijna 70 procent van de deelnemende studenten van de minoren die zijn afgerond de lesbevoegdheid heeft behaald. Studenten oordelen positief over de minor. Ze zijn vooral tevreden over het praktijkgedeelte van de minor, minder over het cursorische deel van de universiteiten.

De praktijkbegeleiders waarderen de vakinhoudelijke kennis van de studenten. Veertig procent van hen vindt echter dat er op het vlak van de didactiek nog wel wat winst te halen is. De zorg dat minorstudenten de tweedegraadsdocenten gaan verdringen lijkt ook niet gegrond, stellen de onderzoekers. De meeste scholen kiezen toch liever voor de laatsten omdat deze minder begeleiding nodig hebben.

Niettemin scoren de minorstudenten voldoende tot goed op de wettelijke eisen die aan de leraren gesteld worden en zijn scholen bereid de stagiairs na hun minor aan te nemen als docent.

Staatssecretaris Zijlstra stelde maandagmiddag verheugd vast dat de educatieve minor ervoor heeft gezorgd dat er voor het eerst universitaire bachelors zijn met een kwalificatie om op de arbeidsmarkt aan de slag te gaan. Zo’n 18 procent van de studenten geeft aan zonder master als leraar aan de slag te willen.

Andere sprekers benadrukten echter dat studenten vooral hun vakinhoudelijke master moeten afmaken om daarna een eerstegraads bevoegdheid te halen. Verheugd wordt dan ook vastgesteld dat een derde van de minorstudenten na de vakinhoudelijke master een eerstegraads opleiding wil gaan volgen. De educatieve minor moet studenten vooral verleiden die route te volgen.

Liefst 93 procent van de deelnemende studenten zou de minor aanbevelen aan vrienden. De drie Utrechtse studenten van de educatieve minor die aan het einde van de bijeenkomst van staatssecretaris Zijlstra een certificaat ontvingen, waren ook zeer te spreken over de kennismaking met de onderwijspraktijk.

Student theologie Bram Alblas kon niet nalaten zijn tevredenheid te verpakken in een sneer aan het adres van de Haagse politiek. “Ik vond dit zo leuk dat ik er best een jaar studievertraging voor over had.”

XB/Hoger Onderwijs Persbureau

Facebook Twitter Whatsapp Mail