Student vaart mee op onderzoeksschip

Body: 

Niels Schoffelen, masterstudent Environmental Biology, vaart mee op het onderzoekschip Pelagia van Las Palmas naar Reykjavik. Het onderzoek is bedoeld om meer te leren over plankton en de invloed op het klimaat. “Het is een ultieme kans om op ontdekkingsreis te gaan”, zegt Niels.

Niels Schoffelen, masterstudent Environmental Biology, vaart mee op het onderzoekschip Pelagia van Las Palmas naar Reykjavik. Het onderzoek is bedoeld om meer te leren over plankton en de invloed op het klimaat. “Het is een ultieme kans om op ontdekkingsreis te gaan”, zegt Niels.

“Het is gek dat we meer weten van andere planeten, dan over onze oceanen, die toch 71 procent van het aardoppervlak in beslag nemen”, vertelt Niels. De studierichting Biomarine Sciences bestaat nog niet zo lang. “Op dat gebied is er nog zoveel waar wij onderzoek naar kunnen doen, in elke emmer water valt nog wel iets te ontdekken.” De studie wordt steeds belangrijker doordat het nieuwe inzichten kan geven op het klimaat. De Atlantische oceaan neemt 41 procent van alle CO2 opname voor haar rekening en eencellige algen (fytoplankton) spelen hierbij een belangrijke rol. “Dit plankton is als het ware het regenwoud van de zee.”

Stratiphyt  project

Samen met 18 andere onderzoekers vaart Niels mee op het 66 meter lange schip, de Pelagia. Het onderzoeksteam bestaat uit een combinatie van jonge en ervaren onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zee Onderzoek (NIOZ). Zij werken gezamenlijk aan het NWO-ZKO Stratiphyt project. Hiervoor vertrekt Niels op 1 april naar het zonnige Las Palmas op de Canarische eilanden.. Door een stage die hij bij het NIOZ liep, onder begeleiding van Corina Brussaard, expeditieleider van het Stratiphyt project. Zij vroeg Niels om deel te nemen aan dit project.

Tijdens de reis wordt er gekeken naar de invloed van ‘stratificatie’  op het ecosysteem van fytoplankton in de oceaan. Stratificatie betekent gelaagdheid, bijvoorbeeld de manier waarop waterlagen zich met elkaar mengen. Warm water drijft op koud water en minder zout water op zouter water. De mate van vermenging varieert in de oceaan. In tropische gebieden is de gelaagdheid tussen warm en koud in de bovenste waterlaag sterker dan in noordelijk gelegen gebieden. “Vandaar dat wij van Las Palmas naar Reykjavik varen”, vertelt Niels.

De manier van vermenging van het water heeft grote gevolgen voor veel van het fytoplankton in de oceaan. Algen hebben zonlicht maar ook voedingsstoffen nodig. Deze voedingsstoffen worden aangevoerd vanuit de diepte van de oceaan. De aanvoer daarvan is afhankelijk van de gelaagheid van het water. Tijdens de cruise onderzoekt het team het ecosysteem in de bovenste waterlaag bij verschillende vormen gelaagdheid van het water. Hiermee hopen de onderzoekers een inschatting te kunnen maken van de mogelijke gevolgen in de toekomst van de opwarming van de zee en het broeikaseffect.

Het deelproject van de Stratiphyt project waar Niels aan deelneemt, doet vooral onderzoek naar de gevolgen van een veranderende algensamenstelling. Zelf gaat Niels kijken naar het effect van virussen op microorganismen en gaat hij werken bij de temperatuur van het water om de organismen zo weinig mogelijk te shockeren. “Er zijn warme overalls mee zodat we het niet koud krijgen”.

De reis

Niels kijkt uit naar de nieuwe ervaringen die hij zal opdoen.“Het is een ultieme kans om op ontdekkingsreis te gaan.” Hij heeft nog nooit zo lang op een groot schip gezeten en neemt een groot pak pillen mee tegen zeeziekte.“Misschien kom ik er aan het einde van de reis wel achter dat ik er helemaal niet voor gemaakt ben.”

Niels heeft al een dag overlevingstraining gehad. In februari dook Niels het koude water van de haven van Den Helder in, om te ervaren hoe het voelt om in deze omstandigheden te overleven. “Al snel had ik het punt van de oefening begrepen, het water is koud.” Ook hebben ze op een reddingsboot rondgevaren om aan het deinen van de zee te wennen. “In het begin werd er nog gekletst en gelachen, maar hoe langer we op zee waren, des te stiller het werd”, vertelt Niels. De noodzaak van de training was duidelijk voor hem. “Het is goed om in een simulatie een noodsituatie zo echt mogelijk te ervaren.”

Werken op een onderzoeksschip is geen baan van negen tot vijf. Wanneer het watermonster genomen is, moet Niels meteen aan de slag. Zo snel mogelijk moet het onderzoeken van het watermonster worden uitgevoerd, om te voorkomen dat het monster wordt beïnvloed door factoren van buitenaf. Het leefritme pas je dus aan op het moment wanneer de watermonsters binnen komen.

“Een 66 meter lang schip voor totaal dertig man/vrouw klinkt best groot, maar toch zit je constant op elkaars lip.”  Niels hoopt dan ook op een goede samenwerking en gezellige tijd met zijn collega’s aan boord. Hij vertrekt op 1 april naar Las Palmas en komt op 3 mei aan in Reykjavik. De belevenissen aan boord zijn te volgen op zijn blog.     

Tessa Glijn  

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail